Lakmoesproef voor Servische premier

Premier Zoran ˇZivkovic van Servië staat voor een dilemma: laat hij corrupte adviseurs vervolgen of niet. Het antwoord is bepalend voor de vraag of in Servië hervormers aan de macht zijn of niet.

De Servische premier Zoran ˇZivkovic staat voor de belangrijkste test sinds hij op 12 maart de vermoorde Zoran Djindjic opvolgde: laat hij twee wegens het witwassen van geld in opspraak geraakte adviseurs vervolgen, of doet hij dat niet. Met andere woorden: sluit hij, net als zijn voorganger, een compromis met de corrupte maar machtige kliek van zakenlieden annex maffiosi die sinds het regime van Slobodan Miloševic op financieel-economisch gebied de dienst uitmaakt of neemt hij afstand van die kliek?

De Servische regering slaagde er onlangs na maanden van vergeefse pogingen in de gouverneur van de Nationale Bank van Servië, Mladjan Dinkic, te dumpen. Dinkic, lid van de oppositionele partij G17 Plus – dé partij van de hervormers – en internationaal hoog aangeschreven als bankdirecteur, nam op de valreep wraak: hij produceerde documenten van de Hongaarse douane waarin twee van ˇZivkovic' adviseurs werden genoemd in verband met het witwassen van 1,02 miljoen euro via een bedrijf op de Seychellen. De Servische autoriteiten werd in die Hongaarse documenten gevraagd om een onderzoek naar de twee, Zoran Janjuševic, veiligheidsadviseur van ˇZivkovic, en Nemanja Kolešar, directeur van een bankinstelling van de regering. Met het Hongaarse document was echter niets gebeurd.

De twee betuigden luidkeels hun onschuld. Na Dinkic' onthulling begon de politie een onderzoek, waarvan het resultaat bestemd is voor de openbare aanklager. De vraag is echter vooral of het tot een vervolging van de twee komt. De kwestie heeft al geleid tot heftige conflicten binnen de Servische regering: bij een recente stormachtige kabinetszitting pleitten drie van de zes vice-premiers voor het ontslag van de twee, maar formeel blijft ˇZivkovic hun de hand boven het hoofd houden.

Analisten als ˇZeljko Cvijanovic van het Balkan Crisis Report (een uitgave van het Institute for War and Peace Reporting), gaan er van uit dat ˇZivkovic binnen enkele dagen moet besluiten of hij de twee laat vervolgen of niet. Het wordt een lakmoesproef, zo schreef ˇZeljko Cvijanovic: als hij ze laat vervolgen, betekent dat dat hij de corrupte financieel-economische elite van Servië de oorlog verklaart. Als hij daarentegen besluit de twee te ontslaan maar vervolging tegen te houden, betekent dat dat hij het compromis, dat Zoran Djindjic met de maffiose economische elite sloot na de val van Miloševic, voortzet.

Janjuševic (in 1992 en 1993 werkzaam voor de geheime dienst van de Bosnische Serviërs) en Kolešar (groot geworden bij een van de huisbanken van Miloševic) maken beiden deel uit van die elite. Djindjic' compromis met die elite hield in dat Miloševic' steunpilaren hun gestolen geld konden houden, net als hun invloedrijke en lucratieve banen; niemand hoefde zich waar dan ook voor te verantwoorden. Sterker: ze mochten geld op Zwitserse bankrekeningen waarop na de val van Miloševic beslag was gelegd, houden en naar Servië terughalen – ze gebruikten het prompt om hun bescherming (door de ook al niet van maffiosi gezuiverde politie en geheime diensten) te financieren en om regeringsfunctionarissen om te kopen. In ruil moesten deze ,,transitiegieren'' (zoals Dinkic ze vorige week noemde) het nieuwe bewind van Djindjic steunen.

Als ˇZivkovic besluit de twee niet te vervolgen, komt dat neer op zijn definitieve ontmaskering als hervormer. Die reputatie is sowieso al sterk aangetast door de manier waarop hij, op politiek-persoonlijke eerder dan zakelijke gronden, Dinkic uit zijn functie heeft verdreven.

Een van ˇZivkovic' problemen is dat hij niet zonder de financieel-economische elite kan. Hij heeft, anders dan Djindjic, geen eigen machtsbasis. Het opbouwen van een machtsbasis vergt tijd, maar tijd is precies wat hij niet heeft: hij moet beslissen over het lot van zijn adviseurs.

Zijn probleem wordt nog verergerd door het gestaag teruglopen van de populariteit van zijn partijencoalitie DOS. Volgens de jongste peilingen staat DOS op de derde plaats (na G17 Plus en de partij van ex-president Koštunica) en op de lijst van populaire politici is ˇZivkovic in geen velden of wegen te ontdekken (de lijst wordt aangevoerd door de leiders van G17 Plus). Bij een peiling in juli bleek ook nog eens 45 procent van de Serviërs te vinden dat het land de verkeerde kant op gaat (39 procent vond de richting juist). Na de moord op Djindjic vond nog maar 16 procent de richting verkeerd.