Ervaren rechter als aanklager

De advocaat wordt opgevolgd door een rechter. Pieter Kalbfleisch (56) zal vanaf 22 september de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) leiden als directeur-generaal. Hij is nu nog vice-president van de rechtbank van Den Haag. Hij volgt Anne Willem Kist op, die op 1 januari 2003 voorzitter werd van het College van bestuur van de Universiteit Leiden.

Kalbfleisch treft de NMa in een periode van uitbouw van de activiteiten en groei van de organisatie: toezicht op concurrentie in het openbaar vervoer per 1 januari 2004 (door de nieuw te vormen `Vervoerskamer'), uitbreiding van het toezicht op de energiesector (door de DTe) door de verwachte volledige liberalisering van de elektriciteitsmarkt in 2004, toezicht op de zorgsector die de komende jaren wordt gedereguleerd. De NMa is ook fors uitgebreid: van 187 arbeidsplaatsen in 2001 naar 330 nu. Leiding van deze organisatie vergt veel inhoudelijke en organisatorische kennis en ervaring. Daarnaast is het een meer openbare functie dan het rechterschap; een daadkrachtig handhavingsbeleid levert nu eenmaal altijd veel kritiek op. De NMa-topman moet dat beleid vervolgens publiekelijk kunnen toelichten en verdedigen.

Kalbfleisch zelf ziet op beide punten geen wezenlijk verschil met zijn huidige werk. Aan publiciteit is hij gewend als bestuurslid van een van de grootste rechtbanken van Nederland. ,,Bovendien heb ik binnen het hoofdbestuur van de Nederlandse Vereniging voor rechtspraak de portefeuille publiciteit'', zegt Kalbfleisch. ,,In die functie heb ik mij regelmatig gemengd in discussies over de kwaliteit van de rechtspraak en de rechterlijke macht.'' Het gaat hem ook makkelijk af: ,,Ik ben open, en ik communiceer makkelijk''.

Ook het besturen van een groot ambtelijk apparaat is niets nieuws. Als waarnemend president had Kalbfleisch eerder de leiding over de rechtbank. ,,De NMa is half zo groot als de rechtbank van Den Haag, waar 700 man werken.''

Wel nieuw voor Kalbfleisch is het internationale aspect van de functie. Met de decentralisatie van het Europese mededingingsrecht zal de rol van de nationale toezichthouders de komende jaren in belang toenemen. Een aspect daarvan is het bevorderen van harmonisatie van de mededingingsregimes van lidstaten. ,,Nederland wil een belangrijke rol spelen in Europa. En daar hoort ook een goede samenwerking van de toezichthouders op het gebied van mededingingsrecht bij.''

Kalbfleisch betreurt het dat zijn benoeming meebrengt dat hij alle nevenfuncties moet opgeven die strijdig kunnen zijn met de taken van de NMa. Zoals het voorzitterschap van de commissie van beroep betaald voetbal van de KNVB. Mede-commissielid Erik van den Emster, president van de rechtbank te Rotterdam, betreurt dat verplichte vertrek. Hij heeft enig voorbehoud bij de benoeming van de rechter als toezichthouder. ,,De toezichthouder is aanklager en beoordelaar tegelijk. Daartussen zit een zekere spanning, die inherent is aan de organisatie van de NMa.'' Kalbfleisch erkent dat, maar ziet geen problemen zolang de procedures van de NMa transparant zijn (onderzoek en besluit worden door verschillende afdelingen uitgevoerd) en de beslissingen consistent.

,,Het is eenvoudig eigenlijk: ik ben toezichthouder. Als ik iets constateer wat niet in overeenstemming is met de regels, treed ik op. Dat is mijn taak.''