Vissersvloot hoeft niet kleiner

De Nederlandse visserijvloot hoeft niet te krimpen van de Europese Commissie. Dat maakte minister Veerman (Landbouw) zaterdag bekend op de jaarlijkse Mosseldag in Yerseke. Wel wordt de schelpdiervisserij, die tot nu toe een uitzonderingspositie innam, voor het eerst aan banden gelegd.

Het besluit is de uitkomst van jarenlange onderhandelingen tussen Nederland en de Europese Commissie. De Commissie dreigde met strafmaatregelen omdat Nederland zich niet aan de vangstregels zou houden en een te grote visserijvloot zou hebben. Dit geschil is nu bijgelegd. Er zijn meer landen die met de Commissie een dergelijk meningsverschil hebben.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is de Europese Commissie inmiddels van mening dat Nederland aan alle regels voldoet. ,,We hebben de afgelopen jaren veel capaciteit ingeleverd, ieder jaar daalde de vangst met 2.000 ton.'' Daarnaast voldoen de Nederlandse trawlers (die buiten de territoriale wateren vissen) volgens de Commissie aan de Europese duurzaamheidseisen. Die houden onder meer in dat met de schepen gericht kan worden gevist, zonder bijvangst van jonge vis of andere soorten. Bijvangsten vormen een serieuze bedreiging van de visstand.

De Commissie legde wel een bevriezing op van de schelpdiervloot, die uit ongeveer honderd schepen bestaat. Tot nu toe gold geen maximum voor deze tak van visserij. In het vervolg moet een schelpdiervisser die meer wil vangen, vangstrechten kopen bij een andere visser. De kokkelvisserij ligt in Nederland al lang onder vuur van milieuorganisaties wegens de schade die zij zouden toebrengen aan zeebodem en ecosysteem in de Zeeuwse wateren en de Wadden. In Nederland vissen 25 schepen op kokkels.

De omvang van de vissersvloten van de EU-lidstaten is al geruime tijd onderwerp van discussie vanwege de overbevissing. Vorig jaar december sloten de EU-landen een akkoord over de hervorming van het visserijbeleid.