Onenigheid over inlaten zout water

De inlaat van zout water in het westen van Nederland heeft geleid tot onenigheid tussen de betrokken hoogheemraad- en waterschappen en natuurorganisaties.

Volgens Staatsbosbeheer zal de natuur ,,onomkeerbare schade'' ondervinden van verzilting van de bodem. Volgens hem is de organisatie ,,ten onrechte niet gekend in het besluit''. Staatsbosbeheer beheert tussen Leiden, Rotterdam en Breukelen zo'n 3.500 hectare natuur.

Het besluit om zout water in te laten is gistermorgen genomen door het hoogheemraadschap van Rijnland en de waterschappen Groot-Haarlemmermeer, De Oude Rijnstromen en Wilck & Wiericke. Een dergelijk `peilbesluit' heeft de kracht van een verordening: hoogheemraad- en waterschappen hebben de bevoegdheid te besluiten over de regionale waterverdeling, waarbij de veiligheid van de bevolking voorop staat.

Het besluit om zout water in te laten was volgens de hoogheemraad- en waterschappen onvermijdelijk: zou het waterpeil nog verder zakken, dan dreigden de dijken af te brokkelen. Ook zouden de houten paalkoppen van huizen in de oude stadscentra boven water komen te staan en gaan rotten. De hoogheemraad- en waterschappen spraken in dit verband van `onomkeerbare schade', terwijl het zoute water weer uit de bodem kan worden weggespoeld.

Staatsbosbeheer is het oneens met deze redenering. Volgens een woordvoerder zal er ,,onherstelbare schade'' ontstaan in natuurgebieden ,,waar we wel vijftien, twintig jaar aan het restaureren zijn geweest''. Hij noemt het voorbeeld van De Meije bij Woerden, ,,waar nu weer aardbeivlinders, maanvlinders en groene glazenmakerlibelles leven''. De woordvoerder: ,,Als die doodgaan, ziet niemand dat. Maar intussen hadden we daar net weer een volledig functionerend ecosysteem. We ondertekenen als land talloze verdragen over natuurbescherming, maar als het erop aankomt telt de natuur niet mee.'' Boswachters van Staatsbosbeheer gaan de komende weken de schade in kaart brengen, waarna er ,,een rekening zal worden opgemaakt''.

De Unie van Waterschappen heeft ,,verbaasd, maar met begrip'' kennis genomen van de verontwaardiging. De Unie van Waterschappen meent dat deze ,,te eenzijdig richting waterschappen is gericht'': de aanleg van bijvoorbeeld zoetwaterreservoirs vergt planologische besluitvorming bij provincies en rijk en kost veel geld.

Voor het `Nationaal Bestuursakkoord Water' dat kabinet, provincies, gemeenten en waterschappen zes weken geleden sloten, is vooralsnog weinig geld uitgetrokken. In dit akkoord wordt het voornemen uitgesproken tot maatregelen tegen extreme droogte en extreme neerslag als gevolg van klimatologische veranderingen.

De Westelijke Land- en Tuinbouworganisatie (WLTO) is ,,zeer bezorgd'' over het inlaten van zout water. De WLTO zegt weliswaar ,,begrip te hebben voor het grotere maatschappelijke belang van de veiligheid'', maar wil wel een schadevergoeding voor tuinders die onder de verzilting te lijden krijgen. Vooralsnog is onduidelijk wat precies de gevolgen van het inlaten van zout water zijn op planten, dieren en natuur. Vandaag zou ook het kabinet zich buigen over de watermaatregelen.