Grote verschillen in efficiency bij publieke omroep

De kleine educatieve omroep Teleac heeft een zwaarder (en duurder) management dan de grootste publieke omroepen, die veel meer zendtijd hebben. Eenderde van alle medewerkers van Teleac (59 van de 189 fte's, volledige banen) heeft een staffunctie.

Dat blijkt uit vertrouwelijke gegevens die het bureau McKinsey heeft verzameld over mogelijke organisatie- en efficiëntieverbeteringen bij de publieke omroep. Het onderzoek, dat in juni werd gepresenteerd, is gedaan in opdracht van het ministerie van OC en W. Het onderzoek volgde op het besluit van het kabinet om een structurele bezuiniging, oplopend tot tachtig miljoen euro, op te leggen aan de publieke omroep.

In het eindrapport van McKinsey zijn de namen van de omroepen weggelaten, waardoor een vergelijking tussen de verschillende omroepen niet mogelijk was. McKinsey blijkt de omroepen echter vertrouwelijk overzichten te hebben gegeven waarin wél namen genoemd worden.

De gegevens bieden inzicht in hoe de individuele omroepen in 2002 hun (publieke) omroepgeld, bedoeld voor het maken van programma's, hebben uitgegeven. Tientallen miljoenen euro's blijken te zijn besteed aan een zware bezetting van staffuncties, royale behuizing, leegstand van studio's en hoge tarieven voor ingehuurde faciliteiten. Daarbij is, blijkt uit de vertrouwelijke cijfers, de ene omroep zuiniger dan de andere. McKinsey trekt geen conclusie over de totale efficiëntie per omroep.

Tot de omroepen die, in verhouding, een flink deel van het budget opmaken aan overhead en andere indirecte kosten, behoort Teleac. De omroep (14 uur televisie en 10 uur radio per week) legt zich samen met Nederlandse Onderwijstelevisie en RVU, binnen de stichting Educatieve Omroepcombinatie (Educom) toe op onderwijs, scholing en vorming.

Teleac heeft twaalf staffunctionarissen voor management, bestuur en beleid. De overige 47 managers houden zich bezig met financiën, administratie, personeel, juridische zaken, civiele dienst en huishoudelijke zaken. Het management omvat 31,2 procent van het personeelsbestand.

Alleen NOS RTV heeft meer staffunctionarissen (67), maar deze omroep is met 645 personeelsleden en 47 uur televisie en 80 uur radio per week, drie keer zo groot als Teleac. Alle A-omroepen hebben minder staffuncties dan Teleac. EO (13,4 procent) en NPS (19,3 procent) hebben het minst zware management. TROS en VPRO hebben met respectievelijk 26,9 procent en 21,2 procent juist een zware top.

Teleac komt ook bij enkele andere kostenuitgaven slecht uit de bus, onder meer door hoge kosten voor kantoorruimte. [Vervolg OMROEP: pagina 3]

OMROEP

Royale behuizing meeste omroepen

[Vervolg van pagina 1] Waar volgens McKinsey in de kantoormarkt 15 tot 20 m2 per fte het gemiddelde is, zijn de omroepen royaler behuisd. Het ruimst hebben Teleac (29 m2 per fte), het bestuur van de Publieke Omroep (30) en de TROS (30) het. Een uitzondering zijn NOS RTV (14 m2 per fte), EO (15) en AKN (AVRO/KRO/NCRV) (19).

McKinsey signaleert ook dat de publieke omroepen hun studio's slecht benutten. Ze staan vaak leeg. De omroepen bouwden – met de publieke middelen – allemaal eigen studio's; veel samenwerking om kosten te besparen was er niet.

McKinsey becijferde dat de Teleac-studio's slechts 1.178 uur per jaar worden gebruikt. De `best practice norm' ligt volgens het onderzoeksbureau op 7.436 uur per studio per jaar. Overigens blijken nagenoeg alle publieke omroepen te kampen met een onderbezetting van hun radiostudio's.

Voor televisiestudio's geldt hetzelfde: ze staan vaak leeg. De televisiestudio van de VPRO haalt met 1.208 gebruiksuren per jaar nog niet de helft van het aantal uren (2.500 uur per jaar) dat volgens McKinsey nodig is om een rendabel te zijn. Dat geldt ook voor de eigen ruimten van de omroepen voor het monteren van televisieproducties. Ook daarvoor ligt de norm op 2.500 uur per jaar. Behalve de NOS RTV haalt geen enkele omroep de norm, met als uitschieter de IKON met slechts 743 uur.

Onderling werken de omroepen ook nauwelijks samen bij het inhuren van faciliteiten zoals studio`s en cameramensen. De tarieven die ze betalen, worden bovendien niet uitgewisseld. McKinsey legde bloot dat omroepen zeer verschillende bedragen betalen voor dezelfde voorzieningen.

Als de VARA één dag een kleine reportagewagen nodig heeft, betaalt de omroep 1.125 euro, zo blijkt uit de vertrouwelijke cijfers van McKinsey. De AKN-omroepen geven daarentegen niet meer dan 660 euro per dag voor zo'n wagen uit. Voor het huren van `een kleine studio met basistechniek' betaalt de EO 6.100 euro per dag, de VARA de helft (3.060 euro).

McKinsey adviseert dan ook de faciliteiten voortaan gezamenlijk in te kopen. Dat dat tot nu toe niet of nauwelijks gebeurde, houdt verband met de autonomie van de publieke omroepen. Ze mogen – binnen de grenzen van de Mediawet, het hun toegewezen deel van het omroepgeld naar eigen inzicht besteden. Voor Educom was dat in 2002 25 miljoen euro, elke A-omroep kreeg 35,4 miljoen euro.

Kleine omroepen blijken naar verhouding veel te betalen voor huisvesting en voorzieningen. Zo betaalde in 2002 de IKON 1.032 euro per medewerker aan kopieer- en drukwerk, Teleac 452 euro en BNN 438 euro. De EO daarentegen gaf niet meer dan 178 euro per medewerker uit. Ook bij de kosten voor huisvesting en voorzieningen behoort Teleac tot de omroepen die relatief veel geld uitgeven. De omroep betaalt aan huur, afschrijving en onderhoud van gebouwen 208 euro per m2 (marktprijs is 140 tot 180 euro). Alleen de NPS betaalt meer (211 euro). Goedkoopst zijn VPRO (142), BNN (159) en AKN en EO (elk 168).

Er blijken ook verschillen te zijn in de gemiddelde hoogte van de salarissen van werknemers in vaste dienst bij de publieke omroepen. EO en VARA betalen het slechts met respectievelijk 2.786 en 2.896 euro als gemiddeld maandsalaris. Tot de best betalende omroepen behoren VPRO, TROS en NPS met respectievelijk 3.085, 3.146 en 3.238 euro gemiddeld per maand.De opdrachtgever voor het McKinsey-onderzoek, het ministerie van OC en W, zegt de prestaties per omroep niet te kennen. ,,Wij hebben alleen het eindrapport en daar zijn we tevreden over.'' McKinsey wil niet reageren. Ook de woordvoerster van Teleac wil niet inhoudelijk reageren: ,,De woordvoering wordt gedaan door de raad van bestuur van de Publieke Omroep''. Die laat weten dat overzichten waarin omroepen met naam en toenaam worden vergeleken ,,niet bestaan''. De woordvoerder: ,,De raad van bestuur kent zo'n stuk niet. Elke omroep heeft wel de gegevens van zichzelf gekregen. Maar er is maar één McKinsey-rapport en daar staan geen namen in.''