`Scheisse, we zijn er geweest'

De Oostenrijkse zakenman in ruste Ingo Bleckmann was een van de toeristen die in de Algerijnse woestijn werden ontvoerd door fundamentalistische moslims. Hij kreeg begrip voor zijn ontvoerders tijdens zijn gedwongen verblijf van 52 dagen in de Sahara. `Ik kan je niet beloven dat ik moslim word. Wel iets anders. Ik ga de koran lezen.'

Ingo Bleckmann houdt van extreme situaties. 's Winters gaat de ondernemer uit Salzburg graag de Oostenrijkse bergen in, met ontbloot bovenlijf. Toen hij begin dit jaar, samen met een groep reizigers, in de hete Algerijnse Sahara door fundamentalistische moslims werd ontvoerd, sliep hij als enige in de open lucht terwijl het afkoelde tot om het vriespunt. Daarmee imponeerde hij de Algerijnse ontvoerders van de Salafistische Groep voor Prediking en Strijd (GSPC).

,,Ingo, waarom eet jij altijd als laatste?'', vroeg Abdel Haq hem op de vijfde dag. Abdel Haq, een donkere man met een zwarte baard en een zwarte tulband, was een van de twee leiders van de ontvoerders. Bleckmann antwoordde: ,,Eerst moet de groep genoeg hebben.''

Na die avond hoefde Bleckmann niet langer vergeefs naar de ontvoerders te gaan in de hoop informatie los te krijgen. Ze kwamen naar hem toe. Ze hadden hem erkend als leider van de groep en wilden alles van hem weten. Tijdens hun tocht door de woestijn sprak Bleckmann urenlang met de ontvoerders over Mohammed en God, over onderdrukking en verzet, over vrouwen en de islam, over Bin Laden en geweld. Ook over het zoeken van nieuwe waterbronnen. Bleckmann is niet alleen ondernemer, hij is ook natuurkundige.

Op een avond, na een dwaaltocht door de woestijn, zei Abdel Kadah, de andere leider van de moslims, tegen hem: ,,Ingo, ik heb een wens. Word moslim, dan zal ik je weerzien in het paradijs.'' Bleckmann was geroerd. Voor het eerst zag hij op het gezicht van de meest woeste ontvoerder een brede lach verschijnen. ,,Ik kan je niet beloven dat ik moslim word'', zei Bleckmann. ,,Wel iets anders. Ik ga de koran lezen.''

Dat doet Bleckmann ook, na de spectaculaire actie van het Algerijnse leger waarbij alle 17 ontvoerde Europeanen vrijkwamen. We zitten op het terras van Bleckmanns vakantiehuis aan de Wolfgangsee, vlakbij Salzburg. Bleckmann is net uit het meer gestapt. Een rijzige man met kort grijs haar, gespierd, gebruind. Hij ziet eruit als een atleet op een foto van Leni Riefenstahl, alleen iets ouder. Zestig is hij.

Tweeënvijftig dagen was hij in handen van de Algerijnse ontvoerders. Samen met zijn zoon en vijftien andere Oostenrijkers en Duitsers. Een tweede groep met veertien Europeanen, onder wie de Nederlander Arjen Hilbers, zit nog vast.

In twee maanden had Ingo Bleckmann met zijn ontvoerders een vertrouwelijke, bijna vriendschappelijke relatie opgebouwd. Het werd hem door andere ontvoerde landgenoten niet altijd in dank afgenomen. Sommigen spraken zelfs van het Stockholmsyndroom – het verschijnsel dat ontvoerden na verloop van tijd sympathie krijgen voor hun ontvoerders.

Bleckmann haalt er zijn schouders over op. Hij sprak als enige Frans en werd daarom al gauw de belangrijkste contactpersoon voor de ontvoerders. Hij wilde weten wat de Algerijnen dreef. En de groep heeft daar volgens Bleckmann baat bij gehad. ,,Ik denk dat het zonder de vriendschap met de moslims nooit gelukt was onze groep heelhuids uit de woestijn te krijgen.''

Het was geen killer gang, zegt Bleckmann. Het zijn fundamentalistische gelovigen die op losgeld uit zijn. Ze willen wapens kopen voor hun strijd tegen de Algerijnse regering. In 1991 wonnen de fundamentalistische partijen de verkiezingen, maar het leger greep in – met steun van Frankrijk – en voorkwam dat Algerije een theocratie werd naar Iraans voorbeeld.

,,Wij zijn soennieten en staan het dichtst bij Allah'', legden ze Bleckmann uit. ,,Osama bin Laden is ons grote voorbeeld.''

,,Waarom?'', wilde Bleckmann weten.

,,We vereren hem, omdat hij een sterk leider is. Hij koppelt een krachtig geloof in Allah aan een extreem islamisme en hij doet alles om deze ideeën te verbreiden'', antwoordden ze hem.

