`Roepen langs de kant is slecht voor je land'

Opvallend afwezig in het rumoer rond de gespannen relatie tussen Nederland en de Antillen zijn hoger opgeleide Antillianen in Nederland. Hoe ver gaat hun betrokkenheid bij de Antillen en wat vinden ze van Anthony Godett?

Met trots schizofreen zijn ze, de Antillianen die in dit artikel aan het woord komen. De formulering is van Jaime de Sola (63), oud-directielid van Shell. Hij spreekt van mensen die ,,met één been hier en met één been daar zijn'', zoals hijzelf afwisselend in Wassenaar en Willemstad woont. Mensen die ,,proberen een brug te slaan tussen hun twee moederlanden''.

Op dit moment lijkt dat harder nodig dan ooit. Criminele Antilliaanse jongeren halen regelmatig het nieuws. Op de Antillen schoof de populaire politicus Anthony Godett, verdacht van het aannemen van smeergeld, valsheid in geschrifte en oplichting, vorige week zijn zus Mirna naar voren als premier. Wie zich hier ook publiekelijk over uitlaat, zelden betreft dat de `geslaagde' Antillianen in Nederland. Alsof ze er niets mee te maken hebben, zich niet betrokken voelen. Maar dat blijkt schijn.

Bijna allemaal zijn ze naar Nederland gekomen om te studeren, zoals ook deze maand weer 450 Antilliaanse studenten in Nederland aankwamen. Maria Cuartas (46), chef van het kabinet van de Amsterdamse burgemeester Cohen, studeerde rechten in Nijmegen. Rafaël Lambourghini (38), communicatie-medewerker bij het stedelijk jongerenwerk in de Bijlmer, volgde de Film- en Televisieacademie. Sommigen, zoals psychiater Herbert de Windt (72), gingen na hun studie eerst terug naar de Antillen, om pas jaren later in Nederland te gaan werken. Anderen bleven meteen in Nederland wonen, maar behielden een hechte band. Zo heeft hoogleraar internationaal belastingrecht Maarten Ellis (62) altijd geprobeerd de Antillen te `promoten', dat wil zeggen ,,werk naar de Antillen te brengen als dat mogelijk was''.

Waarom hoor je ze niet? Omdat het niet hun stijl is, zegt Carel de Haseth, tot voor kort gevolmachtigd minister voor de Antillen in Nederland. ,,Veel mensen hebben wel zorgen, maar gaan niet langs de kant staan roepen. Dat is uiteindelijk slecht voor je land. Het is rationeler om te adviseren, te coachen.'' Iemand als Jaime de Sola, met veel contacten in het bedrijfsleven, is volgens De Haseth op die manier al decennialang een constante factor op de achtergrond. Hetzelfde geldt voor Gilbert Wawoe, een goede vriend van De Sola, eveneens oud-directielid van Shell en lid van de Raad van State. Wawoe werd voor dit artikel wel geïnterviewd, maar blijft gezien zijn gevoelige functie liever ongeciteerd.

Jaime de Sola, een gezette man met een koninklijke onderscheiding pront op de borst, wil wel kwijt wat hij denkt over Anthony Godett. ,,We kijken het geïnteresseerd aan'', zegt hij luchtig. ,,Een beetje zoals hier tijdens Fortuyn. En we proberen een beetje bij te sturen.'' Omdat hij Godett zelf niet kent, doet hij vooral een beroep op de andere partijen in de coalitieregering van Mirna Godett. ,,Zij kunnen tegen hem zeggen: Meneer Godett, u zegt dat u bent gekozen door de armen. Maar om mensen meer koek te geven heeft u geld nodig. Ga je bij Holland aankloppen, dan moet je een toontje lager zingen.'' Verder houdt hij zich afzijdig, benadrukt De Sola. ,,Godett is democratisch gekozen.''

