Curaçaose soap

Minister De Graaf acht de status-aparte voor Curaçao geen optie omdat de Nederlandse regering niet nog eens dezelfde fout als destijds met Aruba wil maken (NRC Handelsblad, 13 augustus).

Deze `fout' heeft er echter in geresulteerd dat Aruba het sindsdien met minder ontwikkelingshulp veel beter doet dan de Antillen, het geen armoedeproblemen en emigratie naar het moederland kent. Een status-aparte voor Curaçao betekent natuurlijk niet zoals de minister meent dat de andere kleinere eilanden dan met minder mensen het land overeind moeten houden, doch wellicht wel een nieuw perspectief voor de veelgeplaagde bevolking van Curaçao en in elk geval het langverwachte einde van de Nederlandse Antillen, van het vijftigjarige Statuut en van de dubbele bestuurslaag. Nederland is vast wel in staat om desgewenst zes bilaterale relaties in stand te houden met zes verschillende eilanden onder het motto: behoorlijk openbaar bestuur met noodzakelijke Nederlandse inbreng wordt betaald, als dat naar ons oordeel niet lukt dan maar rustig afglijden naar de onafhankelijkheid.

Kortom, de Curaçaose soap biedt de gelegenheid het tot nu toe door kommer en kwel gekenmerkte Antillen-beleid op andere leest te schoeien.