Op weg naar de Nobelprijs

Een Nederlandse schrijver kán rijk worden, al lukt het de meesten niet. De financiële loopbaan van schrijfster Maria van Goudoever. Zij is fictie, de bedragen zijn dat niet.

De eerste fase. Je ouders zijn duidelijk: Maria van Goudoever moet schrijfster worden. Om de roem, maar ook om het geld. Want, zoals je vader al jaren zegt: wat Lulu Wang kan, kan mijn dochter ook. Dus ga je aan het werk, in het weekend en 's avonds als je thuiskomt van het werk in de fotowinkel. Na een half jaar stuur je je manuscript naar een uitgever. Stilte gedurende de eerste dagen en weken. Na twee maanden is er post: het boek wordt uitgeven. En je krijgt een voorschot! 500 euro.

Het boek, In de wieg, verschijnt een paar maanden later en wordt positief besproken, `een ruwe diamant', schrijft een krant. Het boek wordt bekroond met een heuse literaire prijs: de Dordtse debutantenprijs (€4.500,–). Een openbare bibliotheek in dezelfde stad vraagt je vervolgens om een lezing te komen houden voor een vijftien plaatselijke literatuurliefhebbers. Je vraagt niet meer dan het bodemtarief dat de bemiddelende Stichting Schrijvers School Samenleving rekent: €220,–. Na een jaar volgt de afrekening van de uitgeverij. De verkoop is niet tegengevallen: 1.500 exemplaren zijn over de toonbank gegaan voor €20,– per stuk. Na aftrek van de BTW is tien procent daarvan voor jou: €2.830,–. Daar gaat wel het voorschot weer vanaf.

Opbrengst eerste fase: €7.050,–

De tweede fase. De uitgever heeft goede moed: hij gaat bij je tweede boek uit van een oplage van 5.000 stuks voor de eerste druk. De helft van de royalty's betaalt hij meteen uit als voorschot. Omdat het percentage stijgt bij een hogere oplage, vind je dadelijk €5.950,– op je rekening. Na een jaar schrijven – bij de fotowinkel ben je één keer herkend – is Dubbelslag klaar.

Ook dit boek wordt weer goed ontvangen, er vloeien acht lezingen en andere optredens uit voort (€2.800,–; je hebt het tarief verhoogd), De Revisor vraagt je om een essay in een themanummer over eeuwigheid (€121,30) en de Stichting Lira (die bij de bibliotheken een dubbeltje int per uitgeleend boek) maakt 18 euro over aan leenvergoeding. Allemaal goed nieuws, maar de verkoop blijft steken op 2.000 exemplaren. Zo komt er aan het eind van het jaar geen geld van de uitgever, je hebt een negatief saldo van €2.140,–.Gelukkig dat je dat niet terug hoeft te betalen.

Opbrengst tweede fase: €8.889,30

De derde fase. Je komt in aanmerking voor een beurs van het Fonds voor de Letteren. Dat kent je een werkbeurs van €15.000,– toe om de historische roman Scheepsrecht te kunnen schrijven. Je neemt ontslag bij de fotowinkel. De uitgever is zuinig, die vindt dat je het tekort van je vorige roman van €2.140,– maar als voorschot moet beschouwen. Het derde boek lijkt de weg van de twee eerste te gaan: de critici zijn opnieuw enthousiast, maar de verkoop komt maar traag op gang. Wel wordt het bekroond met de F. Bordewijkprijs (€4.500,–).

Meer dan een half jaar na verschijning wordt Scheepsrecht genomineerd voor de AKO-literatuurprijs. Dat werkt: je verschijnt in Barend en Van Dorp en de verkoop neemt plotseling toe, tot tienduizend exemplaren (€23.800,–). Bovendien stromen de aanvragen voor lezingen binnen (€8.000,–), kranten en weekbladen vragen je om in totaal acht stukken (€5.000,–) en een grote scheepswerf vraagt je om een een verhaal van vijf bladzijden ter opluistering van het jaarverslag (€6.000,–). De uitgeverij besluit bovendien om In de wieg in een midprice-editie van 12 euro te herdrukken, waarvan er 6.000 worden verkocht (10% royalty's maakt €6.792,–). Duitse, Engelse en Finse uitgevers kopen de rechten voor in totaal €10.000,–, waarvan je €6.000,– ontvangt. De leenvergoeding is €712,–.

Opbrengst derde fase: €75.804,–

De vierde fase. Je uitgever ziet het zonnig in: €15.000 voorschot, terwijl het Fonds voor de Letteren je ondersteunt met nog €20.000. Het boek, Liefdeskwartet, blijkt de klapper waar je op hoopte: binnen een half jaar worden er 40.000 stuks verkocht, waarna je de Libris Literatuurprijs wint (€100.000). Herdrukken volgen elkaar op tot er 80.000 exemplaren verkocht zijn (€285.000). Dubbelslag en je andere oudere boeken beginnen te lopen in goedkope herdrukken (€50.000).

