Servië eist actie van VN in Kosovo

Servië eist van de internationale gemeenschap dat ze het Kosovo Beschermingskorps TMK aanpakt, omdat deze civiele opvolger van het ontbonden Kosovo Bevrijdingsleger UÇK achter veel terreurdaden in Kosovo en Zuid-Servië zou zitten.

Dat zei de Servische vice-premier Nebojša Covic gisteren bij zijn vertrek naar New York, waar later vandaag de Veiligheidsraad van de VN een debat wijdt aan Kosovo.

In Belgrado werd gisteren gesuggereerd dat Servië de Veiligheidsraad zou vragen het TMK op de lijst van internationale terreurorganisaties te plaatsen, maar premier Zoran ˇZivkovic van Servië zei het ,,veel belangrijker'' te vinden dat de internationale gemeenschap haar houding jegens het TMK wijzigt.

Veel aanslagen in Kosovo en Zuid-Servië worden opgeëist door het Albanese Nationale Leger (AKSh), een schimmige organisatie die strijdt voor een Groot-Albanië en die op als terreurorganisatie wordt gezien. Volgens de Serviërs bestaat dit AKSh niet: het zou slechts een front zijn van het TMK. ,,Het AKSh is een computermisleiding, het een spel met internetsites. Het echte AKSh is het TMK'', zo zei Covic tegen het persbureau Tanjug. Hij zal vandaag de Veiligheidsraad vragen alle leden van het TMK door te lichten.

Het Kosovo Beschermingskorps werd in 1999 gesticht na de Kosovo-oorlog. De vredesmacht SFOR was Kosovo binnengetrokken en het Servische gezag maakte plaats voor een VN-bestuur. Voor het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, dat jarenlang tegen het Servische gezag had gevochten, was geen plaats meer. Het werd ontwapend en omgezet in het TMK, dat, hoewel nog lichtbewapend, een taak kreeg op het gebied van ordehandhaving en hulp bij calamiteiten. Het telde vijfduizend leden, van wie tweeduizend reservisten, en mocht nog maar over 750 wapens beschikken, voor trainingsdoeleinden, plus 1800 voor de persoonlijke verdediging. Servië heeft het TMK om die reden altijd als een paramilitaire organisatie beschouwd.

Het AKSh heeft in mei van dit jaar toegegeven dat sommige van zijn strijders afkomstig zijn uit het TMK, ,,al recruteren we daar niet bewust'', zoals een in België levend kopstuk van het geheime leger toen zei. Hij gaf toe dat de dader van een aanslag in april ,,overdag voor het TMK en 's nachts voor het AKSh werkte''. In diezelfde maand mei ontsloeg de chef van het TMK, Agim Çeku, drie lokale commandanten omdat ze betrokken waren bij het AKSh. De vredesmacht KFOR verweet Çeku toen te weinig te doen om extremisten buiten zijn organisatie te houden.