En zijn mama huilde

Thelonious `Monk' Ellison, de hoofdpersoon van de roman Erasure van Percival Everett, is docent aan een kleine universiteit in Californië en de schrijver van een groot aantal `experimentele' romans, die weinig lezers trekken. Alleen met zijn eerste, `realistische' roman heeft hij wat aandacht op zich weten te vestigen. In zijn latere boeken stort hij zich op het herschrijven van klassieke mythen en levert hij ironisch commentaar op de literaire theorie van Roland Barthes – geen recepten voor bestsellers.

Ellison is een zwarte Amerikaan. Op een dag ontdekt hij in een grote boekwinkel in Washington dat zijn romans alleen te vinden zijn op de afdeling `Afro-Amerikaanse studies'. Dat ergert hem, want het enige wat Afro-Amerikaans is aan zijn boeken, vindt hij zelf, is zijn portret op de achterflap. In een Oprah Winfrey-achtige talkshow ziet hij daarnaast, tot zijn toenemende irritatie, hoe de succesvolle auteur Juanita Mae Jenkins wordt geïnterviewd over haar zwarte gettoroman We's Lives in Da Ghetto. Vervolgens schrijft hij in een razend tempo een bijtende parodie op dat genre, die hij My Pafology noemt, uitgesproken met `zwarte' dictie, een titel die hij later, om het er nog dikker bovenop te leggen, beperkt tot één woord: Fuck.

Zijn gettoroman staat bol van de zwarte straattaal en beantwoordt aan alle clichés over de zwarte Amerikaanse binnnensteden, van tienermoeders tot bruut zinloos geweld. Van Go Jenkins speelt de hoofdrol: `My name is Van Go Jenkins and I'm nineteen years old and I don't give a fuck about nobody, not you, not my mama, not the man. The world don't give a fuck about nobody, so why should I?' Hij is de vader van vier kinderen bij vier verschillende vrouwen. Dialogen gaan als volgt: `,,Fuck you,'' he say. ,,Fuck you,'' I say. ,,Fuck you,'' he say. ,,Fuck you'' I say.' Van Go Jenkins verkracht de dochter van zijn baas, schiet een Koreaanse kruidenier dood bij een roofoverval, en belandt in een talkshow – het hoogtepunt van zijn bestaan. Op televisie wordt hij geconfronteerd met de moeders van zijn kinderen, die alimentatie komen eisen. De aflevering heet: `You gave me the baby, Now where's the money?'

Monk Ellison stuurt het boek de wereld in onder de het pseudoniem `Stagg. R. Leigh', een verwijzing naar de mythische slechterik Stagger Lee uit de traditionele blues. De satirische lading van het boek wordt alleen niet herkend. Een grote uitgever biedt 600.000 dollar voor het boek, dat volgens witte redacteuren `rauw', `echt' en `perfect leesvoer voor de zomer' is. Voor de filmrechten krijgt Ellison drie miljoen dollar. Binnen de kortste keren zit hij vermomd als Stagg R. Leigh in de talkshow waar hij zijn oorspronkelijke inspiratie vandaan haalde. Het boek wordt zelfs genomineerd voor de belangrijkste literaire prijs van de Verenigde Staten, The Book Award, ondanks de tegenwerking van Ellison, die nota bene zelf in de jury zit.

Kermisattractie

Erasure is de veertiende roman van Percival Everett. In een aantal opzichten lijken Everett en Ellison op elkaar. Ook Everett doceert `creative writing', hij schreef sinds zijn debuut Suder in 1983 vooral experimentele boeken die weinig succes hadden, en hij is evenals Ellison afkomstig uit een middenklassegezin: Ellisons vader is arts, die van Everett tandarts. Net als zijn hoofdpersoon heeft hij van critici en uitgevers het verwijt gekregen dat zijn werk niet `zwart' genoeg is. Everett schreef bovendien net als zijn personage een parodie op een gettoroman. My Pafology/Fuck staat namelijk afgedrukt op 80 bladzijden in het midden van Erasure, die een andere kleur hebben dan de overige pagina's. Op de kaft is de titel Fuck nog net door de echte titel Erasure heen te lezen.

Erasure is meer dan alleen satire, het is ook een familieroman. Monks zus, Lisa, werkt als arts bij een abortuskliniek en wordt vermoord door een anti-abortus activist. Monk moet plotseling de zorg voor zijn dementerende moeder van haar overnemen. Van zijn broer, een plastisch chirurg die worstelt met zijn homoseksualiteit en in een scheiding ligt, kan hij niets verwachten. In de papieren van zijn vader, die zeven jaar eerder zelfmoord heeft gepleegd, ontdekt hij dat zijn vader tijdens de Koreaanse oorlog een verhouding heeft gehad met een blanke Engelse vrouw, waar een dochter uit is voortgekomen. Everett beschrijft onderkoeld en precies hoe het gezin Ellison uit elkaar valt. Uit Monks jeugdherinneringen blijkt dat er, met alle liefde en genegenheid, altijd al diepe kloven tussen de gezinsleden gaapten.

