Vechtmachines in dreunende disco

Militaire elite-eenheden, altijd al voorwerp van grote publieke belangstelling, kwamen in 1980 pas goed in de schijnwerpers te staan. Letterlijk. In dat jaar bevrijdden, zwaar bewapende, ninja-achtige mannen van de Britse elite-eenheid Special Air Service, SAS, voor het oog van de televisie-camera's een aantal gijzelaars uit de Iraanse ambassade in Londen. Het was een scène uit een actiethriller, maar dan echt.

De Golfoorlog van 1991 wakkerde de interesse van die met mysteries omgeven commandos hevig aan. Als Mad Max uitgedoste SAS'ers joegen toen achter Iraakse Scud-batterijen aan en ontvoerden hoge officieren, hun kikvorscollega's van het Special Boat Squadron, SBS, bliezen commandocentra op of hielden wekenlang vermomd als dukdalf Iraakse mijnenleggers in de gaten. Hun duvelstoejagende Amerikaanse collega's, de Seals van de marine en de Delta Force anti-terreureenheid, bliezen toen ook een partij mee. En dat doen ze nog steeds, het meest zichtbaar in Afghanistan en in Irak.

Al deze belangstelling laat zich afmeten aan de steeds grotere plankruimte die de boekhandelaren reserveren voor werkjes over al deze special forces: autobiografieën, overlevingshandleidingen, historische terugblikken. De kwaliteit daarvan is zeer divers. Soms is het authentiek, goed doortimmerd en interessant materiaal: mensen die voor dat soort eenheden werken kúnnen ook geen alledaagse figuren zijn.

Maar soms zijn alleen wat opgewarmd feitjes, aangelengd met plaatjes die je gratis van het Internet kunt trekken, aaneengevoegd om te profiteren van de voort durende commando-hype.

Bij documentaires over al deze elite-eenheden is het niveau van het gebodene eveneens nogal variabel. De kwaliteit van de reportage over de opleiding van de Rangers, een soort stoottroepen van het Amerikaanse leger, stelt helaas teleur. Dat ligt niet aan de beelden van de bijna negen weken durende slijtageslag. De doelgroep van geïnteresseerden wordt keurig bediend: mannen rollen door de modder, kruipen door het bos, springen uit vliegtuigen en helikopters. Slechts één op de zes kandidaten mag aan het eind van de afvalrace het Ranger-insigne op zijn uniform stikken.

Wat het kijken vergalt is het leeghoofdige commentaar. In geen enkele zin mag blijkbaar een superlatief ontbreken: gruwelijk, moordlustig, dodelijk, afschuwelijk, bloedstollend. En dit alles wordt ook nog verteld in de dictie van een radioreclame voor de eerstvolgende beachparty. Op de achtergrond dreunt martiale disco. Zo wordt US Army Rangers voor de kijkers ook een afvalrace.

US Army Rangers, SBS6, 23.10-0.10u.