De schande van Afrika

Idi Amin was de Afrikaanse leider die het populisme het verst heeft doorgevoerd. Hij genoot het tragi-komische aanzien van een nationaal leider: hij deed menigeen schuddebuiken met zijn grappen, maar was meedogenloos voor tegenstanders – ongeacht of zij huismoeder, minister of aartsbisschop waren. Van regeren had hij geen verstand en Oeganda veranderde gedurende zijn achtjarige bewind in een slachthuis. Zaterdag overleed de `slachter van Oeganda' op vermoedelijk 75-jarige leeftijd in Jeddah in Saoedi-Arabië. Hij was al enige tijd ernstig ziek.

Direct na zijn staatsgreep in 1971 werd Amin door zijn stunts populair in zowel Oeganda als elders op het continent. Op een bijeenkomst van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid in Kampala liet hij zich door blanken binnendragen. Hij vroeg koningin Elizabeth om de hand van haar dochter, prinses Anne. En hij benoemde zichzelf tot `Veldmaarschalk voor het leven' en `Overwinnaar van het Britse Imperium'.

Amin personifieerde agressief zwart leiderschap, bevrijd van de onderdanigheid uit de tijd van de blanke overheersing. Hij wenste Richard Nixon `een spoedig herstel van uw Watergateschandaal' en hij noemde Adolf Hitler in een brief aan de Israëlische premier Golda Meir `een groot leider' . In 1972 probeerde de Tanzaniaanse leider Julius Nyerere met een interventiemacht tevergeefs om Amin te verdrijven. Amin stuurde een telegram: ,,Ik hou veel van u en als u een vrouw zou zijn zou ik zelfs overwegen met u te trouwen, al heeft u grijs haar op uw hoofd.''

Amin, die het ooit tot bokskampioen van Oeganda had geschopt, wist hoe hij de man op de straat moest plezieren. Na een visionaire droom verscheen hij op een dag in 1972 in zijn pyjama op het balkon. Hij vertelde de menigte dat God hem had opgedragen alle Aziaten te verdrijven. Als na 9 november 1972 nog één Aziaat in Oeganda verblijft, zo zei Amin, ,,zal ik jullie laten voelen hoe het is om op vuur te zitten''. Een glimlach verscheen op het gezicht van de 112 kilo zware `Big Daddy'. De meeste van de 60.000 Oegandese Aziaten dachten dat Amin hen slechts bang wilde maken. Ze hadden het mis: Amin hield zich aan zijn woord en alle Aziaten waren binnen enkele maanden vertrokken. Medewerkers van Amin en Afrikaanse zakenlui kregen hun bezittingen.

Amin was van simpele komaf. Zijn moeder nam haar rond 1928 in noordwest-Oeganda geboren zoon mee naar het zuidelijke Jinja. Het jochie groeide op in de straten van deze stad aan het Victoria-meer waar de Britten de kazernes van hun elite eenheid, de King's African Rifles, hadden gevestigd. Volgens het concept van de Britse generaal Lugard was deze eenheid opgebouwd uit huurlingen van marginale stammen, die buiten hun eigen woongebieden werden ingezet. Deze zwarte soldaten in dienst van de blanken werden bezetters, een uitstekend instrument voor de kolonisten bij de onderdrukking van de Afrikaanse bevolking.

Amin viel in de smaak bij de soldaten van de King's African Rifles. Zijn brede schouders en ook zijn afkomst uit het verre noorden pasten bij het regiment. Hij werd gerekruteerd en opgeleid door de Britten, die hem in de jaren vijftig inzetten bij de onderdrukking van de Mau Mau-beweging in Kenia en tegen opstandige nomaden in Oeganda. Ten tijde van de Oegandese onafhankelijkheid in 1962 stond hij bekend als een gerespecteerd officier. Hij werd al snel stafchef van het Oegandese leger.