Toen Bleckmann tegenwierp dat Bin Laden de dood van duizenden onschuldige mensen op zijn geweten had, reageerden ze heftig: hij was niet de dader. Ze veroordeelden de aanslag op het World Trade Center in New York. Al-Qaeda had daar niets mee te maken. De Amerikaanse president Bush zocht volgens de ontvoerders een zondebok. ,,Als ik ze zei dat ontvoeringen en het doden van mensen niet zijn goed te praten, luisterden ze aandachtig'', zegt Bleckmann. Hij probeerde ze duidelijk te maken dat je mensen een geloof niet op kunt leggen. ,,Ze zullen nooit met hun hart geloven.'' Het leek alsof ze hem begrepen en daarna alleen maar beter naar hem luisterden. ,,Dat is ons dilemma'', was hun reactie.

Volgens Bleckmann zijn de ontvoerders geen harde terroristen die zichzelf opblazen en honderden mensen mee de dood inslepen. ,,Het Algerijnse volk is groot onrecht aangedaan en dat willen ze ongedaan maken.'' Bleckmann begrijpt hun motivatie. ,,Maar ze zijn de weg kwijtgeraakt, ze grijpen naar de verkeerde middelen.''

Kalashnikovs

Ingo Bleckmann wilde zijn zoon beter leren kennen. Jarenlang had hij voor zijn bedrijf geleefd, Bleckmann AG, producent van huishoudelijke artikelen. Nadat hij de firma had verkocht, kreeg hij meer tijd voor zijn vier jongens. Elk jaar maakte hij met een van hen een reis. Ditmaal was Andreas (25) aan de beurt.

Samen met zes andere Oostenrijkers en een gids gingen ze begin dit jaar op expeditie naar het Hoggargebergte, in het diepe zuiden van Algerije. Dit deel van de Sahara bestaat uit rode zandzeeën en zandduinen.

De stad Tamanrasset, midden in het Hoggargebergte, was een belangrijk reisdoel. Vroeger al trok deze plek missionarissen aan en ontdekkingsreizigers zoals de Fransman Charles Foucauld (Frère Charles de Jésus), die leefde met de geïsoleerde stammen in de Sahara.

Via de `Gravenpiste', een lange karavaanweg door het zand, zouden ze naar het zuiden reizen. Pas later ontdekte Bleckmann dat het ook een belangrijke smokkelroute is voor tabak, drank en drugs. De smokkelbendes zouden in contact staan met radicale islamieten van de Salafistenorganisatie, waarvan de ontvoerders deel uitmaken. De Algerijnse terreurgroep GSPC (Groupe Salafiste pour la Prédication et le Combat) is een radicale splinter van de religieuze FIS-partij, het Front van Islamitische Redding, dat in '91, samen met andere religieuze politieke bondgenoten, de verkiezingen won. In de strijd tussen de fundamentalistische oppositie en regering zijn sindsdien zeker 200.000 doden gevallen.

De Salafisten zijn verantwoordelijk voor ontvoeringen, moordpartijen en aanslagen, niet alleen in Algerije, maar ook in Frankrijk. Volgens de Britse terroristenspecialist Rohan Gunaratna is de Salafistische organisatie in de jaren '90 geïnfiltreerd door Al-Qaeda. Via de Salafisten heeft Bin Laden vaste voet aan de grond gekregen in Europa. Radicale moslims die de afgelopen jaren in Frankrijk, Duitsland, België of Nederland werden gearresteerd, bleken telkens weer lid te zijn van de Algerijnse Salafisten.

Op de boot naar Noord-Afrika had Bleckmann geruchten gehoord over Duitsers die vermist werden. Maar hun Oostenrijkse gids, die het gebied goed kende, verzekerde hem dat de route via de Gravenpiste veilig was. Wel hadden ze Algiers in Noord-Algerije gemeden wegens het gevaar van aanslagen.

De groep Oostenrijkers was naar Tunis gevaren en bij het Zoute Meer van El Oued het oosten van Algerije binnengereden. Ze hadden de hele week geen toerist gezien. Ze waren al een eind op weg naar het zuiden toen een zandstorm opstak. Plots doken in de verte de contouren op van een Landrover. Toen de auto dichterbij kwam, zagen ze een Duits nummerbord.

,,We dachten'', zegt Bleckmann, ,,dat het reizigers waren. We stapten uit onze jeeps en toen we allemaal om de Landrover stonden, zwaaiden de deuren open en sprongen er zo'n acht mannen uit.'' Sommigen hadden militaire jacks aan, de meesten droegen lange gewaden en tulbanden. Jullie hoeven niet bang te zijn, riepen ze in het Frans, ,,blijf rustig, dit is alleen een controle.'' Toen hij in de loop van de kalashnikovs van de ontvoerders keek, dacht hij ,,Scheisse, das ist das Ende, we zijn er geweest''.

