Sabri H. ging direct de cel in

Hoe rechtvaardig was de beslissing van de Nederlandse autoriteiten om asielzoeker Sabri H. geen asiel te verlenen? De Turkse Koerd werd na uitzetting meteen gearresteerd in Turkije. Eerder werd hij daar gemarteld.

Het standpunt van de Immmigratie - en Naturalisatiedienst (IND) was glashelder: in Turkije liep asielzoeker Sabri H. geen risico op arrestatie. En daarom kreeg hij geen status in Nederland. Maar toen de Nederlandse rechter alle beroepen van de Turkse Koerd tegen zijn uitzetting had afgewezen, en de Nederlandse autoriteiten hem terugstuurden naar Turkije, werd hij meteen gearresteerd in Istanbul. Daar zit hij nu in de Bayrampasa-gevangenis. Dinsdag begint in Turkije zijn proces bij een Staatsveiligheidsrechtbank. Hij wordt beschuldigd van ,,gewelddadige omverwerping van de grondwettelijke orde'', hetgeen min of meer neerkomt op `hoogverraad'.

Is het foutieve oordeel van de IND een bedrijfsongeval? Volgens H.'s advocate Gerda Later, bewijst de zaak van de Koerdische asielzoeker dat de IND asielverzoeken niet meer op hun merites bekijkt, maar eigenlijk alleen nog maar naar redenen speurt om ze direct af te wijzen. Later heeft zich sinds een maand in de zaak vastgebeten. Eerst had Sabri H. een andere advocaat.

,,Er zijn drie redenen om asiel te krijgen'', zegt Later. ,,Je kan asiel krijgen omdat in je eigen land gevaar op vervolging dreigt. Daarnaast is een reëel risico op marteling een grond. Als iemand tenslotte grote trauma's door marteling heeft opgelopen, is dat ook voldoende reden voor asiel.'' Alle drie zijn volgens Later van toepassing op H. maar toch kreeg hij geen status. De IND zegt in een reactie dat ,,iedereen die bescherming nodig heeft, deze in Nederland kan krijgen''. De rechter oordeelde vervolgens in een voorlopige voorzieningsprocedure dat Sabri H. uitgezet mocht worden. Het beroep loopt nog, maar Sabri H. mocht de uitspraak niet in Nederland afwachten.

Hoe dan ook, vanaf het begin was duidelijk dat H. uit een familie komt die zeer nauw betrokken lijkt bij de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) van Abdullah Öcalan. Volgens de Turkse advocaat van Sabri H. waren de autoriteiten in Turkije al lange tijd erop gebrand hem in handen te krijgen. In 1981, aldus de advocaat, arresteerde de politie zijn echtgenote en liet weten haar vast te zullen houden totdat H. zich bij de autoriteiten zou melden. Dat deed hij. Van 1981 tot 1987 zat H. in de gevangenis, en in 1991 opnieuw.

Ook een groot aantal familieleden van H. heeft fikse problemen gehad met de Turkse politie: zo werd Sabri H.'s broer opgepakt en gemarteld, aldus advocaat Later, mede om hem zo te laten zeggen waar H. zich bevond. Pikant genoeg kreeg die broer in de jaren negentig - toen het asielbeleid nog niet zo streng was als toen H. zelf in de molen kwam - wél een A-status in Nederland.

De centrale vraag is eigenlijk: wist de IND dat Turkije Sabri H. zocht voor hoogverraad? De IND zegt van niet. Volgens de IND heeft H. nooit eerder vermeld dat hij in Turkije werd vervolgd voor hoogverraad. ,,Dat heeft noch hij, noch zijn vorige advocaat eerder ingebracht.'' Dat zijn huidige advocaat dat wel deed, is voor de IND nieuw. ,,Bij de beslissing van de IND is alle feitelijke informatie die bekend was tót zijn verwijdering meegenomen.'' Diezelfde informatie had de rechter, zegt de IND.

De Turkse Koerd heeft zichzelf - zo blijkt uit stukken van de IND - waarschijnlijk geen dienst bewezen door in gesprekken met ambtenaren van de immigratiedienst vage en onduidelijke uitspraken te doen. Zo zijn, aldus H., niet alleen de Turkse autoriteiten hem vijandig gezind maar is ook de PKK dat. H. gelooft dat zijn zusje vermoord is door een PKK-commandant en liet daarover zijn ongenoegen in Turkije zowel tegenover PKK-leden als buitenstaanders blijken, zo blijkt uit zijn dossier.

Hij zei ook dat hij de PKK in 1998 de rug toe heeft gekeerd en dat de Turkse autoriteiten hem wilden inzetten als spion binnen de PKK. Maar dat gelooft de IND niet. Wat voor nut heeft een spion immers die in onmin leeft met de beweging die hij moet bespioneren? Omdat daarnaast de Turkse politie ook niet steeds naar hem gezocht heeft in de jaren dat hij in Turkije zat ondergedoken, vindt de IND het ook niet aannemelijk dat de Turkse autoriteiten nog naar H. op zoek zijn. Met andere woorden: zo'n gevaar liep Sabri H. dus helemaal niet in Turkije.

Maar volgens Amnesty International is dat onzin. Zo werd, aldus Amnesty in een brief, H. bij zijn eerdere detentie vervolgd op basis van artikel 168, dat de Turkse autoriteiten vrijwel altijd in stelling brengen tegen Koerdische `hardliners'. Daaruit had de IND moeten concluderen, aldus Amnesty, dat H. wel degelijk als lid van de PKK wordt gezien door de overheid. De conclusie van de mensenrechtenorganisatie: in de beschikking om H. geen asiel te geven is ,,geen op de persoon gerichte aandacht'' geweest en in die zin was zij onvoldoende gemotiveerd.

Maar als dreigende detentie geen reden tot asiel vormde, hoe zat dat dan met H's eerdere ervaringen in Turkije? Uit documenten uit Nederland blijkt dat de Koerd tijdens zijn gevangenschap in zijn thuisland gruwelijke dingen heeft meegemaakt. Zo schrijft een klinisch psycholoog van het Riagg dat H. sinds medio 2001 onder behandeling is voor een post-traumatische stressstoornis. Door flashbacks overdag en nachtmerries 's nachts, aldus de behandelaar, herbeleeft hij de traumata. ,,Bij gedwongen terugkeer naar Turkije verwacht hij opnieuw gemarteld te worden, en gedood.'' De IND zegt dat ook deze rapporten door de rechter zijn meegewogen in de beslissing Sabri H. terug te sturen.

Donderdagmiddag is in een zitting voor de Rotterdamse rechtbank bepaald dat de zaak H. zal worden aangehouden tot 28 augustus. Voor die zitting moeten alle Turkse stukken vertaald worden, hetgeen nog niet gebeurd was. De rechter zal daar ook direct het beroep behandelen. Dat Buitenlandse Zaken zich bezighoudt met Sabri H. is niet gek, zegt de IND. Weliswaar betreft het geen Nederlander, maar is het wel iemand die in Nederland in de asielprocedure zit, aldus een woordvoerder van de IND.