Een rare bedrijfstak

In het Parkstad Limburg stadion in Kerkrade hebben Roda JC en PSV gisteravond de aftrap verricht voor het seizoen 2003/2004 van de `Holland Casino Eredivisie'. Een paar kilometer verderop, in Sittard, en één niveau lager, in de `Gouden Gids Divisie', speelde Fortuna. En in Maastricht, ook maar op een steenworp afstand, huist nog altijd MVV. Sanering van het aantal betaald voetbalclubs had in deze regio tot een FC Limburg kunnen leiden, maar het heeft niet zover mogen komen. Hoewel MVV nog maar een paar maanden geleden op sterven na dood was en de salarissen niet meer kon betalen. De zakenman Melchior trok op het laatste moment zijn portemonnee en rekte het voortbestaan van `us MVV-ke'.

Ook elders in Nederland hebben clubs als Vitesse, FC Utrecht, NAC, FC Twente en Sparta weer een licentie gekregen om betaald voetbal te bedrijven. Sponsors sprongen bij, lokale overheden konden de teloorgang van hun plaatselijke club niet aanzien en staken geld in de stadions, en zo dokterden de clubs een begroting in elkaar, die overtuigend genoeg was voor de licentieverstrekkers van de KNVB.

Anders dan vaak wordt beweerd, is het betaald voetbal geen normale bedrijfstak. In welke bedrijfstak zijn concurrenten voor hun voortbestaan van elkaar afhankelijk? Ajax, Feyenoord en PSV, de dominante drie, kunnen niet zonder elkaar en evenmin zonder andere tegenstanders. Winstmaximalisatie bij een bvo (betaald voetbalorganisatie) bestaat niet uit het verdienen van zoveel mogelijk geld, maar uit het behalen van zoveel mogelijk punten. Liever met rode cijfers Europa in dan schuldenvrij degraderen, is er het devies. Betaald voetbal bestaat bij de gratie van een mengeling van sportiviteit, commercie, hobbyisme, sentimenten en chauvinisme. Voetbal is het spel dat het volk wenst en dat maakt het begrijpelijk en niet altijd verwerpelijk dat lokale politici door de instandhouding van accommodaties daarvoor gelegenheid scheppen. Anders is het wanneer tegenover de overheidsgelden aan de inkomstenkant exorbitant hoge salarissen voor spelers en trainers aan de andere kant van de balans staan.

Vastgesteld kan worden dat het betaald voetbal aan een saneringsoperatie is begonnen. Het mes is gezet in de begrotingen, spelers met aflopende contracten zijn ontslagen of tegen een veel lager bedrag op de loonlijst gezet. Het moet uiteindelijk niet zo moeilijk zijn de financiën van een club gezond te houden. De belangrijkste inkomstenbronnen – sponsorbijdragen, tv-gelden en recettes – zijn vooraf bekend of goed in te schatten. Niet meer uitgeven dan er binnenkomt – zo eenvoudig is het. Anders wordt het als clubs hun begroting afstemmen op onzekere sportieve resultaten en het zich daardoor financieel niet kunnen veroorloven om geen Europees voetbal te halen of om te degraderen. Een begroting daarop baseren – of op gehoopte transferopbrengsten – is te riskant.

DE KNVB heeft onderkend dat het huidige licentiesysteem door alle perikelen rond clubs aan geloofwaardigheid heeft ingeboet. Ook om aansluiting te krijgen op nieuwe reglementen van de Europese voetbalorganisatie UEFA zal in het seizoen 2004/2005 een nieuw licentiesysteem van kracht worden, waarmee in de komende jaargang al wordt proefgedraaid. De controles op de boekhouding worden geïntensiveerd en de eisen aan accountantsverklaringen worden verscherpt. En, het meest opvallende, er komen sancties. Clubs kunnen een `gele kaart' krijgen – een openbare waarschuwing – of een `rode kaart' – intrekking van de licentie. Tussen waarschuwing en ultieme sanctie zit de mogelijkheid clubs die de licentiebepalingen overtreden te straffen met een aftrek van competitiepunten, maximaal negen per seizoen. Hoewel dergelijke straffen uit sportief oogpunt aanvechtbaar zijn – het elftal wordt gestraft waar het bestuur heeft gefaald – is de preventieve werking hiervan waarschijnlijk zeer effectief. De KNVB moet deze sancties dan wel durven opleggen.