Ook andere hoogopgeleide Antillianen zijn mild over Godett. ,,Hij heeft een agressieve, provocerende houding. Maar dat is presentatie'', zegt Herbert de Windt, psychiater in Capelle aan den IJssel. ,,Achter al zijn uitspraken zit één inhoudelijk aspect: neem ons nou eindelijk eens au serieux. Die wens wordt door velen gedeeld, ook door mij. Toen ik als psychiater naar Nederland kwam, merkte ik dat ik niet voor vol werd aangezien.'' ,,Ik ben geen aanhanger van Godett, maar ik snap zijn feelings wel'', zegt Rafaël Lambourghini, een flamboyante jongen met rastahaar die opgroeide in de arme wijk Koraalspecht in Willemstad. ,,Hij is een arbeider. Hij vertegenwoordigt de arme zwarte man van Curaçao. En het is geen gek hoor, hij weet waar hij het over heeft.'' Ook over Mirna Godett ,,moet Nederland niet zeuren, vindt Maria Cuartas. ,,Wij weten ook niet waarom mensen in de Nederlandse politiek naar voren worden geschoven. Ik geef haar mijn vertrouwen, ze moet het gaan waarmaken.''

Daarbij, vindt men, heeft Nederland Godett een béétje aan zichzelf te danken. ,,We hebben enorm moeten afslanken onder druk van het Internationaal Monetair Fonds'', zegt Jaime de Sola. ,,Daardoor zijn heel veel mensen op straat komen te staan. Er zou uit Nederland een vangnet komen voor de ontslagenen. Een x bedrag. Dat werd een x min min min. Dus Nederland geeft zichzelf Godett.'' Ook Maria Cuartas denkt dat Godetts scheldpartijen op het IMF een belangrijke grond zijn voor zijn verkiezingsoverwinning in mei. ,,Maar omdat Nederlanders niets over de rol van het IMF op Curaçao weten, denken ze dat hij uit de lucht komt vallen.'' Volgens een woordvoerder van Binnenlandse Zaken stelde Nederland minder geld beschikbaar dan gepland omdat het IMF-programma al na korte tijd ,,in de versukkeling raakte''.

Er is veel ons-kent-ons in de Antilliaanse gemeenschap, maar de bevolkingsgroep is nauwelijks formeel georganiseerd. Antilliaanse organisaties in Nederland waren van oudsher vooral studentenverenigingen en welzijnsclubs. Organisaties als de `stichting Overlegorgaan Caribische Nederlanders' (OCaN), het officiële inspraakorgaan, en MAAPP, de Antilliaanse en Arubaanse Beweging voor Politieke Participatie, zijn geen spreekbuis voor de hele gemeenschap.

,,Er was nooit een reden voor een belangenorganisatie, want tot de jaren 80 waren er geen problemen met Antillianen in Nederland'', zegt Ruben Severina, onderwijzer volwasseneneducatie en voorzitter van de MAAPP. ,,Al die studenten kwamen goed terecht. Maar toen Shell op Curaçao dichtging in 1985, kwam de stroom op gang en kwamen de kansarme jongeren. Veel welzijnsorganisaties, die juist die jongeren zouden kunnen opvangen, zijn de afgelopen periode verdwenen door subsidiestops.''

Een deel van de jongere hoogopgeleiden ervaart het ontbreken van een spreekbuis als een gemis. ,,Dat de Antilliaanse gemeenschap geen opinion leaders heeft, vind ik een groot probleem'', zegt Arthur Kibbelaar (37), jurist, diplomaat op de Nederlandse ambassade in Madrid en vanaf 1 september voorlichter bij Buitenlandse Zaken ten behoeve van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in 2004. ,,Alleen Tweede Kamerlid John Leerdam schrijft stukken op de opiniepagina's van kranten.''

Kibbelaar is ongelukkig met de indruk dat geslaagde Antillianen zich niet betrokken voelen. ,,We zijn wel degelijk bezorgd. Niet per se vanwege Godett, dat speelt al langer.'' Zelf is hij aangesloten bij de Vereniging Antilliaans Netwerk (VAN), een netwerkclub voor studenten en `young professionals' met 70 betalende leden en een bestand van 350 geïnteresseerden, overwegend dertigers en veertigers.