Aan verschillende buitenlanden worden je boeken voor 150 duizend euro verkocht. Wegens bewezen verdiensten krijg je inmiddels driekwart van de opbrengst: €112.500,–. Een oliemaatschappij vraagt je om een lezing voor het management. Je vraagt vijftienduizend euro, wat onmiddellijk wordt toegezegd. Optreden in bibliotheken, op festivals en op literaire avondjes doe je ook nog, voor €30.000,– in totaal. Een weekblad biedt je een wekelijkse column aan (€41.600,–), kranten en tijdschriften brengen nog €6.000,– in het laatje. De Stichting Lira maakt de leenvergoeding over: €1.650,–.

Opbrengst vierde fase: €661.750,–

De vijfde fase. Je hebt een pand op de Brouwersgracht in Amsterdam gekocht. Subsidie krijg je niet meer, daarvoor ben je nu te welgesteld. Wel word je door het Nederlands productie- en vertalingenfonds meegenomen op een promotietoernee van tien dagen door Spanje. Bij de ondertekening van het contract voor De ruimtedans meldt je uitgever dat hij de dag ervoor €150.000,– aan je heeft overgemaakt. Dat moest wel, want inmiddels was je door twee concurrerende uitgevers benaderd voor een overstap.

Het boek – dat overigens door de kritiek wordt gekraakt – schiet meteen de bestsellerlijsten binnen. De koopwoede luwt pas als er 200.000 exemplaren zijn verkocht (€666.400,–). Het succes neemt ook je oude boeken op sleeptouw, vier pocketuitgaven zijn goed voor nog 100.000 exemplaren (€76.190,–).

Belangrijker is dat de Duitsers en Amerikanen je hebben ontdekt: in het buitenland verkoop je een slordige 250.000 boeken (€240.000,–). Af en toe geef je nog een lezing, maar alleen nog in bibliotheken (€4.500,–). In grote schnabbels, tijdschriftartikelen en je column heb je geen zin meer. De columns laat je wel bundelen (80.000 exemplaren, €136.800,–). Je koopt een tweede huis in Frankrijk omdat je in Nederland niet meer rustig over straat kunt. De uitleenvergoeding is €1.828,–

Opbrengst vijfde fase: €1.125.718,–

De zesde fase. In de loop van de succesjaren heb je je literair steeds verder weten te vernieuwen. Dat is je reputatie ten goede gekomen, maar heeft je wel veel lezers gekost. Vanuit de hele wereld ontvang je nog een slordige €50.000,– aan royalties voor oude boeken, en €434,– aan leengeld. Teruggetrokken in Frankrijk schrijf je alleen nog poëzie, die voor het genre wel buitengewoon goed verkoopt: van Nieuwe vormen worden 1.000 exemplaren verkocht (€1428,–). Je krijgt de Nobelprijs voor de Literatuur: €1.000.000,–.

Opbrengst zesde fase: €1.051.862,–

Het huishoudboekje van de fictieve schrijfster Maria van Goudoever is aantrekkelijk, maar slechts een enkeling van de bestaande Nederlandse schrijvers komt er enigszins bij in de buurt. De meeste afvallers zitten in het begin. Het onlangs in een nieuwe editie verschenen Handboek Schrijvers meldt dat 90 à 95 procent van alle manuscripten die uitgeverijen binnenkrijgen, met een afwijzing worden teruggestuurd. De schrijvers die het wél redden, blijven in financieel opzicht meestal steken tussen fase twee en drie: ze ontlenen een redelijk inkomen aan hun boeken en aan nevenactiviteiten als lezingen houden en artikelen of columns schrijven. Hun inkomen wordt aangevuld met `regulier' werk of subsidie. Een onderzoek onder schrijvers van het weekblad Vrij Nederland wees twee jaar geleden uit dat een gemiddelde Nederlandse schrijver zo'n 13 duizend euro aan zijn boeken verdient. Maar één op de vijf schrijvers kwam boven de 40 duizend euro per jaar uit. Bovendien zit er een inkomensgrens aan de subsidies van het Fonds voor de Letteren: Ilja Leonard Pfeijffer nam ontslag bij de Leidse universiteit om zijn recht op een hem toegekende beurs van €68.000,– niet te verspelen.

Echte bestsellerauteurs (zoals de laatste jaren Harry Mulisch, Leon de Winter, Geert Mak, Thomas Rosenboom en Yvonne Keuls) lopen wél binnen, maar voor hen geldt nog wel de opmerking die Connie Palmen enkele jaren geleden tevreden maakte: ,,Ik betaal tónnen belasting.'' Bovendien lijken de bedragen die de fictieve Van Goudoever in de verschillende fasen verdient mooie jaarinkomens, maar slechts enkele schrijvers komen tot een roman per jaar. En het kan afgelopen zijn voor je het weet: Lulu Wang, die vijf jaar geleden honderdduizenden exemplaren van Het lelietheater verkocht, haalde in 2002 met Het rode feest de top-100 van bestverkochte boeken al niet meer. Overigens schreef ze het boek in eerste instantie voor koffieproducent Douwe Egberts.

Dit is het laatste deel van deze serie. Eerdere afleveringen zijn te vinden op www.nrc.nl