`Zesjarig kind toetsen is heel, heel lastig'

De Onderwijsraad wil dat kinderen aan het begin van groep 3 en aan het eind van de basisschool getoetst worden. Zo moet je kunnen zien wat een kind op school geleerd heeft. Maar dat is minder simpel dan het lijkt.

Neem kinderen een toets af als ze naar de basisschool gaan en bepaal hun niveau weer als ze die verlaten. Je weet dan wat een school `aan een kind heeft toegevoegd'. Maar zo eenvoudig is het niet. Al meer dan tien jaar vallen voor- en tegenstanders van de zogenoemde kleutertoets over elkaar heen.

Gisteren adviseerde de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de minister van Onderwijs, om alle kinderen op zesjarige leeftijd te toetsen. Het voornemen om een begin- en een eindtoets in te stellen om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen bepalen, stond al in het regeerakkoord van zowel het eerste als het tweede kabinet-Balkenende.

Dolph Kohnstamm, emiritus-hoogleraar ontwikkelingspsychologie, leidde in 1996 een commissie die moest adviseren over een begintoets voor vierjarigen. Zijn commmissie vond de invoering van een kleutertoets geen goed idee. De commissie stelde voor om te experimenteren met een toets voor zevenjarigen.

De onderwijsraad adviseert nu om alle zesjarigen te toetsen. Wat vindt u daarvan?

,,Het toetsen van zesjarigen geeft een iets beter beeld van de verwachte resultaten van een kind dan het toetsen van vierjarigen. Vooral omdat de tijd tussen de begin- en de eindtoets korter is. Maar ik schat in dat de voorspellende waarde van een toets voor zevenjarigen hoger is. Kinderen kunnen dan lezen en schrijven. Je kunt ze eenvoudige taal- en rekenvragen voorleggen.''

Kun je de toegevoegde waarde van een school toetsen door te kijken naar wat de leerlingen op zesjarige leeftijd kunnen?

,,Dat blijkt heel, heel lastig. Er zijn zoveel onzekere factoren. Die gelden voor vierjarigen en ook, misschien in iets mindere mate, voor zes- en zevenjarigen. Veel kinderen veranderen van school of stromen later in. Kinderen ontwikkelen zich nu eenmaal grillig. Het is goed mogelijk dat ze laag scoren op zesjarige leeftijd, maar dat ze dat later weer inhalen of andersom. Zoveel ook hangt af van de leefomgeving van een kind. Je kunt heel moeilijk voorspellen wat kinderen allemaal buiten school leren. Dat is per kind zo verschillend.''

De onderwijsraad ondervangt dat probleem door rekening te houden met de achtergrond van de kinderen. De testen van de kinderen uit dezelfde sociaal-economische groep worden met elkaar vergeleken.

,,Op zichzelf is dat goed. Kinderen met hoogopgeleide ouders leren waarschijnlijk thuis meer dan kinderen van laagopgeleide ouders. Dat is een gegeven waarmee je rekening mee kunt houden. Je zult dan ook best iets over de verwachte resultaten van die héle groep kunnen zeggen. Ik denk dat die voorspelling dan aan het eind van de basisschool voor dertig procent blijkt te kloppen. Voor wetenschappers is dat een behoorlijke score. Maar over individuele kinderen en individuele scholen zegt dat heel weinig. En juist individuele kinderen kunnen baat hebben bij tijdige extra hulp en aandacht als dat nodig zou zijn.''

De onderwijsraad stelt voor om allerlei verschillende toetsen te ontwikkelen, waar wel dezelfde `kern-items' inzitten. Scholen kunnen zo een toets kiezen die bij hen past. Lijkt u dat een goed plan?

,,Daaraan kun je zien dat dit advies een compromis is. Voorstanders van de vrijheid van onderwijs hebben geroepen dat elke school zich in de toets moet kunnen herkennen. Op zich een sympathiek streven, maar stel je het ratjetoe aan verschillende toetsen en resultaten eens voor. De uitslagen worden onvergelijkbaar. Alleen zeer gespecialiseerde researchers zullen er misschien nog iets van snappen. Maar de leraren, de schooldirecteur, de ouders en zelfs de inspecteurs van de onderwijsinspectie kunnen niet nagaan op welke feiten de toetsresultaten zijn gebaseerd.''

Kan de juf of de meester zelf toetsen?

,,Dat lijkt me niet. Voor goede betrouwbare resutaten moeten geschoolde mensen de toetsen afnemen. Omdat de kwaliteit van de school wordt berekend hebben scholen niet alleen voordeel bij een zo'n hoog mogelijk eindresultaat, maar ook bij een zo laag mogelijke beginscore. De kans dat er gesjoemeld wordt is groot.''

De Onderwijsraad zegt expliciet dat er geen koppeling is tussen toegevoegde waarde en de financiering van scholen.

,,Die is er natuurlijk wel. Alleen al omdat ouders een school die slecht scoort links zullen laten liggen. Minder leerlingen betekent minder geld.''

Is het toetsen van alle zesjarigen geen enorme operatie?

,,Precies. En ik ben zo benieuwd wat dat nu allemaal gaat kosten. Ik heb geen kostenberekening gevonden in het rapport. De veschillende toetsen moeten ontwikkeld worden, die moeten elk jaar weer bij álle zesjarigen worden afgenomen door speciaal daarvoor opgeleide mensen en de resultaten moeten worden verwerkt. Dat kost wat. Miljoenen euro's. Ik vraag me af of we dat geld niet beter kunnen gebruiken om de scholen die het matig doen te helpen verbeteren.''