Grenzen van het toeval

Van tijd tot tijd komt een dierpsycholoog, een oppasser of een kunstenaar op het idee, een chimpansee een verfdoos met toebehoren te geven, om eens te zien wat deze voorvader ervan maakt. Dat wordt dan, veronderstel ik, geïnterpreteerd als, respectievelijk, een vorm van hersenactiviteit, vrijetijdsbesteding of kunst. Het ene sluit de andere twee niet uit. De apentheorie wil, dat als je tienduizend chimpansees aan de schrijfmachine zet, het onvermijdelijk is dat na verloop van tien jaar één chimpansee een meesterwerk uit de wereldliteratuur zal hebben geschreven. Mina von Barnhelm, De gebroeders Karamazov, hindert niet wat. Als je deze onzin één keer per dag aan telkens tien andere mensen vertelt, zul je na een jaar merken dat er gemiddeld zeven per dag intrappen. Dit betekent dus, dat tenminste 2555 op de 3650 mensen zich voor de gek laten houden, daarbij aangenomen dat je er in slaagt iedere dag tien verse mensen vindt om onzin aan te vertellen. En dan het opmerkelijkste: tien tegen één dat geen van de 3650 zal vragen of er onder de literaire apen ook iemand was die een volkomen en als zodanig herkenbaar nieuw meesterwerk had geschreven.

Wat in de literatuur flauwekul is, (op een enkele uitzondering na, het surrealistisch laten dwarrelen van uitgeknipte woorden om er een gedicht van te maken), is in de beeldende kunst gebruikelijk. Het toeval als principe. In de stad ontstaan de door toedoen van weer, wind en de straatjeugd de afscheurkunst. Foto's van muren, schuttingen met op die manier aangetaste affiches zijn mooier dan het ongeschonden oorspronkelijke. Hoe komt het? Door het grillige, het kleurrijke, de aanblik van de tweedimensionale ruïnes, de resten van al die pogingen om onze aandacht te trekken? Je kunt ook opzettelijk gaan afscheuren. Heb je een beetje geluk dan maak je iets dat even mooi is. Het genre van deze décollage handhaaft zich.

Daniel Spoerri had een andere methode bedacht: het vastlijmen van alles op de tafel waaraan een gezelschap heeft zitten eten, drinken en roken. Het leven gestold nadat de gasten zijn vertrokken, met achterlating van alles wat hun eet-, drink- en rooklust heeft aangericht. Bij hun opgravingen treffen archeologen zulke bewijzen van vroeger leven aan, in huizen waaruit de mensen hals over kop zijn gevlucht, voor natuurgeweld of omdat ze door toverkrachten werden gedwongen. Dat is ook de neerslag van het toeval, maar dan een paar duizend jaar geleden. En dan zie je dat het toeval toen andere estethische kwaliteiten had dan in deze tijd. Het kan wel `mooi' zijn, maar dan op een andere manier. Ik veronderstel dat het komt door het gebrek aan kleur en kleine objecten die door de eeuwen heen verloren zijn gegaan. Niki de Saint Phalle schoot met een windbuks op zakjes vol verf die op enige afstand van een doek waren opgehangen. Of liet schieten. Altijd belangwekkende resultaten. Zo kom je vanzelf op Jackson Pollock en zijn druipschilderijen.

Allemaal kunst door een min of meer gestuurd, of vrij toeval. Maar nu weer terug tot de chimpansees. Het moet mogelijk zijn, een soort tekeningen te maken door een van de hoofdwegen van een mierennest om te leiden, via een stempelkussen en een stuk papier. Daarop verschijnen dan binnen een werkdag duizenden pootafdrukjes. Af en toe verschuif je het papier een beetje, en van tijd tot tijd leg je een nieuw stempelkussen van een andere kleur neer. Zo ontstaat voor je ogen een stukje abstract tekenwerk, een staaltje van het fijnste pointillisme. Deze `tekening' heet dan: Wegomlegging. Ik geloof trouwens dat iemand het al eens met mensenvoeten heeft gedaan, en als dat niet zo is, dan zal het er nog wel van komen. Eigenlijk, in diepste wezen, is dit een variant op Yves Klein, die omstreeks 1960 naakte mannequins beverfde waarna de meisjes over zijn schildersdoek rolden. Mij staat een fotoreportage in Life voor de geest. Het was een deftige aangelegenheid waarbij het publiek in avondkleding was verschenen. Na Yves Klein kun je als kunstenaar met goed fatsoen niet meer door tussenkomst van een levend wezen jezelf artistiek laten gelden. Dan ben je een vondstenaar geworden.

Als vanzelf dacht ik toen even aan die man in Woerden die een stuk of wat goudvissen datgene liet doen waarmee Yves Klein en zijn mannequins furore hebben gemaakt. Deze affaire is inmiddels door de dierenbescherming afgehandeld. Zo zijn er meer strafrechtelijke grenzen aan het toeval. André Breton beschouwde het als de volstrekte surrealistische daad met een revolver de straat op te gaan en in het wilde weg om je heen te schieten. Daartegenover staat de opmerking van Jaroslav Hasek's Brave soldaat Svejk als hij de vuurdoop ondergaat. Niet schieten, roept hij de vijand toe. Je zou wel eens iemand kunnen raken! Het klinkt niet artistiek, en misschien wat ouderwets maar het heeft onmetelijk veel andere verdiensten.

PS: In mijn stukje over Terminator 3 heb ik de maker ervan verdacht dat hij zich bij het ontwerpen van een gemeen robotje had laten inspireren door de Velociraptor zoals die in Jurassic Park verschijnt. Een Terminatorkenner deelt me mee, dat het robotje al in deel 1 en 2 te zien is, zodat van `inspiratie' geen sprake kan zijn. Waarvan acte.