Collegaatje

Onlangs schreef ik op deze plaats dat ik mij erger aan vrouwen die andere vrouwen betitelen als vrouwtje. Dat kwam mij op tientallen mailtjes te staan. Sommige bevatten aanvullingen die ik u niet wil onthouden. Zo schreef een vrouw uit Rotterdam: ,,Ik werk in een soort opvangcentrum. Regelmatig belt een politieman of -vrouw op met de mededeling: `Er staat hier een vrouwtje aan de balie.' Dat is dan een mishandelde vrouw op de vlucht. Ik vraag altijd: `Komt ze boven de balie uit?'''

Er was ook een vrouw die het gebruik van vrouwtje interpreteerde als ,,een uiting van vrouwelijke verbroedering''. ,,Misschien zegt het'', schreef zij, ,,zoiets als: `Wij vrouwen, wij zijn vele handen op één buik, en als verbonden adepten van de derde emancipatiegolf noemen wij elkaar liefkozend vrouwtje. Ik noem mijn vriendinnetjes – let op de verkleining! – ook wijffie, slettebakkie en tuttebel. Dat is puur gekscherend bedoeld. Maar toch is het anders, want ik gebruik deze benamingen alleen maar bij het rechtstreeks aanspreken van die meisjes, en nooit wanneer ik het tegen anderen over hen heb. Dat zou net als bij vrouwtje weer absoluut niet kunnen. Bovendien ligt het er bij deze woorden erg dik bovenop dat ze kleinerend zijn, zodat je gelijk begrijpt dat het om een grapje gaat. Vrouwtje is veel minder cru en daardoor is de bedoeling van het gebruik veel diffuser.''

Er waren ook lezers die dieper ingingen op de recente geschiedenis van aanspreekvormen van vrouwen. Zo schreef een vrouw van 72: ,,Ik herinner mij dat men het in een ver verleden niet netjes vond om zomaar vrouw te zeggen. Je had het over een juffrouw, een mevrouw of een dame. Een vrouw was een volksvrouw, het klonk zo ruw! En je had geen vriendin maar een vriendinnetje. Een paar jaar geleden ben ik nog erg vrolijk geworden door een negentigjarige die het over haar vriendinnetje had van dezelfde leeftijd.''

Een en ander werd deels bevestigd door Jo Daan, een bekende dialectologe van 93, die mailde: ,,Ik ben bezig met mijn autobiografie waarin drie emancipaties behandeld moeten worden, met die van kort na W.O. II, toen getrouwde vrouwen zich verbeeldden meer waard te zijn dan ongetrouwde vrouwen. Toneelspeelsters en vrouwen in andere kunstvormen lieten zich toen mevrouw noemen. Vóór die oorlog was het criterium de stand. De hogere burgerstand kende mevrouwen, de middenstand juffrouwen en de plattelanders vrouwen. Ik kan me dat goed herinneren, want in 1937 verbleef ik telkens enkele weken of maanden op Wieringen. Ik logeerde dan bij een boerenechtpaar, en vroeg wat ik tegen hen moest zeggen. Boer kon gerust, maar boerin niet. De boerin antwoordde dat ik maar vrouw moest zeggen. Dat wilde ik niet, want de werksters van mijn moeder, kostelijke vrouwen uit de Jordaan, lieten zich ook mevrouw noemen. Mijn moeder omzeilde dat door ze direct te tutoyeren.''

Tot slot waren er nogal wat lezers – mannen én vrouwen – die zich ergerden aan een tegenhanger van vrouwtje, namelijk collegaatje. Zo schreef iemand: ,,Naast vrouwtje hoor ik heel wat vrouwen collegaatje zeggen. Ik heb me ervan overtuigd dat ze daarbij niet verwijzen naar collega's van een geringe fysieke postuur. Kennelijk is het de bedoeling bij het gebruik van dit woord het formele karakter van het woord collega te vermijden. Naar mijn ervaring wordt collegaatje uitsluitend gebruikt door vrouwen voor vrouwelijke collega's.'' En iemand anders schreef: ,,Vrouwen verkleinen elkaar en waarom ze dat op deze manier doen heb ik me vaak afgevraagd. Is het vriendelijkheid, gaat het om het aangeven van een rang, of is misschien zelfs een vorm van onschadelijk maken? Hoe dan ook: mannen heb ik een collega (mannelijk of vrouwelijk) nog nooit een collegaatje horen noemen. Gek genoeg gebruiken echtgenotes het woord collegaatje óók voor de vrouwelijke collega's van hun man. Met de emotionele lading die daarbij hoort. Geen probleem als een vrouw over haar echtgenoot zegt `Frits is gaan stappen met een collega', maar zeker weten dat `Frits is gaan stappen met een collegaatje' duidt op gedonder in de glazen.''

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl