Pensioenrechten massaal versoberd

Ruim 700.000 werknemers worden dit jaar gekort op de verhoging van hun pensioenrechten doordat hun pensioenfonds de koppeling tussen loonstijging en pensioen heeft losgelaten. Volgend jaar stijgt hun aantal tot 1,5 miljoen doordat ook de pensioengroei voor ambtenaren en leraren wordt beperkt om de financiële positie van pensioenfonds ABP te herstellen.

De bedragen die de werknemers met deze pensioenkortingen inleveren zijn aanzienlijk hoger dan de stijging van de pensioenpremies waarop werkgevers, vakbonden en politici zich tot nu toe richten. Dat blijkt uit een inventarisatie van maatregelen die de pensioenwereld neemt om de pensioencrisis te bestrijden.

Dit jaar hebben bijvoorbeeld werknemers in de metaal en van Vendex KBB last van de beperkte groei van hun pensioenrechten. Volgend jaar moeten ruim 1 miljoen ambtenaren en leraren samen ongeveer 200 miljoen extra pensioenpremie betalen. Zij leveren het drievoudige bedrag in doordat hun pensioenrechten niet volledig gekoppeld blijven aan hun loonstijging.

Werkgevers en werknemers besturen de pensioensector. De verhoging van de pensioenpremies bijt in de winstmarges van bedrijven en in de koopkracht van werknemers. De beperking van de groei van het pensioen valt minder op dan een premieverhoging. Werknemers krijgen doorgaans eenmaal per jaar een opgave van hun pensioenrechten.

De pensioenfondsen hopen de korting de komende jaren weer ongedaan te maken, als hun financiële positie verbeterd is. Daarom vindt bijvoorbeeld het Pensioenfonds Metaal en Techniek de vergelijking van de effecten van premieverhoging met de groei van pensioenrechten niet terecht, omdat voor de tweede maatregel naar herstel wordt gestreefd.

Rechtstreeks ingrijpen in de pensioenrechten geeft pensioenfondsen direct meer lucht.