Everett heeft niet al zijn experimenteerlust opzij geschoven. Hij schuift voortdurend heen en weer tussen een `realistisch' verteld verhaal en een spel met de vorm, waarmee hij filosofische kwesties rond de verhouding tussen taal en werkelijkheid voor het voetlicht brengt. Erasure bevat absurde dialogen tussen historische figuren, van Adolf Hitler tot Paul Klee en korte beschouwingen over onder meer de geneugten van houtbewerken en vissen. Ook in Erasure laat Everett zich als schrijver zo niet vastpinnen op zijn etnische afkomst.

Voor iemand met zo'n diepe afkeer van de banaliteit van de massacultuur – hoewel hij ook de academische wereld op de hak neemt – is Everett opmerkelijk goed geïnformeerd over televisiepulp de commerciële kanten van het boekenvak. De tachtig bladzijden van My Pafology/Fuck zijn niet alleen grappig, er spreekt ook oprechte walging uit over de raciale stereotypes, die zo alomtegenwoordig zijn dat we ze nauwelijks meer opmerken. Everett beheerst zijn vak bovendien zo volledig dat hij bijna ondanks zichzelf een goed verhaal van My Pafology/Fuck maakt. Alles bij elkaar zorgt dit voor een ongemakkelijke leeservaring. Je kunt grinniken om de groteske taferelen, maar ook zijn afkeer van racistische pulp maakt Everett navoelbaar.

Een aanklacht kun je Erasure niet echt noemen en juist dat maakt het boek zo sterk. Everett koestert niet de illusie dat een satirische roman iets kan uithalen tegen het alledaagse racisme van de Amerikaanse samenleving. Woede is futiel en dat maakt Monk Ellisons wanhoop – dat woord is niet te groot – juist bijzonder indringend. Door de laconieke toon komt het boek harder aan. De lotgevallen van Ellison worden steeds gespiegeld in die van Van Go Jenkins. Beiden eindigen als een soort kermisattractie op televisie.

Spel

Het ironische spel tussen werkelijkheid en fictie is ook na het verschijnen van Erasure doorgegaan. Net als zijn personage Ellison heeft Everett met Erasure aanzienlijk meer succes dan met zijn eerdere, `moeilijke' boeken. Het boek verscheen twee jaar geleden bij een kleine academische uitgeverij, maar is inmiddels opgepikt door de Britse uitgeverskolos Faber and Faber. Everett bekijkt zijn huidige succes dan ook met gemengde gevoelens. Het boek dat de reductie van literatuur en kunst tot `raciale zelfexpressie' aan de kaak wil stellen, heeft succes juist omdat het over die thema's gaat. ,,Ik ben me zeer bewust van alle ironie rond dit boek'', zei hij tegen een Britse krant, met karakteristiek gevoel voor understatement.

Everett weigert echter de vergaande concessies te doen die zijn hoofdpersoon wèl doet. Dat is al duidelijk door de manier waarop hij door middel van de complexe vorm van Erasure, speelt met de verwachtingen die de lezer kan hebben van een `zwart' boek. Dat weerhield uitgeverij Doubleday er niet van Everett aan te bieden om hun nieuwe reeks Afro-Amerikaanse literatuur – genaamd `Harlem Moon' – te beginnen met een paperback-editie van Erasure. Everett heeft dat geweigerd: ,,Dat kon ik mijn werk echt niet aandoen. Ik vraag me af of ze het boek wel gelezen hebben.'' Thelonious Ellison doet het zichzelf wel aan. Dat My Pafology/Fuck bedoeld is als satire, biedt daarbij geen soelaas. Everett laat er met al zijn distantie en ironie geen twijfel over bestaan dat hij dat als een tragische vergissing beschouwt, die fataal is voor zijn kunstenaarschap. En wellicht ook voor hem zelf. Hoewel Ellison aan het einde van het boek nog leeft, bevat Erasure een aantal onnadrukkelijke referenties aan zelfmoord.

De ultieme ironie is misschien wel dat in Everetts verzet tegen de reductie van kunst tot huidskleur, tal van verwijzingen zijn verwerkt naar Afro-Amerikaanse klassiekers. Voor het gettogedeelte stond Native Son model van Richard Wright (1940). De titel Erasure (`uitwissen') en ook de naam van de hoofdpersoon verwijzen regelrecht naar Invisble Man van Ralph Ellison (1952). Met die nadrukkelijke verwijzingen roept Everett de vraag op of er werkelijk zoveel veranderd is in de afgelopen vijftig jaar, of dat slechts de ene vorm van onzichtbaarheid van zwarte Amerikanen verruild is voor een andere.

Percival Everett: Erasure. Faber and Faber, 294 blz. €27,90

    • Peter de Bruijn