Balvirtuoos in de studiebanken

Teun de Nooijer (27) is al jaren Nederlands beste hockeyer. Met de nationale ploeg begint de balvirtuoos vandaag aan de Champions Trophy. Over spelen voor geld, erkenning en een bijna-transfer naar HCKZ. ,,Ik ben niet met Bloemendaal getrouwd.''

Vraag hem naar zijn inkomsten en hij zegt: ,,Dat gaat je niets aan, ik vraag jou ook niet wat je verdient.'' Niet dat Teun Floris de Nooijer iets te verbergen heeft, maar: ,,Dat is privé, en dat hou ik graag zo. Die afspraak heb ik destijds bovendien met Bloemendaal gemaakt. Daar houd ik me aan. Hockey is een teamsport, vergeet dat niet. Ik kan momenteel leven van mijn sport en verdien weliswaar iets meer dan de gemiddelde hockeyer, maar ik ben niet de enige die word betaald. Bovendien geldt ook voor mij dat er na het hockey een ander leven wacht en ik nu dus moet studeren om straks aan een maatschappelijke carrière te kunnen beginnen.''

Noem hem dan ook geen `broodhockeyer', ook al nam de student commerciële economie vijf jaar geleden als een van de eerste `profhockeyers' een zaakwaarnemer (het sportmarketingbureau van voetbalmanager Rob Jansen) in de arm. De liefhebber in hem is nog altijd springlevend. ,,Het plezier staat voorop, nog altijd, niet het geld. Aan de andere kant: ik ben de laatste jaren wel wat zakelijker geworden. Als ik word uitgenodigd voor een driedaagse clinic in Amerika, dan staat daar wat tegenover. Zo werkt het ook in andere takken van sport, en dus waarom niet in het hockey? Zo'n organisator heeft meer inschrijvingen zodra hij mijn naam op het affiche kan zetten.''

Het vaderschap heeft hem gelouterd, weet de vader van twee dochters (drie en één jaar) die vorig jaar in het huwelijk trad met de voormalige Duitse hockeyinternational Philippa Suxdorf. ,,Ik was 24, toen mijn eerste dochter werd geboren. Dat was tweeënenhalve maand vóór de Spelen van Sydney. Met de ploeg waren we toen ruim vijf weken van huis. Ik kwam terug met een gouden medaille en mijn dochter begon te huilen toen ik haar in de arm nam. Dat was een vreselijk moeilijk moment. Ik draag verantwoordelijkheid, sinds haar geboorte ben ik serieus naar m'n toekomst gaan kijken. Het is leuk dat ik nu wat met m'n hockey verdien, maar eens houdt het op en wat dan? Ik moet mijn gezin een mooie toekomst bieden. Dat gevoel leeft heel sterk bij mij.''

Het is zomer, de overgang tussen het ene en het andere hockeyseizoen, en dus gonsde het de voorbije weken weer van de geruchten: Teun gaat naar Klein Zwitserland. Nee, Teun gaat naar Amsterdam! Of was het toch KZ? Het is een jaarlijks terugkerend ritueel, beseft De Nooijer. ,,Maar als ik me zou laten leiden door alles wat er zo links en rechts over mij gezegd en gefluisterd wordt in het hockeywereldje, dan heb ik geen leven meer. Iedereen praat, denkt en doet maar, het laat me koud. Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind.''

Oud-voorzitter Joop Veelenturf van Oranje Zwart stelde ooit voor ,,om Teun desnoods elke dag met een limousine in Noord-Holland op te halen en naar Eindhoven te brengen''. Collega Jons Hensel van Amsterdam zorgde drie jaar geleden voor opschudding door een primeur in het Nederlandse hockey een bod uit te brengen op de sterspeler van Bloemendaal. Honderdduizend gulden had een aantal sponsors over voor De Nooijer en dat was, zo bezwoer de zakenman, ,,beslist geen grap''.

