Film Kim Ki-Duk favoriet op festival Locarno

Het zesenvijftigste Festival internazionale del film Locarno zit er bijna op. Vanavond worden de prijswinnaars bekend gemaakt, waarna nog eenmaal een film op de Piazza Grande vertoond wordt voor zo'n achtduizend man. Die mogen de film een cijfer geven zodat ook nog de publieksprijs aan de vele uit te delen prijzen kan worden toegevoegd.

De belangrijkste winnaar van de internationale competitie lijkt de nieuwe film van Kim Ki-Duk te worden, Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring (`Bom, Yeoreum, Gaeul, Gyeowool, Geurigo, Bom). In een wat magere competitie, waarin twintig films dingen naar het Gouden Luipaard, steekt de negende film van Kim Ki-Duk met kop en schouders boven de rest uit.

Van de Zuid-Koreaan Kim Ki-Duk (1960) werden in Nederland tot nu toe twee films uitgebracht: The Isle en het deze week in première gegane Bad Guy. Dat zijn allebei wat nare films met onverwachte geweldsuitbarstingen, extreme stemmingswisselingen en in mindere mate plotselinge poëtische momenten. In Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring zijn de rollen omgedraaid. De wreedheid is sporadisch, de lyriek heeft de overhand gekregen.

Net als in The Isle speelt de hele handeling op een meer omgeven door bergen en bos. Middenin het meer ligt een drijvend huis waarin een monnik de principes van het Boeddhisme onderwijst aan zijn jonge leerling. In vier episodes – en vier seizoenen – en een epiloog keren dezelfde personages terug. Het kind groeit op, wordt verliefd, verlaat het klooster en keert door omstandigheden weer terug naar zijn leermeester. De lokatie is fabelachtig waardoor de regisseur flink kan uitpakken met een door de natuur zelf ingegeven mise-en-scène waarin mistflarden, ijs en de rimpelingen van het water om voorrang strijden. Het verhaal is uiterst transparant gehouden, ook wie niets van het Boeddhisme weet kan het volgen.

Het is vooral een film geworden over boete en de weg naar innerlijke vrede. In de lente-episode bindt de jonge monnik steentjes vast aan een vis, kikker en een slang. Deze kinderwreedheden worden gadegeslagen door de oude monnik die vervolgens een zwaar Boeddhabeeld op de rug van het jongetje bindt om hem tot inkeer te brengen en een wijze les te leren.

In de zomer-episode wordt de al wat ouder geworden monnik verliefd op een meisje dat tijdelijk in het klooster woont om te genezen van haar liefdesverdriet. Als de monnik haar stapelverliefd wil volgen zegt de oude man dat lust leidt tot bezitsdrang, jaloezie en moord. Precies de situatie van de hoofdpersoon uit The Isle die na de crime passionel, waarin hij zijn vrouw vermoordde, vluchtte naar een vissershutje op een meer. Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring is goed te interpreteren als Kim Ki-Duks eigen boetedoening voor de vertoonde gruwelen – ook al aan vissen – in The Isle. Alsof hij wil zeggen dat hij toen nog een onvolgroeid kind was. Die interpretatie wordt gesteund door het feit dat Kim in het wintersegment zelf de hoofdrol speelt als de volwassen geworden monnik die zijn leermeester opvolgt. Maar eerst moet er nog boete worden gedaan. In een expres tergend langzaam opgebouwde sequentie sleept hij uiterst moeizaam een zware steen de besneuwde bergtop op, een boeddhabeeld in zijn arm. Eenmaal op de top plant hij dat beeld op de rots, uitkijkend over het drijvende klooster. De verlossing is bereikt. Waarna in de epiloog een nieuwe, jonge monnik een schildpad pest. Niet alleen de seizoenen herhalen zich, de menselijke natuur is ook onverbetelijk.

Naast het eenvoudige verhaal over groei, liefde, lijden, intense emoties en verlossing is Spring vooral de film van een regisseur die laat zien dat hij een echte cineast is. In de vorige films kwam die visuele kant te spaarzaam aan bod, hier spreekt uit alle shots een liefde voor de pure, beeldende kwaliteit van cinema. Kim Ki-Duk heeft dan ook een opleiding tot tekenaar achter de rug in Europa. Met zijn negende, meest volwassen film levert Kim een onvervalst meesterwerk af waarin voor het eerst zijn lyriek en visie op het wrede leven in balans zijn, zoals het een film over Boeddhisme betaamt. Het wordt ongetwijfeld de publieksfavoriet van het komende filmfestival van Rotterdam, met of zonder Gouden Luipaard.