Veiligheidsraad bijeen na moorden in Kosovo

De Veiligheidsraad van de VN bespreekt maandag de situatie in kosovo, na de moord op twee Servische jongeren in Kosovo, woensdag. De Servische regering heeft voor vandaag een dag van rouw afgekondigd.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken van de unie Servië en Montenegro deed gisteren een dringend beroep op de Veiligheidsraad om ,,urgente en efficiënte maatregelen'' te nemen om ,,de golf van geweld van de etnisch-Albanese extremisten tot staan te brengen''. President Svetozar Marovic van de unie Servië en Montenegro zei dat de dubbele moord in Kosovo ,,niet zomaar een misdaad'' was, maar ,,dat de hele wereld hiervan verbijsterd is''. ,,De VN en de Europese Unie moeten concrete besluiten nemen.''

De aanslag van woensdag werd gepleegd bij het door ongeveer duizend Kosovo-Serviërs bewoonde dorp Gorazdevac in het westen van Kosovo. Een of meer schutters openden met kalasjnikovs het vuur op een groep van vijftig kinderen die zwommen in de rivier de Bistrica. Twee Servische jongeren, van elf en twintig jaar oud (niet veertien en achttien, zoals eerder was gemeld) kwamen om het leven, vier anderen werden gewond, twee van hen zwaar. De aanslag werd later woensdag en gisteren gevolgd door een reeks andere incidenten: woensdag werd een Serviër die de gewonde kinderen naar het ziekenhuis wilde brengen, aangevallen door Albanese dorpelingen en vielen Servische dorpelingen een Albanees meisje aan. Gisteren wierpen onbekenden een handgranaat naar het huis van een Albanees in Mitrovica in het noorden van Kosovo; in Prizren, in het zuiden, explodeerde een granaat bij een bureau van de VN-politie. in het westen van Kosovo begon de VN-politie een massale speurtocht naar de daders van de aanslag. In alle steden en dorpen werden huizend doorzocht.

In Mitrovica en in Gracanica gingen Serviërs in protestbetogingen de straat op. Ook in een aantal steden in Serviërs werd gedemonstreerd. Terwijl de Servische regering de VN-politie en de vredesmacht KFOR verantwoordelijk stelt voor de onveiligheid waarin de Kosovo-Serviërs leven, leggen de Servische oppositiepartijen de verantwoordelijkheid voor die onveiligheid bij de regering van Servië. Een leider van de Servische Radicale Partij eiste dat Servië ,,zijn militaire macht'' moet tonen en militaire manoeuvres moet houden langs de grens tussen Servië en Kosovo.

De aanslag op de kinderen van Gorazdevac is alom veroordeeld. De Russische regering sprak van ,,een monsterlijke misdaad''. ,,Door hun aanval op jongeren en hun potentieel om een beter Kosovo op te bouwen vallen [de extremisten] de toekomst van Kosovo zelf aan'', zo zei een woordvoerder van de Amerikaanse regering. Een Britse zegsman bestempelde de aanslag als ,,verraad aan het volk van Kosovo. De voorzitter van de Europese Commissie, Romano Prodi, gaf uiting aan zijn ,,consternatie'' over ,,de verschrikkelijke tragedie''en beloofde alles te doen ,,om, samen met de inwoners van Kosovo, de erfenis van een tragisch verleden definitief af te sluiten''. Ook in Kosovo zelf werd de aanslag door de regering en de politieke partijen veroordeeld.