Bleckmann was niet van plan zich als een mak schaap naar de slachtbank te laten voeren, zijn zoon Andreas ook niet. Maar slechts drie groepsleden bleken bereid over verzet na te denken. Daarop besloot Bleckmann contact te zoeken met de ontvoerders. Aanvankelijk waren de moslimmannen erg terughoudend.

Steeds naast de bestuurder

's Nachts reisden ze in jeeps, overdag hield de groep zich schuil om niet door het Algerijnse leger te worden gevonden. ,,Ik zorgde ervoor dat ik tijdens het transport steeds naast de bestuurder zat. Rechts uit het raam kon ik de sterren zien. Links zag ik de kilometerstand. Zodoende kon ik me steeds goed oriënteren'', zegt Bleckmann, een ervaren schipper. Hij merkte dat ze bijvoorbeeld regelmatig in cirkels reden om hun achtervolgers op een dwaalspoor te brengen. Ook wist hij dat ze ver uit de buurt waren van nederzettingen, zodat ze geen vlucht konden riskeren. Vier, vijf dagen in de woestijn zonder water overleef je niet.

Overdag konden de gijzelaars zich vrij bewegen. De bewakers zaten op zo'n 100 meter afstand. Een enkele keer, bij een oase, mochten ze zelfs zwemmen. En ze kregen hun boeken en schrijfgerei terug die bij de overval waren afgepakt.

Waarom begonnen de Algerijnen zo'n actie? Bleckmann: ,,Ik dacht, het zijn mensen zoals wij, die doen niet zomaar iets. De meesten waren heel ontwikkeld. Hun leeftijd varieerde van 18 tot 45 jaar. Er zaten studenten bij, geologie en biologie.'' Met Tsjeded bijvoorbeeld, een geologiestudent, kon hij uren spreken over de lakvorming op bepaalde stenen in de woestijn. De oudere ontvoerders werkten. Een van hen, Abdullah, was beheerder van grote landbouwgebieden, een ander was autotechnicus.

Al gauw merkte Bleckmann dat er twee leiders waren, Abdel Haq en Abdel Kadah. ,,Abdel Haq betekent `De waarheid zoekende', zegt hij. ,,Hij was de softste van de twee, een aangename man met wie ik de helft van de tijd een haast vriendschappelijke relatie had.'' Abdel Kadah betekent `de in de natuur zoekende'. Hij was de jager. Als de groep zich overdag schuil hield, ging Abdel Kadah eropuit om waterbronnen te zoeken en voedsel.

Intussen was duidelijk geworden dat er een tweede groep toeristen – Duitsers, Zwitsers en een Nederlander – in de omgeving gevangen werd gehouden door leden van dezelfde Salafistische organisatie. Ook was de groep van Bleckmann groter geworden, omdat de moslims tijdens de reis verschillende Duitse toeristen gevangen namen. Wat de ontvoerders wilden, was aanvankelijk onduidelijk, zegt Bleckmann. Ze wachtten bij alles op instructies van `de emir'. ,,Ze wilden ons niet doden, zeiden ze. Ook al waren we in de ogen van de ontvoerders ongelovigen. De strenge islamist is ook tegenover ongelovigen behoedzaam. Want voor Allah, net als voor God, is de mens het hoogste wezen.''

De ontvoerders vertelden Bleckmann hoe het leger tijdens de machtsovername had huisgehouden. Vele moslims werden vermoord, alleen omdat ze er `verdacht fundamentalistisch' uitzagen. ,,Ze hadden allemaal hun eigen verhaal dat tot deze extreme weg had geleid'', vertelt Bleckmann. ,,Dschafa was bijvoorbeeld een zoon van rijke ouders. Zijn vader en moeder hadden na de militaire machtsovername, begin jaren '90, de wijk genomen naar Europa. Daar bezitten ze nu een van de beste hotels.'' Bleckmann wil niet kwijt waar, om ze te beschermen.

Dschafa bleef achter in Algiers, ging studeren en kwam met de Algerijnse oppositie in aanraking. Bleckmann: ,,`Waarom ben je zo radicaal geworden', vroeg ik op een dag. `Ik ben bang voor satan', antwoordde hij. Hij is 32 jaar en de enige zoon. Zijn vader wilde dat hij het hotel zou overnemen. Maar Dschafa verafschuwde die barbaarse luxe. Ook de vrouwen in het westen zijn heel anders. `In elke leuke vrouw steekt de duivel', vond hij. In Europa zou hij worden verleid door de aardse geneugten. `Het leven is zo kort en het paradijs zo oneindig. Waarom zou ik riskeren in dit korte leven te worden misleid door de duivel', zei hij.''