,,Het Netwerk bestaat uit mensen die stevige maatschappelijke posities hebben verworven in Nederland. Anders dan de vorige generatie zijn ze niet gericht op terugkeer'', zegt Kibbelaar. Wat hem betreft mag de organisatie zich wel wat politieker profileren, maar een meerderheid is daar volgens hem tegen. ,,Met een paar anderen wil ik binnenkort wel iets opzetten om de communcatie tussen Nederland en de Antillen te bevorderen, met name op sociaal-maatschappelijk vlak. Ook willen we met Antillianen in bijvoorbeeld de VS mogelijkheden creëren voor samenwerkingsprojecten. We moeten verder kijken dan visumplicht en bodyscans.''

Over de exodus van kansarme jongeren, die in Nederland vaak in de criminaliteit belanden, bestaat een diepe schaamte binnen de Antilliaanse gemeenschap. ,,Vooral bij de Antillianen die het wel hebben gemaakt'', zegt Diana Morena Márquez (65), die schrijft voor Solo Magazine, een tijdschrift voor de Nederlandse markt dat deels in het Papiamentu verschijnt. Deze mensen, zegt ze, ,,wringen zich in allerlei bochten om te laten zien dat er ook goede Curaçaoenaren zijn. Daar maak ik mij boos om. Het gáát juist om degenen die niet de lagere school afmaken, die bolletjes slikken, die drugs gebruiken. Het onrecht is dat wij niet willen zien wat er aan de hand is''.

De oudere Antilliaanse elite is in meerderheid lichtgekleurd, de criminele jongeren zijn overwegend donker. Het Antilliaans Netwerk, met zijn oudere jongeren, is gemengd van kleur. Hoe diep lopen de raciale scheidslijnen op de Antillen?

Vast staat dat in de financiële - en zakenwereld de Spaanse en Portugese familienamen domineren (Maduro, Capriles), afkomstig van de Sefardische joden die sinds 1651 aanwezig zijn op Curaçao. Ook de nakomelingen van de protestantse Hollanders bekleden vaak hoge posities. Met name onder de zwarte Antillianen, nazaten van uit Afrika gehaalde slaven, komen armoede, een laag opleidingsniveau, verscheurde gezinnen en criminaliteit veel voor. ,,Godett heeft gelijk als hij de slavernij beschouwt als bron van veel van de huidige problemen van de zwarte bevolking'', zegt psychiater De Windt, wiens familie Zeeuwse wortels heeft maar door de eeuwen heen is gecreoliseerd (gemengd). ,,Negers werden geconditioneerd om onderdanig te zijn en dat minderwaardigheidscomplex zit ons nog steeds dwars. Tot ver in de vorige eeuw mochten negers blanken niet aankijken. Godett kijkt je niet alleen aan, hij scheldt je ook meteen uit.''

Sinds Godett de verkiezingen won, wordt in Nederland voor het eerst sinds lang weer openlijk gesproken over onafhankelijkheid van de Antillen. Bijna de helft van de Nederlandse bevolking voelt er wel voor, bleek dit weekend uit een enquête van RTL Nieuws. De hoogopgeleide Antillianen in Nederland niet. Zij zien juist meer in een sterkere band met Nederland. Herbert de Windt voelt wel iets voor een voorstel dat mr. Pieter van Vollenhoven in juni lanceerde, om de vijf Antillen de status te geven van Nederlandse gemeenten. De Windt: ,,Kijk naar de Fransen, die doen het ook zo met hun voormalige koloniën in het Caribisch gebied en dat gaat prima.''

Een andere aanleiding om de formele relatie weer eens onder de loep te nemen is het 50-jarig bestaan, volgend jaar december, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waarin de staatkundige verhoudingen tussen Nederland, Aruba en de Nederlandse Antillen zijn vastgelegd.

Het kabinet kondigde in het regeerakkoord al een ,,herbezinning op het Koninkrijksverband'' aan ter gelegenheid van dit jubileum. Pieter van Vollenhoven is voorzitter van het Comité 2004, een prestigieuze club die de onderlinge relaties wil verbeteren. Nederlandse leden zijn onder meer president van De Nederlandsche Bank Nout Wellink, oud-AH-topman Cees van der Hoeven en Ernst Hirsch Ballin, oud-minister van Justitie en Koninkrijkszaken.

