Op reis

De voetbalclub van Urk schreef zich pas in voor de nationale competitie toen het dorp door een brug met het vasteland was verbonden. De eerste voetbalcompetities kenden alleen maar ploegen die hun thuisbasis hadden in de buurt van een treinstation. Reizen is een onontbeerlijk onderdeel van sportbeoefening. En op reis kan er van alles gebeuren: wind, vervelende mensen, oorlog.

Oorlog is toch wel het vervelendst. Juliana uit Limburg, tegenwoordig de J in Roda JC, speelde in de zomer van 1940 in de kampioenencompetitie en had Feyenoord als eerste tegenstander. De voetballers moesten dwars door Duitse linies heen naar Rotterdam en deden er zodoende drie dagen over. Door de uitputtingsslag verloren ze dik en moesten toen nog naar huis – wéér langs die route.

Sportjournalist M.J. Adriani Engels was enkele maanden eerder naar Luxemburg gegaan voor een voetbalwedstrijd van Oranje. Door de oorlog ging dit niet door en dus zat hij daar voor niets. Hetzelfde probleem rees als Juliana: naar huis. Hij deed er veel langer over, omdat hij door de Duitsers werd vastgehouden als krijgsgevangene. Maar hij kwam wel terug.

Op een boot kan van alles gebeuren, blijkt uit het boek `Karel Lotsy en het Nederlandsche voetbal' van G. Zalsman uit 1946. In 1912 zat Oranje op de boot naar Hull, Engeland, met een beroerde accommodatie. Nederland verloor en daarna stonden de kranten bol van de kritiek. `Het werd een hoogoplopende ruzie', schreef Zalsman, `zeer onaangenaam voor de reederij, die den dienst op Hull onder haar hoede had.' Alsof het niet erg genoeg was, was een international flauw gevallen in de sauna, waarin de spelers waren gaan zitten omdat bondscoach Chadwick zei dat stomen goed hielp tegen de zeeziekte.

Het comfortabele vliegtuig – alhoewel gehaat door Abe Lenstra – kwam pas na de Tweede Wereldoorlog. In 1946 reisde Feyenoord als eerste Nederlandse ploeg over de oceaan, naar Curaçao, en heel het land leefde mee. Rotterdammers brachten norit en medicijnen naar de club, omdat je nooit kon weten. Bij terugkomst werden de spelers meer lastiggevallen met vragen over de reis, New York, Curaçao en het eten aan boord dan over het vertoonde voetbal. En dat was nog twee jaar nadat Zalsman constateerde: `Tegenwoordig worden de heeren met zorg behandeld, ze worden vertroeteld door een trainer, ze vinden alles kant en klaar in de beste hotels en er worden kosten noch moeite gespaard om het hun naar de zin te maken.'

Benieuwd wat hij nu zou schrijven.

jurryt@xs4all.nl