D-Day in Anaheim voor Nederlandse turners

In de schaduw van de Nederlandse turnvrouwen werken de mannen zich omhoog. De progressie moet morgen blijken bij de landenwedstrijd van de WK in Anaheim. De toekomst van het mannenturnen is dan in het geding.

De emancipatie van het mannenturnen in Nederland staat dit weekeinde op het spel. Bij de wereldkampioenschappen in Anaheim, aan de Amerikaanse westkust, verlangt de gymnastiekbond (KNGU) morgen in de landenwedstrijd een plaats bij de beste 25 om een financiële injectie voor de komende olympische cyclus van vier jaar te kunnen verantwoorden.

Als Nederland faalt, blijven de mannen veroordeeld tot een plaats in de schaduw van de succesvolle Nederlandse turnvrouwen. Hoofdcoach Rob Stout (44) gruwt van dat scenario. ,,Want Yuri van Gelder, Jeffrey Wammes en Epke Zonderland zijn grote talenten, die niet verloren mogen gaan.''

In aanloop naar de Olympische Spelen van volgend jaar in Athene heeft de KNGU het vrouwenturnen tot speerpunt van haar beleid gemaakt. Daar is op jaarbasis een bedrag van 500.000 euro mee gemoeid. De mannen moeten zich redden met 100.000 euro. In de hoop dat één of twee turners kwalificatie voor de Spelen afdwingen, heeft de sportkoepel NOC*NSF met 40.000 euro bijgedragen aan de voorbereiding van de nationale mannenselectie op de WK in Anaheim, dat letterlijk onder de rook van het pretpark Disneyland wordt gehouden.

Voor trainer Stout, buiten het bondswerk clubtrainer in Rotterdam, is het morgen D-Day.

Heeft het succes van de vrouwen jullie geïnspireerd?

,,Nee, maar zij bewijzen wel dat turnen in Nederland tot resultaat kan leiden. Maar voor jongens is de weg om fysieke redenen nu eenmaal langer dan voor meisjes. Rond de 23, 24 jaar is een mannenlichaam pas goed ontwikkeld; de weg naar de top duurt om die reden minimaal acht jaar. Tot twintig jaar is het harde leven van een turner nog wel op te brengen, daarna dreigt het gevaar van afhaken om economische redenen. We wonen niet in Frankrijk, waar de trainers in dienst van de bond zijn en de turners een salaris krijgen.''

Zou de toekomst niet moeten afhangen van structureel beleid in plaats van incidenteel succes bij de WK?

,,Dat vind ik zeker. De KNGU is één grote breedtesportbond. Nog steeds neemt de bondsvergadering besluiten over topsport. En dat wordt dan gedaan door regionale bestuursleden, die huisvrouwen- en zwangerschapsgym minstens zo belangrijk vinden. Het is al een probleem als de bondscontributie ten behoeve van de topsport met één euro verhoogd moet worden. Ik vind ook dat er binnen de bond een scheiding moet komen tussen breedte- en topsport. Onder voorwaarde dat er een sponsor wordt gevonden, acht ik dat haalbaar. Ik denk dan aan een commerciële ploeg, zoals we die kenen bij het schaatsen. Nu is het allemaal een beetje krom. We zijn voor de toekomst afhankelijk van het resultaat bij dit WK, terwijl de turners het geld eenvoudigweg nodig hebben om zich door te kunnen ontwikkelen.''

Voelt u zich voldoende gesteund door de bond?

,,Wel in technisch opzicht, financieel niet. Maar ik leg me daar niet bij neer. Ik wil mijn plannen uitvoeren, zo zit ik in elkaar. Misschien wordt daar misbruik van gemaakt, hoewel ik dat niet zo ervaar. Ik ben evenmin iemand die overal tegenaan schopt. Misschien moet ik dat juist wel doen, maar dat zit niet in me. Naast mijn baan als gymleraar op een Rotterdamse basisschool besteed ik wekelijks twintig uur aan het turnen. Maar sinds de prestaties zijn verbeterd, wil ik graag fulltime in de turnhal staan. Ik ben inmiddels ook bereid mijn baan op te zeggen, tenminste als het financieel haalbaar is. Ik weet dat technisch coördinator Willem Veldman bezig is om betaalde trainers bij de bond onder te brengen. Ik vind het een goed plan. Maar het moet wel reëel zijn; ik ga mijn baan niet opzeggen voor een minimaal salaris.''

Hoe idealistisch moet een turntrainer in Nederland zijn?

,,Zeer. Recentelijk heb ik zelfs een baan als docent turnen aan het CIOS in Goes laten schieten. Dan had ik als coach moeten stoppen dat kon ik ten opzichte van Jeffrey Wammes niet over mijn hart verkrijgen. Hij is mijn pupil en ik vind dat ik met hem door moet. Hij en Epke Zonderland uit Heerenveen zijn net zo goed als Verona van de Leur bij de vrouwen. Ik ben nog niet klaar.''

Wat is het olympische perspectief?

,,De beste twaalf landen kwalificeren zich voor `Athene'. Dat is nu nog te hoog gegrepen voor Nederland. Wij denken een kansje te hebben op een klassering tussen de twaalfde en achttiende plaats. Die zes landen komen in aanmerking voor twee individuele startbewijzen bij de Olympische Spelen, met als aanvullende eis een plaats bij de beste twaalf op één of meer disciplines. Op die manier hopen we in elk geval kwalificatie voor Yuri van Gelder af te dwingen. Als ringspecialist is hij een van de besten ter wereld en bij de Spelen behoort hij tot de medaillekandidaten.''

Wat gebeurt er als de doelstellingen bij de WK niet worden gehaald?

,,Dan zullen de centrale trainingen grotendeels verdwijnen; hooguit één in plaats van drie bijeenkomsten per twee maanden. Het gevolg is voorspelbaar: de ontwikkeling van de turners zal stagneren. Ik hoop dat Yuri van Gelder bij dit WK `scoort', zodat er iets loskomt in Nederland. Het zou doodzonde zijn als deze ploeg niet verder zou kunnen.''