De Antilliaanse tak van het Comité, voorgezeten door oud-gouverneur Jaime Saleh, bestaat uit de financiële top van Curaçao. Een van deze leden, Mees Pierson-directeur Gregory Elias, plaatste afgelopen zaterdag op eigen kosten paginagrote advertenties in de Telegraaf en regionale kranten om het op te nemen voor Antilliaanse jongeren.

Veel hoger opgeleide Antillianen in Nederland vinden dat er niet zoveel hoeft te veranderen aan het Statuut. Des te meer valt er te verbeteren aan de Nederlandse houding ten aanzien van de Antillen, menen zij. Wat het hardst nodig is, zegt Maria Cuartas, is dat Nederlanders beter worden geïnformeerd. ,,Nu is er heibel en schrijven jullie veel over de Antillen. De afgelopen vijf jaar las ik niets over hoe de vorige regering tegemoet kwam aan de eisen van het IMF en ingrijpende saneringen uitvoerde. Zo denken mensen hier dat het op dat eiland altijd hommeles is.''

De ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben bij de meeste hoogopgeleide Antillianen een slechte reputatie. ,,Die gedragen zich soms een beetje koloniaal'', zegt Jaime de Sola. Zo had hij op een ochtend eens een afspraak op het ministerie met een nieuwe directeur. ,,Om half negen belt de secretaresse: De directeur is net terug uit de VS, ze heeft een jetlag, kan het ook om drie uur. Ik zeg: Dat is goed, het kan ook morgen als ze wil. Néé, drie uur. Kom ik daar om drie uur, zegt de secretaresse met een brede grijns: Ze is toch blijven slapen. Dan word ik boos. `Jullie beginnen op de Antillen te lijken', heb ik gezegd.''

Hoogleraar internationaal belastingrecht Maarten Ellis, die op zijn dertiende van Curaçao naar Nederland kwam, adviseerde in de jaren negentig de Antilliaanse regering over een nieuwe belastingwetgeving met het doel ,,af te komen van het imago van louche belastingparadijs, zodat de Antillen weer mee konden komen in de witte wereld''. Volgens Ellis vertraagde Nederland dit proces voortdurend door steeds te hameren op korte-termijn-problemen.

,,Nederland wilde bijvoorbeeld eerst de fiscale emigratie oplossen, want dat kostte belastinggeld. Toen werd er drie jaar alleen maar over fiscale emigranten gepraat.'' Uiteindelijk strandde het project helemaal, toen Willem Vermeend als staatssecretaris van Financiën werd opgevolgd door Wouter Bos. ,,Die voerde een heel ander beleid. Het uitgangspunt van Vermeend was: wij moeten een oplossing vinden voor de problemen van de Antillen. Dat van Bos en zijn opvolgers: de Antillen moeten doen wat wij willen.'' Van acht jaar werk was niets over. ,,Nederland heeft wel geprobeerd iets te compenseren, maar heeft de Antillen de kans ontnomen op eigen kracht uit het slop te komen.''

Hoewel veel hoogopgeleide Antillianen scherpe kritiek hebben op Nederland, is tegelijk loyaliteit hoorbaar in hun toon, die zakelijk blijft. Alleen Lambourghini, die zijn droom om televisiemaker te worden in rook op zag gaan, klinkt soms bitter. ,,Je kunt hier werken wat je wilt, je wordt nooit zo goed als een witte Nederlander.'' Als hij kon, zegt hij, ging hij morgen weer op Curaçao wonen. Maar intussen is hij daar al jaren niet geweest: ,,Je kunt niet integreren als je voortdurend denkt: ik ga terug.''

Zo blijven ze allemaal op hun eigen manier schipperen tussen twee landen. Maarten Ellis was twee jaar geleden voor het laatst op de Antillen. Jaime de Sola woont er een groot deel van het jaar. Diana Márquez probeerde zich er een paar jaar geleden weer te vestigen, maar kon er niet meer aarden. ,,Ik zag zo'n choller (junk) naar mij kijken. Ik herkende hem eerst niet. Dat was een jongen bij wie ik vroeger altijd fruit kocht. Een fantastische jongen, zó'n levensvreugde. Ik ben niet gebleven. Ik kon het niet meer aan.''

    • Mark Duursma Joke Mat