In 1966 verdreven zijn troepen in opdracht van premier Milton Obote president Frederick Mutesa. Obote werd een president die, volgens het voorbeeld van Tanzania en Zambia, Oeganda ging omvormen tot een socialistische éénpartijstaat. Amin raakte betrokken bij de smokkel van goud uit Oost-Congo en andere corruptie, waarna Oboto hem wilde ontslaan. Amin voelde de wind aankomen en greep de macht toen Obote op 25 januari 1971 in Singapore verbleef voor een top van het Gemenebest. Groot-Brittannië, angstig voor Obote's socialisme, en ook Israël steunden hem.

Amins tomeloze energie compenseerde zijn middelmatige intelligentie. Zijn presidentschap was het eerste in het onafhankelijke Afrika waarvan schijnbare dwazen een schrikbewind maakten; de Centraal-Afrikaanse keizer Bokassa en Macias Nguema van Equatoriaal Guinée zouden volgen. Enkele Westerse popmusici en komieken dreven de spot met Amin en weten zijn bizarre gedrag bijvoorbeeld aan een ongeneeslijke geslachtsziekte. Amin was een uitstekende showman. Tijdens kabinetszittingen verveelde hij zich snel en hij sprak verward over politieke en economische zaken. Op zijn reizen door het land voerde hij gevangengenomen tegenstanders mee die hij gekneveld op het podium aan de menigtes tentoonstelde. Hij zorgde altijd voor amusement. Gruwelijk als het moest, met de lijken voor de krokodillen in de Nijl.

Hij bouwde zijn leger op naar het voorbeeld van de King's African Rifles. De leden van zijn eigen Kakwa-stam uit het noordwesten en huurlingen uit Soedan bleken efficiënt bij de onderdrukking van de bevolking, die na de economische neergang door Amins wanbeleid diens grappen niet meer lustte. Vele Oegandezen zijn tot op de dag van vandaag nog niet verlost van het trauma door die terreur: zij raken in paniek bij het zien van een militair uniform of duiken ineen bij het knallen van een uitlaatpijp. Als Amins soldaten arriveerden, waren de straten en de dorpen snel verlaten, uit angst voor plunderingen en verkrachtingen. Naar schatting 300.000 burgers kwamen om tijdens zijn bewind, onder wie de Anglicaanse aartsbisschop Janani Luwun.

Amin vertrouwde niemand en was met niemand bevriend. Niemand wist waar hij 's nachts zou slapen. Talrijke Oegandezen, onder wie menig minister, moesten bij hem op audiëntie waarna ze voor altijd verdwenen. Amin zocht steun in de Arabische wereld en toen Palestijnen in 1976 een vliegtuig kaapten en naar Oeganda vlogen, konden de kapers op zijn steun rekenen. Israël organiseerde een reddingsactie op het vliegveld van Entebbe en bevrijdde de meeste gijzelaars. Maar één vrouw, de Israëlische huismoeder Dora Bloch, was achtergebleven in Oeganda. Uit woede liet Amin haar doden. Hij kreeg nu de naam van `zwarte Hitler'. De toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken David Owen zei zaterdag voor de BBC dat hij in de jaren zeventig heeft overwogen Amin te laten vermoorden. Owen zei zaterdag dat het voorstel was weggehoond, maar dat hij er nog steeds geen spijt van heeft. ,,Het is een schande dat we hebben toegestaan dat hij zo lang aan de macht bleef.''

In 1979 stuurde de Tanzaniaanse leider Nyerere opnieuw zijn troepen Oeganda in en dit keer lukte het hem wel om een einde te maken aan wat de schande van Afrika was geworden. Zo groot was de wanorde in Oeganda dat er nog zeven jaar van chaos, vernietiging en burgeroorlog zouden volgden, alvorens in 1986 de guerrillastrijder Yoweri Museveni de macht greep en de stabiliteit terugkeerde.

De laatste 23 jaar was Amin als `vroom moslim' te gast in Saoedi-Arabië, maar hij mocht zijn mond nooit meer opendoen. Twee jaar geleden bereikte Oeganda weer het inkomensniveau van 1972, toen Amin aan de macht was gekomen.

Met medewerking van Titia Ketelaar.