Chailly begint magnifiek aan laatste seizoen

Slechts zeven keer dirigeert Riccardo Chailly dit seizoen in het Amsterdamse Concertgebouw voor hij in 2005 vertrekt naar Leipzig. Chailly besluit zijn Amsterdamse tijdperk 1988-2003 als de vijfde chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest in juni in het Amsterdamse Muziektheater, waar hij negen voorstellingen leidt van Verdi's opera Don Carlo.

Het is schokkend hoe snel de era-Chailly vervliegt. Van de zeven dirigeertbeurten in het Concertgebouw zijn er vijf gewijd aan Mahlers Negende symfonie. Gisteravond was de eerste, de volgende zijn in februari wanneer het stuk ook op cd wordt gezet. Zaterdag leidt Chailly een concert met muziek van Brahms en Bartók, op 25 december is er nog zijn laatste Kerstmatinee.

Het was geen wonder dat de Grote Zaal gisteravond overvol was, er waren voor concertgangers zelfs stoelen bijgeplaatst in het orkest, naast de pauken. Na afloop van de indrukwekkende uitvoering, door het orkest fabuleus gespeeld, waren het applaus en de ovaties nadrukkelijk langdurig en massaal.

Met deze grootse en aangrijpende vertolking van Mahlers Negende symfonie voltooit de briljante maestro Chailly op het nippertje zijn Amsterdamse Mahlercyclus, het laatste decennium uitgegroeid tot een steeds persoonlijker en imposanter geheel. Het sterk beladen stuk was door het Concertgebouworkest niet meer gespeeld sinds Haitinks laatste Kerstmatinee in 1987, toen hij aan het slot zijn dirigeerstokje liet vallen.

Mahlers vierdelige Negende symfonie, zijn laatste voltooide werk en te beluisteren als een stervensproces, kreeg van Chailly een andere interpretatie dan gebruikelijk. Meestal is het afsluitende Adagio op het emotionele niveau een uitvergroting van het eerste deel Andante, dat op dezelfde manier is opgebouwd rond een intense en chaotische climax. Maar Chailly wist al onmiddellijk na het aarzelende begin van de symfonie allerlei heftige klankvelden te vinden, avant-gardistische passages zonder veel melodische hiërarchie. Die komen nog nadrukkelijker voor in Mahlers onvoltooid gebleven Tiende symfonie, door Chailly bij het Concertgebouworkest wel gedirigeerd, maar helaas niet op cd gezet.

Dat Andante klonk met uitzonderlijk veel reliëf, weerbarstig, met heftige gevoelsontladingen, schokkend rauw in de detaillering, met schrikwekkende effecten: grillig, wrang, vervreemdend, verdovend. De eerdere catastrofes in Mahlers persoonlijke leven trekken weer voorbij en kondigen zich opnieuw onheilspellend aan. Met langdurige passages in bijzonder langzame tempi en verpletterende climaxen intensiveert Chailly nog die verscheurdheid.

Even opmerkelijk geïnterpreteerd klonken de twee burleske middendelen, maximaal expressief gespeeld. Alle felle en uitbundige speelsheid was dubbelzinnig, ironisch, cynisch, morbide en demonisch. Ook hier, in deze snijdende en groteske delen, kijkt Chailly met Mahler al vooruit naar de soms duivels en surrealistisch sfeer van de Tiende. ,,Der Teufel tanzt es mit mir'', schreef Mahler daar in de partituur.

Woorden kunnen niet hopen waarlijk recht te doen aan deze aangrijpende Mahlermuziek, vooral in het slot-Adagio. Hier klonk bij Chailly een sterk gedempt spiegelbeeld van het eerste deel. De strijd is voorbij, er is nog één laatste stuiptrekking voor het leven berustend en alsmaar zwakker etherisch en voorgoed verglijdt in eeuwige verten van stilte.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. Gehoord: 18/8.