`Mandaat Congo-missie te weinig robuust'

Een Nederlandse delegatie reist door het turbulente Grote-Merengebied in Afrika. In Congo beloofden bewindslieden De Hoop Scheffer en Van Ardenne president Kabila wel geld, maar geen vredestroepen.

De jonge Congolese president Joseph Kabila ontvangt zijn Nederlandse bezoekers op de schaduwrijke veranda van zijn paleis op een heuvel boven de machtige Congo-rivier. ,,Meneer de president'', begint minister De Hoop Scheffer na enige plichtplegingen. ,,Het is voor het eerst dat een Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken voet zet op Congolese bodem.''

Hoewel Kabila niet zichtbaar getroffen is door dit feit, wil De Hoop Scheffer ermee aangeven dat het Nederlandse kabinet serieus werk wil maken van Afrika, en in het bijzonder van het turbulente gebied rond de Grote Meren. Daarom is hij samen met zijn collega Van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking vijf dagen op pad door de regio.

De timing van hun bezoek is goed. Congo heeft net een paar weken geleden een nationale overgangsregering gekregen, die moet proberen het land na een jarenlange bloedige oorlog in het oosten tot vrede en stabiliteit te brengen. De Hoop Scheffer en Van Ardenne zijn de eerste Europese ministers die het land sindsdien bezoeken. De president zelf verwaardigde zich niet de pers een reactie te geven, maar volgens de Nederlandse ministers viel hun initiatief bij hem in goede aarde.

Het buurland Rwanda, waar de beide ministers maandag waren, staat bovendien aan de vooravond van presidentiële en parlementsverkiezingen. Rwanda is, net als Oeganda, al jaren nauw betrokken bij het conflict in Oost-Congo, dat vooral draait om etnische tegenstellingen tussen Hutu's en Tutsi's, en om de grote minerale rijkdom van het gebied.

,,Wij proberen als een katalysator te fungeren voor de Europese Unie in dit gebied'', had De Hoop Scheffer bij het begin van de reis naar Centraal-Afrika verklaard. ,,We zijn bereid tot een fors commitment.'' Zulke ambities heeft Nederland in dit deel van de wereld niet eerder tentoongespreid.

De Nederlandse ministers waren niet met lege handen gekomen bij Kabila, die volgens De Hoop Scheffer voor een ,,Herculische taak'' staat. Eerder had Nederland zich al bereid verklaard 110 miljoen dollar bij te dragen aan een internationaal programma voor de demobilisatie van tienduizenden militairen en militieleden in Oost-Congo en de buurlanden. Daarmee neemt Nederland een vijfde deel van het totale budget voor zijn rekening.

In Kinshasa beloofde Van Ardenne nog eens een miljoen dollar voor een pot van negen miljoen dollar, die is bedoeld om het totaal ontredderde bestuur van het land weer een beetje op gang te krijgen. Ook schenkt ze een miljoen dollar extra voor noodhulp aan het straatarme land.

Maar het belangrijkste probleem in Congo blijft voorlopig handhaving van de wankele vrede die er sinds enkele maanden heerst. Daarbij speelt operatie-MONUC van de Verenigde Naties een hoofdrol. Bill Swing, de speciale VN-gezant voor MONUC, is echter nog op zoek naar een deel van de 10.800 troepen, die nodig worden geacht voor de vredesoperatie.

Wordt het dus niet tijd voor de beide Nederlandse ministers om ook eens na te denken over een militaire bijdrage om de rust in het gebied van de Grote Meren te herstellen? De Hoop Scheffer en Van Ardenne worden immers niet moe het belang te onderstrepen van een ,,geïntegreerde aanpak'' voor de regio Centraal Afrika.. ,,Ontwikkelingsprogramma's worden pas effectief als er stabiliteit en vrede in de regio zijn'', stelde Van Ardenne. ,,Alles hangt hier met alles samen.''

Tot nu toe heeft Nederland niet één militair geleverd voor MONUC. Op vragen hieromtrent antwoordde De Hoop Scheffer steeds: er is geen verzoek door de Verenigde Naties gedaan om een bijdrage van Nederland. MONUC-ambassadeur Swing verklaarde echter woensdag in Kinshasa tegenover journalisten dat hij verbaasd was dat er nog niet zo'n verzoek om Nederlandse troepen uit New York was gekomen. ,,We zouden ze dolgraag zien komen'', aldus de diplomaat, die er op wees dat Nederland zeer ervaren is in internationale vredesoperaties.

De Hoop Scheffer reageerde woensdag geprikkeld toen hem dit werd voorgelegd. Swing had het er niet met hem over gehad en bovendien gaat de Amerikaanse VN-gezant formeel helemaal niet over dit soort verzoeken, stelde hij. Een dag later, in het vliegtuig terug naar Nederland, toonde de minister zich toeschietelijker. Met zijn collega Kamp (Defensie) en Van Ardenne zou hij nog eens kijken hoe het zogeheten toetsingskader van de Tweede Kamer zich verhoudt tot het mandaat van MONUC.

Het probleem met MONUC is volgens de minister dat het mandaat niet robuust genoeg is. Essentieel acht hij een substantiële deelname van een grote mogendheid en dat is nu niet het geval bij MONUC. Ook vindt hij de voorwaarden waaronder MONUC-militairen geweld mogen gebruiken te vaag. Hij verklaarde met zijn Europese collega`s nader te zullen overleggen over het mandaat van MONUC.

De levering van troepen aan de vredesoperatie in Congo ligt gevoelig in Nederland, doordat er vooral bij de oppositiepartijen in de Tweede Kamer meer animo was om troepen ter beschikking te stellen voor de operatie in Congo dan voor de stabilisatiemacht in Irak. Het Kamerlid Koenders (PvdA) heeft De Hoop Scheffer herhaaldelijk gevraagd of er niet een verzoek was gekomen aan Nederland om een bijdrage aan MONUC te leveren. Ook zijn collega Karimi (GroenLinks) heeft een voorkeur voor een bijdrage in Congo uitgesproken.

Niet overal lijken de toegenomen ambities van Nederland in de regio intussen met evenveel enthousiasme te worden begroet. De Oegandese president Yoweri Museveni nam bij nader inzien niet de moeite van zijn ranch naar de hoofdstad Kampala te komen om de Nederlanders daar volgens afspraak te ontmoeten. Hij liet de honneurs verder waarnemen door zijn minister van Defensie. ,,Jammer dat het zo gelopen is'', vond De Hoop Scheffer.