Manuscripten Goethe betaald met bos

De strijd om het eigendom van de nalatenschap van Goethe en Schiller is bijgelegd. De originele manuscripten blijven in het Goethe-Schiller Archiv in Weimar, eigendom van de stichting Weimarer Klassik und Kunstsammlungen. De adellijke familie Sachsen-Weimar-Eisenach had aanspraak gemaakt op de wereldberoemde collectie, maar ziet in ruil voor 15,5 miljoen euro van verdere claims af.

Om de afkoopsom te kunnen voldoen wil de deelstaat Thüringen bos ter waarde van 11 miljoen euro verkopen, evenals kunstschatten uit de collectie Weimarer Klassik en de Wartburg ter waarde van 4,5 miljoen.

De waarde van de totale collectie is niet bekend, maar archivaris Jochen Golz heeft het originele manuscript van Faust II wel eens op 12,5 miljoen euro getaxeerd.

De kwestie kwam in 1994 aan het rollen toen een wet het voor adellijke families die ten tijde van de DDR onteigend waren mogelijk maakte hun oude (roerende) bezittingen terug te vorderen. De deelstaat Thüringen leverde dat diverse claims op. Met de familie Sachsen-Coburg-Gotha werd al eerder een compromis gesloten. De onderhandelingen met de familie Sachsen-Meiningen over de kunstschatten uit slot Elisabethenburg lopen nog.

Familieleden van Goethe en Schiller hebben eind negentiende eeuw de handgeschreven manuscripten van de grote meesters overgedragen aan het hertogdom Sachsen-Weimar, in het bijzonder aan Groothertogin Sophie. Deze liet voor de stukken een archief bouwen naar voorbeeld van het slot Petit Trianon in Versailles.

De groothertogin zorgde ook voor de beroemde uitgave van het verzamelde werk van Goethe. In de loop der jaren wist het archief, dat zich vooral concentreert op literatuur uit de periode 1750 tot 1950, de hand te leggen op de nalatenschap van andere beroemdheden, onder wie Franz Liszt, Friedrich Nietzsche en Johann Gottfried Herder.