Stroom scheidt rijken en armen

De beelden uit New York hadden iets vertrouwds. De traag bewegende mensenmassa op bruggen en wegen, verdwaald tussen werk en woning, deed denken aan het platteland van KwaZulu Natal op de zondagochtend. Dan marcheren de Zulu's in hetzelfde tempo naar hun kerken. Net als in New York zonder stroom, wacht in KwaZulu Natal op zondagochtend ook niemand op de bus. Omdat de bus nog nooit gekomen is.

De menigte Amerikaanse forenzen die vanuit het standpunt van de camera op een volgevreten slang leek, deed denken aan Zimbabwe. Sinds een maand of tien wandelen Zimbabweanen in de grote steden evenveel als hun landgenoten op het platteland. Kortsluiting tussen de president en het in zijn ogen boze westen heeft er voor gezorgd dat benzine er inmiddels even schaars is, als elektriciteit dezer dagen in het noordoosten van Amerika.

De beelden uit de VS deden ook denken aan de vader van Cyril Ramaphosa, de man die zo vaak wordt genoemd als de mogelijke opvolger van de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki. Pa Ramaphosa moest in zijn tijd drie maanden lopen om vanuit zijn geboortedorp in het noorden van Zuid-Afrika bij de mijnen in de Oranje Vrijstaat te komen. Daar werkte hij dan zes maanden, om vervolgens weer drie maanden te moeten lopen om zijn zuurverdiende salaris met vrouw en kinderen te kunnen delen.

Zonder stroom leek Amerika ineens op Afrika. Zonder stroom verdween de illusie van controle. Zonder stroom werd de hitte welhaast onhoudbaar. Zonder stroom had werken geen zin en duurde de reis naar huis wel erg lang. Zonder stroom werd het ook echt donker toen de zon onderging.

Voor bijna tweederde van de Afrikanen is stroom nog steeds een luxe. In de krottenwijken rond Johannesburg stelen de allerarmsten de elektriciteit van hun buren door een ijzerdraadje aan de kabels te hangen. Soms lees je in de kranten over meisjes van vier die over zo'n draadje zijn gestruikeld en er voorgoed aan zijn blijven plakken.

Stroom maakt het onderscheid tussen rijk en arm, tussen werk en werkeloos. In Zuid-Afrika, met eerste en derde wereld zo dicht op elkaar, houdt stroom die werelden op afstand. Stroom opent en sluit de op afstand bedienbare garagedeuren. Stroom houdt de dieven weg die zonder de draden met 4000 voltover de hoge muren zouden komen. Stroom waarschuwt het particuliere bewakingsbedrijf dat na een druk op de knop zijn zwaarbewapende mannen er op uitstuurt om de rijken uit handen van de armen te redden.

De beelden uit New York riepen de vraag op wat er was gebeurd als `Blackout 2003', of `kragonderbreking 2003 ' zoals het in Zuid-Afrika zou heten, in dit deel van de wereld had plaatsgevonden. Zouden extra journaals ook burgemeesters aan het woord laten om de bevolking tot kalmte te manen? Zou er angst zijn en paniek, zo'n zelfde gevoel van onmacht?

Het gebrek aan stroom heeft de Afrikaan wel nerveuzer gemaakt over de nacht. In het absolute donker kan hij zijn vijanden niet zien en blijft hij liever thuis. Vraag een Afrikaan niet om na zonsondergang nog de weg op te gaan. De nacht stelt hem bloot aan gevaren die hij overdag tenminste kan overzien. Gaten in de weg, criminelen, boze geesten, tovenaars.

Maar door het gebrek aan stroom is de Afrikaan ook onafhankelijker dan de Amerikaan. Hij heeft geen elektriciteit nodig om zijn maaltijd te koken of om zijn groenten vers te houden. Hij heeft geen stroom nodig om zijn kleren te wassen of om thuis te komen. Hij heeft ook geen stekkers nodig om zich in de avond te vermaken. Op het Afrikaanse platteland hoor je tot diep in de nacht de stemmen rond het kampvuur.

Het gebrek aan stroom heeft van de Afrikaanse mens ook een laconieker mens gemaakt. De Afrikaan regeert de wereld niet, hij wordt geregeerd. De krachten die beslissen over geluk en tegenspoed zijn bovennatuurlijk en nauwelijks te beïnvloeden. Een Afrikaan zegt niet: `ik heb de bus gemist'. Hij zegt: `de bus heeft mij verlaten'.

Een zoektocht naar de schuldige van kragonderbreking 2003 zou voor de Afrikaan dan ook tijdverspilling zijn. Als de stroom ons heeft verlaten, dan zullen de krachten daar wel een reden voor hebben. Wie denkt dat de fout bij het elektriciteitsbedrijf ligt, is hopeloos naïef.