Het moeras van begrip

Mijn vriend gaat naar de demonstratie in Amsterdam-west waar een politieman een Marokkaanse messentrekker heeft doodgeschoten. ,,Zeg ze dat ik voor de politieman ben'', roep ik door de telefoon. Hij lacht, terwijl hij licht hijgend fietst, en antwoordt: ,,Je bent te kort in Nederland om je ermee te bemoeien.''

Hij heeft gelijk, ik ben kort in Nederland, dertien dagen om precies te zijn. Vanaf volgende week of zo ga ik me beginnen te bemoeien met het land, want bemoeien, dat is tenslotte wel mijn vak. Bemoeien, oordelen, meningen zoeken, wij zijn meningzoekers, zoals anderen zoeken naar goud of asiel.

Het gekke is dat oordelen mij meestal makkelijker afgaat als ik ergens kort ben. Zodra ik er lang ben gaat dat oergevaarlijke verschijnsel meespelen dat `begrip' heet. Men zegt dat je iets eerst moet begrijpen voordat je het beoordeelt, maar hoe meer je begrijpt, vanuit meer kanten en standpunten, hoe minder je het ene of het andere gelijk kunt geven.

Ik zag laatst The Quiet American, die hoofdrolspeler Michael Caine danig heeft verprutst. Hij moet een buitenlandcorrespondent in Vietnam spelen die zich nergens meer wat van aantrekt. Opium schuiven, zijn vriendinnetje beminnen, dat is al wat hem nog rest. Zijn Vietnamese assistent zegt op een gegeven moment: men moet partij kiezen om mens te kunnen zijn. In die zin is deze correspondent geen mens, want partijloos. Maar in de film heeft Caine niet de ruimte om die toestand voelbaar te maken en blijft de plotselinge ommezwaai naar het moment waarop hij wél partij kiest in de lucht hangen. Jammer, het had een mooie film kunnen worden.

Partij kiezen nadat je alle partijen hebt gehoord is het moeilijkste wat er is, ik zou nooit een rechter kunnen zijn. Als de partijen in kwestie abstracties zijn – de arbeidersklasse, de allochtonen, de jeugd – gaat het nog, maar o wee wanneer het echte mensen betreft. Hoe misdadig de verhoudingen ook lijken, als je er lang genoeg naar kijkt weet je opeens niet meer wat je ervan moet denken.

Er is een meisje in de buurt waar ik woonde in Delhi, van een jaar of veertien, vijftien, afkomstig uit een woestijndorp in Rajasthan. Ze is met haar oma naar Delhi gekomen, ze behoren tot de kaste van vegers en vuilophalers. Oma en meisje moesten ergens wonen, maar je kunt niet zomaar in een sloppenwijk neerstrijken, sloppen zijn goed georganiseerde eenheden met een baas. De sloppenbaas, een tandeloze oude man met een half dicht oog, vroeg de oma of ze sieraden had, maar die had ze niet. Toen stelde de sloppenbaas voor dat hij met het meisje zou slapen in ruil voor een plek voor de hut. Oma had geen keus en meisje vond het best. Ze vond het zelfs zo best dat ze permanent bij de sloppenbaas introk, zodat ze geen vuil hoefde op te halen en de hele dag haar haren kon zitten kammen. Mooi lang haar, een rank lichaam en een fijn gezicht. Dat is alles wat ze heeft en ze heeft het tot een goede ruil gebracht, als je het haar vraagt.

Zo, nu gaan we een potje oordelen. Neem oma, zij redde het meisje waarschijnlijk uit iets erbarmelijks in het dorp, vrouwen met jonge meisjes zijn altijd ergens voor op de vlucht. In sommige dorpen in Rajasthan worden meisjes uitgehuwelijkt aan vijf of zes broers tegelijk, het is een oud gebruik dat ook in de religieuze mythen voorkomt, maar het moet voor de bruid geen pretje zijn om klaar te moeten liggen voor vijf of zes van die pezige hengsten en niet te weten wie de vader is van elk kind dat iedere negen maanden geboren wordt.

Oké, de sloppenbaas dan. Een oude viezerik die misbruik maakt van twee machteloze vrouwen? Nou, niet helemaal. Hij biedt ze niet alleen een woonplek, maar ook bescherming en bescherming is van alle menselijke behoeften misschien wel de belangrijkste. Onder het halfwakende oog van de sloppenbaas kunnen ze aan water en brandhout komen en worden ze niet aangerand als ze 's avonds op een veldje hun behoeften doen.

Het meisje tot slot; om de één of andere reden denken we dat veertienjarige meisjes de onschuld zelve zijn en altijd hulpeloos en zielig, in plaats van gewiekst en geslepen. Ik zou zeggen dat het meisje haar oma misbruikt, door haar niet te helpen met het werk en de hele dag maar te luieren.

Wat hou je dan over? De maatschappij? De cultuur, de economie, de armoede, de woningnood en al die dingen waar op Wereldbank-niveau over wordt nagedacht? Natuurlijk is dat allemaal heel erg schuldig aan het lot van oma en meisje, maar dat is alleen voor de volle idioot verrassend.

Steeds dieper raakte ik in India in het moeras van begrip en wat was het leven in de eerste paar maanden toch eenvoudig en overzichtelijk! Er zijn mensen die hun naïviteit heel lang kunnen vasthouden, maar zij hebben dan ook meestal naïeve meningen. Dat is wat V.S. Naipaul bedoelde toen hij zei dat je op het eerste gezicht een stel verwaarloosbare mensen op straat ziet slapen. Maar kijk, kijk beter, dan zie je een heus gezin dat zich wast en een maal bereidt alsof ze beschut zijn en een privé-leven hebben. Maar ook voor Naipaul is het een oefening van jaren geweest en pas in zijn latere reisboeken onthoudt hij zich definitief van een oordeel. Maar toen wisten we ook niet meer wat we eraan hadden.

Het is een lastig, hardnekkig en irritant dilemma, oordelen en begrijpen, en misschien is het niet eens zo onverstandig om maar gewoon te beschrijven, als een sport op zich, zonder morele bedoelingen. Dan weet je misschien niet meteen wat je eraan hebt, maar het is opgetekend, vastgelegd, getoond.

Ik zal mijn vriend die naar Amsterdam-west fietst maar eens opnieuw bellen en roepen: ,,Zeg ze dat ik voor niemand ben.'' Net als Humphry Bogart in Casablanca: I stick my neck out for nobody. Het lijkt me zo heerlijk om je nergens mee te bemoeien. Gewoon begrijpen en niet oordelen. Geen partij kiezen, geen mens zijn.

ramdas@nrc.nl