Athene 2004 raakt uit zicht voor vrouwenturnploeg

Het is onzeker of de Nederlandse turnsters zich als team plaatsen voor de Olympische Spelen. Bij de wereldkampioenschappen in Anaheim staat Nederland na de eerste dag van de landenwedstrijd weliswaar vijfde, maar van de dertig landen zijn er vannacht slechts zeven in actie gekomen. De score van 141.196 punten biedt weinig perspectief op een plaats bij de eerste twaalf, die recht geeft op deelname aan de Olympische Spelen van volgend jaar in Athene.

De absentie van Verona van de Leur en Renske Endel wreekte zich. Waar het gepasseerde tweetal met hoge scores doorgaans de ploeg op het gewenste niveau houdt, moesten vannacht naast kopvrouw Suzanne Harmes de vijftienjarigen Mayra Kroonen en Loes Linders en de door blessures aangeslagen Berber van den Berg en Gabriëlla Wammes Nederland in de race voor Athene houden. En dat bleek te veel gevraagd. Kroonen en Linders viel weinig te verwijten, omdat in hun oefeningen de hoge moeilijkheidsgraad ontbrak. Wammes en Van den Berg des te meer, omdat zij iets langer meelopen. Bondscoach Frank Louter noemde van Wammes drie van de vier oefeningen ,,ronduit bagger''.

Buiten de sprong ging het met de Nederlandse turnsters op de overige toestellen goed mis. Kroonen en Wammes verknalden hun brugoefening door een val, terwijl zowel Wammes als Van den Berg van de balk tuimelden. Op vloer belandde Wammes op haar billen en bleef Van den Berg achter bij de verwachtingen. Het was dat de `youngsters' Kroonen en Linders zich op zowel balk als vloer staande hielden, anders waren de olympische perspectieven van Nederland vannacht reeds vervaagd; nu is er – bijna tegen beter weten in – nog enige hoop.

Vooral bondscoach Frank Louter hield er na afloop de moed in. Hij wilde vooralsnog niet erkennen dat de score vrijwel zeker ontoereikend is voor olympische kwalificatie; Louter klampte zich vast aan de strohalm dat andere landen vandaag evenzeer in de fout kunnen gaan. Een analyse van het klassement-na-één-dag leerde Louter evenwel dat het om zal spannen of Nederland zich rechtstreeks plaatst voor de Olympische Spelen. De bondscoach: ,,Ik had gehoopt op 142.000 punten, maar nu het bijna een punt minder is geworden zijn de kansen afgenomen, maar nog niet verkeken.''

Het was voor Louter praten tegen beter weten in. Want de coach kreeg vannacht nogmaals bevestigd dat het vrouwenturnen in Nederland voor internationaal aansprekende prestaties voornamelijk is aangewezen op Van der Leur. Het enige lichtpuntje is Harmes, die stabiel turnde en met een waardering van 9,400 op vloer zelfs uitzicht heeft op een toestelfinale. Maar ook de Nederlands kampioene mist de klasse en de persoonlijkheid om de negatieve spiraal in het team te doorbreken.

Mocht Nederland voor volgend jaar geen plaats in Athene afdwingen, dan valt dat voor een belangrijk deel te wijten aan domme pech. Uitgerekend in de aanloop naar de WK raakten Van de Leur, Endel en Van den Berg zwaar geblesseerd en kon Wammes als gevolg van een opspelende rugkwaal enige weken niet trainen. Zij werd op de valreep meegenomen naar de Verenigde Staten, waar een ,,wonderbaarlijke genezing'' haar alsnog een plaats in de ploeg opleverde. Achteraf is het een onverantwoorde beslissing geweest, want Wammes verkwanselde de punten die Nederland nu al in Athene had kunnen brengen.

In het geval de Olympische Spelen aan het Nederlands team voorbij gaan, resteert de kans op individuele deelname van maximaal twee turnsters. Maar dan moet Nederland wel tussen de twaalfde en achttiende plaats eindigen; anders wordt het hopen op een wildcard voor één turnster. Nadeel daarvan is dat er doorgaans turners uit `ontwikkelingslanden' voor in aanmerking komen.

Opvallend aan de Nederlandse turnsters was hun ingetogen en koel gedrag. Waar de buitenlanders elkaar in voor- en tegenspoed met knuffels en bemoedigende tikjes steunden, hielden de Nederlanders het koel en zakelijk. De teamspirit was ver te zoeken.

In aanloop naar de landenwedstrijd had Willem Veldman, technisch coördinator van de gymnastiekbond, juryleden een klassement laten maken op grond van de `uitgangswaarden'. Daarin nam Nederland een negende plaats in. Bij een analyse van de podiumtraining, twee dagen voor de wedstrijd, kwam Nederland twee plaatsen lager uit. Van de landen die lager stonden zijn Canada en Duitsland met hun score inmiddels hoger uitgekomen. Op basis van die rekensom zou Nederland dan net buiten de eerste twaalf vallen.