Maar De Nooijer bleek niet te vermurwen. Tot begin vorige maand, zo leek het althans, toen de spits annex middenvelder aanschoof voor een gesprek met de coach die hem negen jaar geleden in Liempde liet debuteren in de nationale ploeg, KZ-trainer Roelant Oltmans, en de al even beroemde oud-voorzitter van de fusieclub uit Den Haag, voormalig strafcornerkanon Ties Kruize. De Nooijer: ,,Praten kan altijd. Ik ben niet met Bloemendaal getrouwd. Een nieuwe omgeving zou na zo'n lange tijd misschien zo gek nog niet zijn. KZ is een ambitieuze club, die met Roelant een vakman in huis heeft gehaald en in Ties een fantastische clubman heeft. Ze willen hogerop en zagen in mij de missing link.''

Tot een overgang kwam het evenwel niet. De Nooijer hield zich aan ,,de afspraak'' en bleef bij Bloemendaal, de club waar hij elf jaar geleden neerstreek als zestienjarig talent van Alkmaar. ,,Ik heb het bestuur niet onder druk willen zetten door met KZ te praten, maar vind wel dat de Bloemendaal door de successen van de laatste jaren een beetje verwend is geraakt. Spelers als Remco (Van Wijk, red.), Erik (Jazet, red.) en Diederik (Van Weel, red.) hebben ze veel te makkelijk laten gaan. Dat is niet reëel voor een club die ambities zegt te hebben, maar waar de achterban die ambities niet volledig steunt. Als Bloemendaal niet oppast, dan krijgt de club het de komende jaren heel erg lastig en ben ik straks de enige international die daar nog rondloopt. Dat is niet mijn ideale toekomstplaatje, en dat heb ik het bestuur ook gezegd.''

Nee, het verlegen, introverte jochie dat onlangs door bondsvoorzitter André Bolhuis nog ,,een parel voor het hockey'' werd genoemd, is een volwassen kerel geworden, wiens haardos wat dunner wordt en die niet langer schroomt van zich af te bijten. Ook ín het veld. Ruim twee maanden geleden stapte hij zowaar voortijdig van het veld. ,,Het was een oefenpotje ter voorbereiding op de Europa Cup. Of het opzet was of onkunde, dat weet ik niet. Maar feit was dat er een gek rondliep die zo'n beetje vier spelers van ons van het veld sloeg. Ik heb hem twee keer aangesproken op zijn onbezonnen gedrag. Maar het eind van het liedje was dat zijn stick bovenop mijn knie belandde. Om te voorkomen dat ik iets zou doen waar ik later spijt van zou krijgen, ben ik naar de kant gegaan.''

Zeldzaam geïrriteerd was hij kort daarvoor ook al, vlak na de uitschakeling van het dolende Bloemendaal in de halve finales van de play-offs, toen een journalist kort na de nederlaag tegen Oranje Zwart (2-1) droogjes vaststelde dat ,,jij domweg te goed bent voor dit elftal''. Op die conclusie zat De Nooijer niet te wachten. ,,Dat zijn jouw woorden, niet de mijne'', bitste Neut. Helemaal ongelijk had de verslaggever trouwens niet, constateert hij bijna drie maanden later. ,,Na een verrassend sterke eerste helft van het seizoen kwam de klad erin. Ook bij mij, doordat ik na de winterstop stage ging lopen (bij een strategisch marketingbureau, red.) en plotseling van negen tot vijf achter een computer zat. In plaats van samen de schouders eronder te zetten, was het bij veel spelers: geef de bal maar aan Teun en alles komt goed.''

Het is een beetje zijn tragiek. Zo briljant is De Nooijer veelal dat het zijn ploeggenoten vaak niet eens kwalijk te nemen valt dat zij hem niet begrijpen, en blindelings de bal inleveren bij de balvirtuoos. Niet voor niets constateerde bondscoach Joost Bellaart afgelopen voorjaar dat zijn ploeg af moet van ,,het alle-ballen-op-Teun-principe en God zegene de greep''. Zijn vice-aanvoerder onderschrijft die mening. ,,Die neiging bestaat, ook bij het Nederlands elftal, maar zo werkt het niet. Onze grootste successen zijn de laatste jaren tot stand gekomen doordat er van meerdere spelers, en dan met name van Stephan (oud-ploeggenoot Veen, red.) en mij, dreiging uitging. Dat hebben we op dit moment niet. Of beter: nóg niet.''

