Column

Hittegolfoorlog

Elke dag las ik in Italië onder het genot van een graadje of vijfenveertig in de schaduw de Nederlandse kranten en begreep welke problemen mijn landgenoten hadden met hun lullige achtendertig graden celsius. Puffen en klagen. Altijd zeurt de Hollander dat het te koud is of te veel regent, maar is het een keer een tropische zomer, dan is het ook weer niet goed. Terwijl de hitte toch goed werk heeft gedaan. Veel lieve oudjes, die al jaren in verpleeghuizen in hun doordrenkte pampers zwijgend zaten te verlangen naar een natuurlijk slot van hun aardse bestaan, zijn door de zinderende hitte uit hun lijden verlost. Nog een strenge winter er overheen en de wachtlijsten zijn weggewerkt.

,,De mussen vallen van het dak”, zei ik tegen mijn vrouw en moest deze uitdrukking onmiddellijk aan mijn kinderen uitleggen. Er zijn namelijk geen mussen meer. Er valt helemaal niks meer van het dak. Zelfmoordenaars. Maar die vallen meestal in de herfst.

In Frankrijk wordt het aftreden van de minister van Volksgezondheid geëist omdat daar drieduizend hittegolfdoden zijn gevallen. Alle mortuaria liggen vol. Sommige lijken worden vacuüm verpakt om stankoverlast te voorkomen. Opa gaat voorgebakken het crematorium in. Misschien krijg je dan korting.

Bij ons Italiaanse huis staat dagelijks een Disneyfilm aan zwerfhonden bij het hek te wachten op een hapje en een slokje. Alles wat we over hebben gaat naar deze vlooiïge dieren, die alles in twee happen en drie slurpende slokken naar binnen slaan. De moeder van bijna alle dieren, de snol die om de vijf maanden zwanger was van een andere hond, lag op een middag dood op de weg. Bezweken door de warmte. Twee van haar kinderen zaten er stil bij te kijken. De rest ravotte verderop in het dal alsof er niks gebeurd was.

Omdat we het beest al vier jaar kenden ging er een groot verdriet door ons gezin. Het hondje kon lachen en had de domste en trouwste hondenblik van het westelijk halfrond. En dat raakt kinderen diep in hun hart. We hebben haar in een hoekje van de tuin begraven. Alle honden keken op gepaste afstand toe en hebben de hele nacht geblaft. Diezelfde avond las ik dat je in ons land verkoelende bodypackings, waterijs en koele gel voor de honden en katten kon krijgen. De dierenwinkels konden het niet aanslepen.

Zelf lijkt het me prachtig als een keer een volledig strand in Juan les Pins sterft van de hitte. Ze liggen allemaal al keurig bloot opgebaard op hun handdoekjes en kunnen zo worden afgelegd en weggewerkt. En wie zal die rijke stinkerds missen? Wat is trouwens erger: de dood van een doodgevroren zwerver of een door de zon doodgestoken miljonair? De dood van de Italiaanse zwerfsloerie bij mijn huis of het hondje van een Russische maffioos met zijn jacht in Portofino? Daar was ik toevallig en mocht ik weer eens volop genieten van de armoede van de rijkdom. Ze leggen hun jacht met hun reet naar het stadje, gaan op het achterdek kreeft, kaviaar en oesters zitten lunchen en kijken onderhand uiterst verveeld naar het gewone volk dat vanaf de kade toekijkt. Ze zijn zelfs bijna geïrriteerd. Zo’n blik van: gun ons privacy! In hetzelfde Portofino informeerde ik in een winkeltje naar de prijs van een champagnekoeler. Hij was 20.000 euro. Ik vroeg aan de verkoopmevrouw of ze er drie had? Helaas niet. Wel twee. Dan ging de koop wat mij betreft niet door. Drie boten, drie koelers, zo is het leven.

Het gezin van het grootste jacht ging jetskiën. Om de beurt op de ski? Nee, alle vijf een eigen jetski. Waarom wordt dit soort nou nooit eens getroffen door een gezonde zonnesteek? Waarom grillt God hun rashondje nou niet een keer spontaan tot as? De kans is klein. Tien minuten later zag ik namelijk de vrouw van de boot met haar Jack Russell lopen. Aan de lijn? Nee, hij hing als een baby in een tuigje op haar buik. Ze verdween in de champagnekoelerwinkel. Ik heb er lang naar gekeken. Jammer dat ik dit beeld niet meer aan onze zwerver kon vertellen.