PSORIASISMEDICIJNEN EINDELIJK VERGELEKEN: ZE ZIJN EVEN GOED

Patiënten met een matige of ernstige vorm van de huidziekte psoriasis krijgen vaak medicijnkuren met cyclosporine of methotrexaat. De werkzaamheid van beide immuunsysteemonderdrukkers is bij psoriasispatiënten, ten opzichte van een placebo, al jaren geleden vastgesteld. Dermatologen en epidemiologen in het Amsterdamse AMC hebben de twee middelen nu onderling vergeleken. Zij concluderen dat beide middelen elkaar niet ontlopen in effectiviteit en de ernst van de bijwerkingen, hoewel de bijwerkingen wel sterk verschillen. Artsen kunnen kiezen voor het middel dat het beste bij de patiënt past (New England Journal of Medicine, 14 aug).

Onze huid wordt voortdurend vernieuwd, maar daar merken we niets van. De cellen aan het oppervlak gaan dood en bladderen als huidschilfers af of blijven na het douchen aan de handdoek kleven. De huidcellen worden van onderaf aangevuld met nieuwe cellen. Bij psoriasis gaat dat abnormaal snel. Dat is het gevolg van een auto-immuunreactie, waarbij het immuunsysteem de nieuw gevormde huidcellen ten onrechte voor lichaamsvreemd aanziet en ze doodt nog voor ze volgroeid zijn. Op de huid verschijnen dan grote wittige schilfers van dode, onrijpe huidcellen op een ontstoken huid die rood en dik is, vaak jeukt en soms pijn doet. Psoriasisplekken vindt men meestal aan de strekzijde van de ellebogen en knieën, op de rug boven de billen en op de hoofdhuid, maar er zijn ook mensen die er helemaal onder zitten. De huidziekte is niet te genezen maar wel behandelbaar. In Nederland zijn ongeveer 300.000 psoriasispatiënten. De ziekte is deels erfelijk bepaald, niet besmettelijk noch het gevolg van slechte lichaamsverzorging.

Bij de behandeling kunnen dermatologen kiezen uit tal van zalven en licht- en lasertherapieën voor de aangedane plekken. Vaak worden behandelingen afgewisseld om patiënten niet te veel met sommige bijwerkingen te belasten. Bij betrekkelijk ernstige psoriasis wordt ook methotrexaat of cyclosporine voorgeschreven. Deze medicijnen zijn systemisch: ze werken niet lokaal, maar in het hele lichaam. Ze verlagen de activiteit van het immuunsysteem en dus ook de auto-immuunreactie. Dat helpt, maar er zijn ook belangrijke bijwerkingen. Zo wordt de patiënt veel gevoeliger voor infecties en kan methotrexaat de lever aantasten.

Volgens AMC-dermatoloog dr. Menno de Rie is het Amsterdamse onderzoek onder meer van belang voor het opstellen van behandelrichtlijnen voor dermatologen. In hun opleiding doen ze meestal veel ervaring op met één van deze middelen, terwijl ze de keuze hebben uit twee gelijkwaardige. Bij sommige patiënten zal de keuze dan vallen op methotrexaat, omdat dit goedkoper is. Veel psoriasispatiënten hebben echter ook problemen met de lever en dan is cyclosporine de beste keus. Bovendien komt er momenteel een nieuwe categorie biotechnologische immuunsuppressiva op de markt. Dit onderzoek maakt het mogelijk om te beoordelen of deze nieuwe, zeer dure, `biologicals' ook werkelijk een verbetering vormen ten opzichte van de bestaande middelen.