Krabben kijken en kwallen prikken

We zaten aan een prachtig strand omringd door groene bergen. Het zoute zeewater was zo helder dat je de visjes langs je benen zag zwemmen.

En kleine krabbetjes vonden we op de bodem van de zee. Die waren gemakkelijk te vangen. Omdat Thomas en ik graag uitzoeken hoe dingen in elkaar zitten, gingen we aan de slag.

Ik vulde Thomas zijn duikbril met water en stopte er een krabbetje in. Hij deed niet veel, dus besloten we om er een zandworm bij te zetten. Bingo! De zandworm rolde zich van schrik op en het krabbetje begon gejaagd heen en weer te lopen. Met zijn schaar zwaaide hij boos richting worm. ,,Kijk, kijk nou wat hij doet'', riep ik uit. Onze krab raakte over zijn toeren. ,,Haal die worm eruit'', zei Thomas. ,,Ik vind het zielig. Ze zijn helemaal in paniek.''

Thomas had gelijk, het was gemeen. We wilden het goed maken door onze krab vriendjes te geven. We vulden de blauwe duikbril met een stuk of acht soortgenootjes. We bekeken ze nog een tijdje. En omdat er niet echt iets gebeurde, plaatsten we ze uiteindelijk terug in zee.

Toen kwam er een man de zee uitgelopen. Hij duwde iets lichtblauws voor zich uit. Het leek eerst op een plastic zak die bol stond met water. Maar het was een grote blauwe haarkwal. Hij tilde hem op aan de bovenkant en riep dat we aan de kant moesten gaan staan.

De kwal kon steken. Hij legde hem in het zand. ,,Er zijn er nog veel meer'', riep hij, en dook het water weer in.

De kwallenvanger haalde wel een stuk of vijf van die joekels uit zee. Thomas en ik bukten bij de eerste kwal. Echt harig was hij niet. ,,Niet aankomen hoor'', zei ik. ,,Wacht, daar ligt een stokje.'' We zwiepten de bovenste flap van de kwal met het stokje naar achter.

Eronder zagen we, aan het eind van zijn tentakels, een doorzichtige harde bal, met in het midden een klein sardientje. ,,Hij heeft een vis opgegeten!'', riepen we uit.

,,In één hap want hij is nog heel.'' We poerden met het stokje naar het visje. En nog een beetje. En nog iets harder. Toen prikten we ineens per ongeluk dwars door de kwal heen. We keken elkaar geschrokken aan en lachten zenuwachtig. Dat was niet de bedoeling.

,,Zullen we met de bal gaan spelen?'', vroeg Thomas. ,,Ja, maar liever niet in het water'', zei ik. ,,Straks grijpt een kwal mij nog.''