Buitenbeentje in de Big Pharma

Het van oorsprong Duitse farmaceutisch bedrijf Merck is het braafste jongetje van de klas. In haar bedrijfsbiografie The Merck Druggernaut onderwerpt journaliste Fran Hawthorne de hele sector aan een kritische analyse.

Merck is een van de oudste nog werkzame chemisch-farmaceutische bedrijven ter wereld. De geschiedenis gaat terug tot het jaar 1668, toen Friedrich Jacob Merck de Engel-Apotheke in het Duitse Darmstadt kocht. In 1827 begon de onderneming met de grootschalige productie van alkaloïden, gevolgd door plantenextracten en vele andere chemicaliën.

De verwarring kwam na de Eerste Wereldoorlog, toen Merck veel van zijn buitenlandse ondernemingen afstootte, waaronder Merck & Co. in de Verenigde Staten. Dat werd een onafhankelijk farmaceutisch bedrijf. Het behoort nu samen met onder meer Pfizer en Glaxo-SmithKline tot de zogenoemde Big Pharma (de Europese tak ging overigens verder als Merck Sharp & Dohme). Misschien dat die eeuwenoude traditie ertoe heeft geleid dat Merck altijd een beetje een buitenbeentje is gebleven in de farmaceutische industrie.

In haar bedrijfsbiografie The Merck Druggernaut: The Inside Story of a Pharmaceutical Giant steekt Fran Hawthorne, redacteur van het tijdschrift Institutional Investor, haar sympathie voor de onderneming niet onder stoelen of banken. Niet alleen staat Merck te boek als een goede werkgever, het bedrijf was in het verleden ook tamelijk gul met het gratis ter beschikking stellen van geneesmiddelen ter bestrijding van bijvoorbeeld rivierblindheid. Ook is de farmaceut tamelijk voorzichtig geweest met het fêteren van artsen, het aanbieden van reisjes of cadeaus om zo meer geneesmiddelen te kunnen verkopen – een vorm van marketing die wereldwijd is bekritiseerd. Bovendien heeft Merck, in tegenstelling tot andere farmaceutische multinationals, vrijwel nooit problemen gehad met de Amerikaanse toezichthouder FDA. Geen enkel medicijn is ooit teruggeroepen, ondanks enkele onvoorziene bijwerkingen van sommige geneesmiddelen.

Toch heeft Merck moeite om zijn omzet en winstgevendheid om peil te houden. Vorig jaar raakte het bedrijf ook nog eens in opspraak omdat er over de laatste drie boekjaren te veel aan omzet zou zijn geboekt. Die onregelmatigheden werden geconstateerd bij dochterbedrijf Medco, de divisie met activiteiten in gezondheidsmanagement en distributie van medicijnen op recept.

The Merck Druggernaut gaat echter maar ten dele over Merck zelf. De ondertitel `Inside Story' dekt bij lange na de lading niet, want hoewel Hawthorne welwillend werd ontvangen op het hoofdkantoor in New Jersey, is het boek vooral een kritische analyse geworden van de farmasector als geheel, die al jaren worstelt met een negatief imago. De farmaceuten ontwikkelen voor veel geld geneesmiddelen die doorgaans tegen veel geld op de markt worden gebracht en gekocht worden door mensen die moeilijk zonder kunnen. Als na twintig jaar eindelijk het octrooi is verlopen, mogen andere fabrikanten goedkopere generieke varianten ontwikkelen. Maar eerder gaan de prijzen niet omlaag. Farmaceutische bedrijven proberen hun monopolierechten de laatste jaren zelfs zo lang mogelijk te rekken, bijvoorbeeld door net weer iets andere varianten van bestaande geneesmiddelen te ontwikkelen en daar weer octrooi op aan te vragen. Vraagtekens zijn ook te plaatsen bij de miljarden kostende onderzoeksprogramma's. Hoewel de budgetten daarvoor maar blijven stijgen, worden er niet meer of zelfs maar betere geneesmiddelen geproduceerd.

De farmasector zorgt al jaren goed voor zichzelf. Toen aids een probleem dreigde te worden in Afrika, was Merck weliswaar de eerste die prijsverlagingen aankondigde, maar die golden wel voor landen die door de Verenigde Naties nadrukkelijk als `zeer laag ontwikkeld' waren bestempeld. Farmaceuten vrezen al jaren dat prijsdiscriminatie ten gunste van ontwikkelingslanden zou kunnen leiden tot prijserosie in ontwikkelde landen. Ook stapte Merck samen met 38 andere farmaceutische bedrijven enkele jaren geleden naar de rechter om in Zuid-Afrika de invoer van goedkopere geneesmiddelen tegen aids tegen te houden. De golf van negatieve publiciteit die daarop volgde, betekende voor de farmaceutische industrie grote potentiële schade, een dalende omzet en verlies op de beurs.

Mede onder invloed van de publieke opinie is de laatste jaren dan ook een kentering zichtbaar in de starre houding van de farmaceuten. Ze moeten wel, willen ze niet telkens lik op stuk krijgen. Toen in 2001 de miltvuuraffaire losbarstte, besloot Canada het patent op het medicijn Cipro van Bayer geheel te negeren en één miljoen generieke tabletten van een concurrerend antibioticum te kopen. Ook de Braziliaanse regering dwong al eens lagere prijzen af na een dreigement met het uitgeven van dwanglicenties voor aids-remmers. Langzamerhand trekken de farmaceutische bedrijven dan ook bij: Pfizer doneerde al eens een geneesmiddel tegen schimmel aan Zuid-Afrika, en vervolgens aan nog eens vijftig arme landen. En Boehringer stelde gratis geneesmiddelen beschikbaar aan met hiv besmette moeders. Maar voor malaria en tuberculose worden dergelijke uitzonderingen nog niet gemaakt.

Van alle farmaceuten is volgens Merck niettemin het braafste jongetje van de klas, schrijft Hawthorne. Ondanks de scherpe kantjes heeft de onderneming beter inhoud weten te geven aan haar maatschappelijke betrokkenheid dan het gros van zijn rivalen.

The Merck Druggernaut: The Inside Story of a Pharmaceutical Giant, door Fran Hawthorne, uitg. Wiley Books, $24,95. ISBN D-471-22878-8.