Het gezwel van Nederland

Daar had premier Balkenende vast niet op gerekend: behalve problemen in het eigen land ook nog eens gerommel in de West. Opeens roeren de Antillen zich; het stukje van het koninkrijk dat in het regeerakkoord van CDA, VVD en D66 drie nietszeggende alinea's kreeg toebedeeld. Want voor de nationale politiek hangen de Nederlandse Antillen er al tijden maar zo'n beetje bij: letterlijk en figuurlijk.

Vanuit het bijna 50 jaar oude Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden geredeneerd is dat een logische zaak. Het Statuut dat eind 1954 na moeizaam onderhandelen tot stand kwam was voor Nederland een bewuste en radicale breuk met het koloniale verleden. Vrijheid, zelfstandigheid en gelijkwaardigheid waren de geheel bij het naoorlogse tijdperk passende sleutelbegrippen voor de nog resterende ex-koloniën. Maar het trieste is dat die destijds toegekende verregaande mate van autonomie bij opeenvolgende Nederlandse regeringen en parlementen gaandeweg heeft geleid tot apathie. Is het niet veelzeggend dat Wim Kok in de acht jaar dat hij minister-president was, nooit een bezoek heeft gebracht aan de Antillen?

Toch rechtvaardigt niets zo'n `laisser-faire' houding. Het aanhoudende wanbestuur op de Nederlandse Antillen is wel degelijk een zaak die Nederland rechtstreeks raakt. Een groot deel van de bevolking van Curaçao heeft zich de afgelopen decennia vanwege het gebrek aan enige toekomst op het eiland zelf in Nederland gevestigd. Het woord Antillenroute staat allang niet meer voor aantrekkelijke fiscale constructies, maar voor grootschalige cocaïnesmokkel en witwaspraktijken. Nederlandse ontwikkelingsgelden verdwijnen in bodemloze Antilliaanse putten. Door alles heen lopen de talloze corruptiezaken waarbij telkens weer namen van politici vallen. Kortom: de Antillen, met Curaçao voorop, zijn hard op weg een door en door verrotte samenleving te worden. In het voormalig moederland wordt ondertussen voor de zoveelste maal de fluwelen handschoen aangetrokken.

Symbolisch voor de bestuurlijke impotentie van Nederlandse kant is bijvoorbeeld het al bijna twee jaar durende tragikomische geharrewar rond de aanpak van de cocaïnesmokkel. Op alle mogelijke manieren hebben Antilliaanse autoriteiten de meest voor de hand liggende maatregelen weten te frustreren. Zo stonden de geheel nieuwe bagagescans vorig jaar ingepakt en ongebruikt op het vliegveld Hato van Curaçao omdat ze niet naast de bagageband zouden passen. In de vertrekhal werden ze evenmin geplaatst omdat dit niet goed zou zijn voor de arbeidsomstandigheden van de daar werkzame douaniers. De bodyscan die begin dit jaar aan de Antillen werd geleverd, bleef tijden ongebruikt omdat deze volgens de toenmalige Antilliaanse minister van Volksgezondheid, Theodora-Brewster, ,,stralingsgevaar'' bevatte. Het apparaat werd uiteindelijk in gebruik genomen, maar inmiddels heeft schaduwpremier Antony Godett aangekondigd dat deze weer zal worden verwijderd. ,,Het geld voor de aanpak van drugskoeriers moet worden besteed aan onderwijs, werk, speciale projecten'', zei hij afgelopen dinsdag in een vraaggesprek met deze krant.

Natuurlijk kan de inzet van röntgenapparatuur op het vliegveld van Curaçao worden afgedaan als zoveelste vorm symptoombestrijding, zoals het van de Antillen afkomstige PvdA-Tweede Kamerlid John Leerdam vorige week nog op deze pagina schreef. Maar juist zo'n opmerking is wel weer zo veelzeggend voor de wijze waarop Nederland nu al jaren met de Antillen omgaat: berustend, afwachtend, en vooral niet confronterend.

De Nederlandse politiek beschouwt de Antillen nog immer vooral als een curiositeit. Het is de 8.000 kilometer verderop gelegen tropische verrassing voor nationale politici die er eens even uit willen. Prestigieus is het lidmaatschap van de vaste Kamercommissie voor Antilliaanse zaken misschien niet, maar wel des te plezieriger. Stuur de leden naar de nationale tropen en gegarandeerd dat ze boordevol begrip voor het krakkemikkige eilandsbestuur terugkomen. Zou de Caraïbische sfeer inderdaad verdoven? Toen Nederland begin jaren zeventig nog staatkundige betrekkingen onderhield met Suriname was er het zogeheten `Torarica-effect'. Nederlandse politici, even weg uit het steile, koude kikkerland, ondergingen tijdens hun periodieke bezoeken een ware metamorfose. Aan de rand van het zwembad van hotel Torarica in Paramaribo met Parbobier dan wel Black Cat rum binnen handbereik en de altijd goedgemutste Surinaamse gastheren om hen heen kregen de problemen van het land steevast een veel gemoedelijker aanzien.

Natuurlijk hebben de mensen die zeggen dat gemakkelijke oplossingen voor de Antillen niet bestaan, gelijk. De vijf eilanden omvormen tot dertiende provincie van Nederland heeft weliswaar de charme van de eenvoud, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Hoe moet in dat geval, om maar eens wat te noemen, het naar de provincies gedecentraliseerde welzijnsbeleid gestalte krijgen op Sint Eustatius? En wat te denken van de invoering van de Nederlandse bijstandswet op de Antillen?

Drastischer is de stap om de Antillen eenzijdig af te stoten. Volgens sommige volkenrechtdeskundigen, zou dit ondanks het Koninkrijksstatuut misschien kunnen. Het betekent dat Nederland geen enkele verantwoordelijkheid meer neemt voor de Antillen, maar de eilanden volledig aan hun lot overlaat. Maar dat verhoudt zich moeilijk met de in de Grondwet opgenomen opdracht dat Nederland de internationale rechtsorde bevordert. Bovendien is het de vraag of de internationale gemeenschap zit te wachten op een aantal nieuwe Grenada's in de Caraïbische Zee. Maar het ontbreken van eenvoudige oplossingen is geen alibi voor de aanhoudende passiviteit. ,,De regering van het koninkrijk zal nadrukkelijker de regie van de ontwikkelingen op zich nemen. In het bijzonder geldt dit voor de rechtshandhaving'', schreef (toen nog) verantwoordelijk minister Remkes vorig jaar in de begroting voor Koninkrijksrelaties. Wat volgde was de gebruikelijke stilte. De Antillen: zo klein, maar tevens voor Nederland zo onhandelbaar. Dat is het werkelijke probleem.

Niet de zorg van Nederland voor het al jaren falende bestuur heeft de afgelopen weken van de Antillen een politiek onderwerp gemaakt, maar de provocerende capriolen van de familie Godett. Zolang het deze volgorde is die het handelen van de Nederlandse politiek bepaalt, blijven de Antillen het gezwel van het koninkrijk.