Zevenentwintig jaar is hij pas, maar wie alleen al zijn internationale erelijst (twee keer olympisch-, één keer wereldkampioen, vier keer winnaar Champions Trophy) bestudeert, waant zich in het cv van een gepensioneerde sportheld. ,,Ik ben trots op hetgeen ik tot dusverre bereikt heb. Zo'n lijstje kunnen maar weinig sporters overleggen. Wat niet wil zeggen dat ik verzadigd ben. Integendeel: Europees kampioen ben ik nog nooit geworden, om maar eens wat te noemen. Het is een enorme drijfveer om daar volgende maand in Barcelona verandering in aan te brengen.''

Wat de 239-voudig international ook nog nooit is geworden: wereldhockeyer van het jaar. Drie keer nomineerde de internationale hockeyfederatie FIH hem, evenzovele keren ging de ereprijs aan hem voorbij. Zonder morren schikte hij zich in zijn lot. Of was dat slechts uiterlijke schijn en kookte hij inwendig wel degelijk van woede? ,,Natuurlijk heeft het me geraakt, met uitzondering van die eerste keer toen Stef werd gekozen. Dat was terecht. Stephan is een fenomenale hockeyer, voor wie mensen graag naar het stadion komen. Maar die laatste twee keer? Eerst Florian Kunz, vervolgens Michael Green. Ik gun het die jongens van harte, daar gaat het niet om. Maar met alle respect: voor die twee (verdedigers van Duitsland, red.) gaat een mens niet naar een hockeywedstrijd. Dat is ook niet te verantwoorden tegenover een leek. De FIH wil graag helden hebben. Daar zou de sport bij gebaat zijn, luidt de redenering. Prima, maar dan zijn ze wat mij betreft op de verkeerde weg.''

Hij schreeuwt het niet van de daken, maar de tijd dat De Nooijer verlegen naar de grond staarde zodra iemand hem `de met afstand beste hockeyer ter wereld' noemde, is voorbij. Het is geen arrogantie, verre van dat zelfs, maar vandaag, in de snikhete tuin van een Haarlems eetcafé, durft hij zijn hart te laten spreken. ,,Ik vind mezelf ook een goede hockeyer, ik zit niet voor niets al zo lang in het Nederlands elftal. Ik ben overtuigd van mijn eigen kwaliteiten, maar ben van nature ook een kritisch mens, zeker op mezelf. Zelf zal ik dan ook niet zo snel zeggen dat ik een wereldpot heb gespeeld. Dat is aan anderen. Maar als jij zegt `jij bent de beste', dan krijg ik geen raar gevoel.''

Waar hij zich daarentegen wel tegen verzet is het aloude vooroordeel van hockey als een veredelde, niet al te serieus te nemen studentensport. ,,Op tv laat men niet na het hockey af te schilderen als een sport waar de kratjes bier na afloop nog altijd tot het plafond worden opgestapeld. Dat stoort me. Buitenstaanders geloven dat. Begin dit jaar merkte ik dat weer, toen twee onderzoekers van TNO meegingen op onze oefentrip door Australië in het kader van een hitte-onderzoek. Ze keken hun ogen uit tijdens de trainingen. `Hier kunnen voetballers nog een puntje aan zuigen', zeiden ze. Dat soort geluiden heb ik zo ontzettend vaak gehoord, en altijd uit de mond van niet-ingewijden die eens een kijkje in onze keuken hadden genomen.''

Of die onwetendheid de reden is dat hij zelden of nooit wordt gepolst voor een reclamecampagne? De Nooijer weet het niet, maar: ,,Het is ook geen frustratie, het is een constatering. Vanuit mijn directe omgeving krijg ik de vraag ook wel eens voorgelegd, zo van: Teun, je bent een goede en een bekende hockeyer, je hebt een goeie kop, waarom word je nooit gevraagd? Het antwoord moet ik ze schuldig blijven. Hockey is in Nederland een grote en succesvolle sport, maar daar wordt commercieel gezien nog te weinig mee gedaan. Rabobank heeft het nu opgepikt met een zeker voor hockeybegrippen grote tv-campagne. Wellicht krijgt dat voorbeeld navolging. Dat zou mooi zijn voor de sport.''