Een van de andere ontvoerders had als jongen van twaalf jaar gezien hoe zijn vader werd doodgeschoten, alleen omdat hij een baard droeg. ,,Hij had helemaal geen extreme ideeën'', vertelt Bleckmann. ,,Weer een ander had als lid van de oppositie vijf jaar in de gevangenis gezeten. Hij was gemarteld.''

Bidden om diesel

Tijdens de tocht door de woestijn stopten de ontvoerders om te bidden, vier maal per dag. ,,De Arabische taal is vrij hard, maar hun gebeden tot Allah klonken zacht en muzikaal'', vertelt Bleckmann. ,,Ze baden dat de ontvoering goed zou aflopen, dat ze het losgeld zouden krijgen en dat ons niets zou gebeuren. Ook wensten ze dat Allah ze zou beschermen tegen giftige slangenbeten, en dat ze genoeg diesel voor de reis zouden hebben.''

Alles in het leven van de ontvoerders draaide om Allah. Op een dag waren Bleckmann en een van de ontvoerders in een auto op zoek naar water. De benzine raakte op en ze kwamen vast te zitten. Er was geen leven te bekennen, de groep was ver weg. Dat was het dan, dacht de Oostenrijker. Maar de jonge Salafist zei: ,,Ingo, maak je niet druk. Allah zal voor ons zorgen.'' Twee uur later verscheen Abdel Kadah. Hij was ze gaan zoeken en had een nieuwe buit: een Duitse archeoloog die in zijn jeep 400 liter diesel bij zich had.

Zo ging het bij alles. ,,We werden regelmatig gebeten door slangen, maar sommige ontvoerders vertelden trots dat zij nooit gebeten werden. Zodra een slang in de buurt is, blijven we doodstil liggen en denken aan Allah, beweerden ze.''

De ontvoerders begrepen er niets van hoe westerlingen met vrouwen omgaan, viel Bleckmann op. ,,`Ingo, jullie houden niet van jullie vrouwen', zei een van de ontvoerders me. `Jullie weten toch hoe begeerlijk andere mannen naar jullie vrouwen kijken en toch laten jullie ze in een bikini of naakt op het strand rondlopen. Daarom bedekken we onze vrouwen. Maar thuis hebben ze alle rechten, daar zijn wij heel klein en zijn zij groot'.''

Toen de ontvoering langer duurde, merkte Bleckmann dat de moslims zich er zorgen over maakten dat de groep bij een bevrijdingsactie iets zou overkomen. Ze hadden inmiddels een losgeld van 65 miljoen euro geëist, en werden op de hielen gezeten door het Algerijnse leger.

Op 13 mei opende Algerijnse soldaten de aanval. Volgens Bleckmann renden de ontvoerders van de groep weg om de toeristen buiten het vuurgevecht te houden. De ontvoerden konden de woestijn heelhuids verlaten. Van de dertig ontvoerders zouden er volgens Bleckmann minstens drie zijn gedood. De rest kon vermoedelijk vluchten. ,,Uiteindelijk zijn ze niet tot het uiterste gegaan'', zegt Bleckmann. ,,Toen de ontvoerders zagen dat ze verloren, hadden ze ons gemakkelijk kunnen doden.'' Tijdens ons gesprek op het terras noemt hij ze dan ook geen moment terroristen, maar mujahedeen, islamitische vrijheidsstrijders.

Het lot van de tweede groep ontvoerde Europeanen speelt voortdurend door zijn hoofd. Ze zouden zich intussen in Mali bevinden, vertelt hij. Een Touaregleider zou bemiddelen over een losgeld dat is opgelopen tot 80 miljoen euro. ,,Willen de ontvoerden overleven, dan moet er desnoods maar losgeld betaald worden'', vindt Bleckmann. Hij vreest dat de moslims ditmaal wel tot het uiterste zullen gaan.

Sinds 11 september blijven radicale islamieten aanslagen plegen. Bali, Djerba, Jakarta – er zijn alweer honderden doden gevallen. De politie van Londen is deze week in hoogste staat van paraatheid gebracht na waarschuwingen over een zelfmoordaanslag op de Britse hoofdstad. ,,Na het einde van de Koude Oorlog groeit het conflict tussen het avondland en het morgenland met de dag'', zegt Bleckmann. ,,Maar we moeten de islam niet verder in een isolement drijven en nieuwe generaties extremisten kweken. We moeten proberen de islam te integreren in onze cultuur.''

In de woestijn heeft Bleckmann gemerkt dat niet iedere fundamentalistische moslim een diehard is. Hij zal niet vergeten hoe de aanvankelijke woeste Abdel Kadah citroenthee voor hem maakte na een zwerftocht door de woestijn. ,,Jij drinkt eerst'', zei hij, toen hij Beckmann de theekom aanbood. ,,Jij bent mijn vriend.'' Bleckmann nu: ,,Hij straalde plots zo'n warmte uit.''

    • Michèle de Waard