Geen extra toets

HET TOETSEN VAN LEERLINGEN is in de mode. Jaarlijks maken kinderen van de hoogste groep van tachtig procent van de basisscholen een uniforme, nationale Cito-toets die een grote rol speelt in hun verdere schoolcarrière. Een hoge score biedt toegang tot het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (VWO), een lage score maakt dat vrijwel onmogelijk. Een voordeel van centrale toetsing is de onderlinge vergelijkbaarheid van uiteenlopende scholen. Bovendien beschikken middelbare scholen zo niet alleen over de adviezen van basisscholen, maar ook over objectieve testresultaten van de toe te laten leerlingen. De toets biedt een centrale norm voor verschillende scholen en beschermt leerlingen enigszins tegen de willekeur van basisschoolleraren die schooladviezen moeten geven. Ook ouders komen te weten hoe hun kinderen en hun school presteren vergeleken bij de rest van het land. Gemeentebesturen zien aan de testresultaten welke scholen een achterstand hebben.

Gezien deze voordelen gaan er stemmen op om vaker te toetsen. Veel basisscholen hebben al een voorbereidende toets in groep zeven. En deze week stelde de Onderwijsraad voor alle kinderen ook aan het begin van groep drie – vlak na hun kleuterjaren – aan een toets te zetten. Volgens eigen onderzoek zouden de resultaten van zo'n extra toets naast gegevens over de etnische en sociale achtergrond van de kinderen een iets beter beeld kunnen geven van het leerlingenbestand van de school. Kinderen die laag scoren kunnen meteen al in hun eerste leerjaar bijles krijgen, ongeacht hun achtergrond.

BIJ NADER INZIEN zijn deze voordelen wel erg theoretisch. Het toetsen van kleine kinderen, die overgaan van spelen op leren, is een grillige zaak. Vandaar dat een adviescommissie voor de regering zich zeven jaar geleden tegen het toetsen van de kleuters van groep één keerde. Ook leerlingen die aan groep drie beginnen veranderen snel.

De Onderwijsraad, die weinig leraren telt, maakt niet veel woorden vuil aan de praktische gevolgen van massale invoering van zo'n begintoets: de verandering van de onderwijsstijl, de extra last voor de schooldirecteuren en de toetsingsbegeleiding. Er wordt geen bedrag genoemd, maar dat de kosten aanzienlijk zijn is zeker. Dat geld zou beter besteed kunnen worden aan bijlessen voor zwakke leerlingen die nu vaak uitblijven, dan aan een theoretische verbetering van de meting van schoolprestaties.