Bourtange - Smeerling

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Oost-Groningen

De zeldzame Zwolse anjer komt hier voor, belooft het wandelboekje. Omdat die enthousiasmerende mededeling niet is voorzien van een beschrijving of fotootje en aangezien onze bloemengids van deze Zwolse anjer niet heeft gehoord, blijft het gissen op de wallen en de voormalige schans van Bourtange. Deze paarse sterretjes? Nee, dat zijn grasklokjes. Die gele knoopjes dan? Nee. Boerenwormkruid. Aan de rand van de door uitgebloeide distels bepluisde vlakte groeit een vracht violette bloemen met sprieten als Barbie-dessertlepeltjes. Dat moet 'm zijn. Ook niet: lijkt nog het meest op het `wilgeroosje' in de bloemengids. Trouwens, een anjer is een anjer en iets anjervormigs is hier helemaal niet. We geven het op en kijken om ons heen over het Bourtanger Moor. Sloten en plasjes, met kroos zo dik dat de druk fouragererende familie meerkoet er geen sporen in achterlaat. Nu is het ruige land door de hitte droog gelegd, maar in natte en mistige tijden moet dit dreigend moeras zijn. Vroeger gold het zelfs als ondoordringbaar gebied. Was Agatha Christie hier geweest, dan had ze `The hound of Bourtange' beschreven, niet die van de Baskervilles.

Het vestingdorp Bourtange zou ook een murder mystery-locatie kunnen zijn. De terrasbediening is hoogroze aangelopen vanwege de warme klederdracht en er hangt een giftige, handgeschreven waarschuwing naast een huisdeur: `Geen zitplaats langs mijn planten. Privé.' Een dorp verder buldert een verbodsbord in een vaart: `Graskarper verboden in bezit te hebben.' Raadselachtig. Een en ander leidt allicht tot een gewurgde toerist. Of twee.

Stokstijf stil strekken de kanalen en sloten zich uit tussen de akkers, hun water onbewogen door de zachte wind die af en toe het zweet van onze schouders wist. De ronde bladen van de kikkerbeet liggen als groene ducaten op het water, ze dragen kleine witte bloemen. Een van de kikkerbeet-bloemen vliegt op het is een koolwitje. ,,Daar is een beroemde haiku over geschreven'', weet man te vertellen. Of die nu ging over een vlinder die voor een bloem werd aangezien of andersom, dat weet hij niet meer. We kijken verstrekkende verten in, met verspreide boom-eilanden en af en toe een boerderij. De route voert ons zigzag tussen de bieten, de gelende haver en de aardappelstruiken met slordige witte bloesem, langs heupwiegende koeienmoeders, trots op hun kalveren, langs gemaaide korenvelden met grote strorollen. In het Metbroekbosch borrelt een ondiepe beek tussen de bomen, met vlekken zonlicht erop en rijpe bramen erlangs.

15 km. Kaart 10, 9, 8: Noaberpad. Uitg. NIVON, 2000. Openbaar vervoer is hier zeldzaam. Tel. taxi (in Winschoten): 0597 414000.