Hekkensluiter

NU DE LANGE Europese zomervakanties op hun einde lopen, vraagt de stand van de economie weer om aandacht. Het beeld in Europa is zorgelijk, zeker in vergelijking met dat in de Verenigde Staten. De drie grootste economieën van het eurogebied staan er slecht voor. Duitsland verkeert in een recessie, de werkloosheid in de oostelijke deelstaten is chronisch en het overheidstekort is zo groot dat de Europese commissie dreigt met strafmaatregelen. Frankrijk doet het economisch iets beter, maar neemt een loopje met de begrotingsregels van de Europese Unie. De Italiaanse economie neemt ook af. Dichter bij huis is Nederlandse economie al drie kwartalen achtereen bezig kleiner te worden. Afgelopen week maakte het CBS bekend dat de krimp in het tweede kwartaal 0,9 procent op jaarbasis bedroeg en daarmee noteert Nederland op dit moment de grootste economische teruggang in de EU.

Dit negatieve resultaat kan worden afgezet tegen het succes eind jaren negentig toen de Nederlandse economie beter dan gemiddeld presteerde. De groei ging gepaard met krapte op de arbeidsmarkt en loonstijgingen. Een periode van loonmatiging ligt voor de hand en de bereidheid hiertoe tekent zich af nu de werkloosheid oploopt. De sociale partners in het Nederlandse model zijn flexibeler dan in andere Europese landen waar de vakbonden verbeten vasthouden aan hun eisen en de remweg van de loonmatiging langer is.

De Europese recessie heeft per land uiteenlopende oorzaken, maar een daarvan is een gegeven waarmee op de langere termijn alle Europese landen te maken hebben: de demografie. De Europese bevolking vergrijst en ontgroent. Minder jongeren en meer ouderen zullen de komende decennia niet alleen leiden tot financieringscrises in de publieke pensioenstelsels, maar ook tot een gestage daling van de bevolkingsomvang in een toenemend aantal landen. Het groeipotentieel van de Europese economieën neemt hierdoor duurzaam af.

Ten tweede drukken de collectieve lasten zwaar op de economie. Frankrijk, Italië en Duitsland hebben eindelijk de politieke moed verzameld om te beginnen aan hervormingen van de stelsels van gezondheidszorg, sociale zekerheid en pensioenen. In Nederland is dat proces eerder begonnen, maar niet afgerond. Zie de plannen van het nieuwe kabinet en het verzet dat daartegen bij voorbaat is aangekondigd. Wil Nederland snel de positie van economische hekkensluiter in Europa kwijtraken, dan zijn combinaties van loonmatiging en aanpassingen van de collectieve stelsels onvermijdelijk. Dan kan het herstel snel inzetten.