Een psychosofische thriller voor vogels

Hoe was Alfred Hitchcocks film `The Birds' voor de meewerkende vogels? Zesde aflevering in een serie over dieren en kunst.

Een vrouwenfilm, met een flinke laag eenzaamheid, onzekerheid en kwetsbaarheid. Er is één man, als spil van het bestaan. Maar verder zijn er de vogels. Véél vogels. In The Birds van Hitchcock, uit 1963. Zij zijn de meest bekeken kunstdieren.

De film werd laatst in deze krant voorbesproken wegens tv-vertoning. De bespreker bleek echter niet van Hitchcock te houden, en week in zijn stukje uit naar Franse films – een originele aanpak. Maar daarom moeten we hier nog het verhaal vertellen. Om redenen waar de gemanipuleerde kijker naar mag gissen, raken vogels in het kleine Californische Bodega Bay van God en gebod los. Bij vlagen vallen ze massaal mensen aan. Iedereen doet mee – van kleine zangvogeltjes die in clubverband via de schoorsteen een huis onveilig komen maken, tot zeemeeuwen en kraaien. Over hoe het afloopt later. Weer voor ogen?

Dat is de korte samenvatting. Een langere is lastig, want nog steeds weet niemand zeker waar de film nu precíes over gaat. Professoren in de film schrijven er geleerd over, filmbladen rijgen theorie aan theorie. Dankzij een open eind blijft The Birds extra ongrijpbaar – Fellini noemde dit kunststuk dan ook een filmisch gedicht. Er wordt van alles aan geduid, met de werken van Schopenhauer, Freud of Lacan in de hand. En dat allemaal dankzij een paar vogeltjes en een geniale regisseur. Maar ook een boeiende vraag is: was dit ook een thriller voor vogels?

Eerst de aantallen. Ondanks de indruk van massaliteit vallen die wel mee. Naast de inderdaad honderden levende vogels worden vooral veel levenloze stand-ins gebruikt. Opgezette. Zodat een dreigend klimrek gaandeweg zwart kan zien van de kraaien – met een paar levende, die door een touwtje op hun plaats worden gehouden. Bij velden vol moordzuchtige meeuwen is de aanpak hetzelfde. Deels levende acteurs, af en toe een stukje opvliegend aan hun touwtje, deels vogels uit het natuurmuseum. En door vernieuwende trucage werden veel vliegende vogels, zoals zwermen meeuwen boven de vuilnisbelten van San Francisco, op het stille dorp geprojecteerd.

Goed, actie. Er zijn scènes waarbij je denkt – hoe doen ze het. Nou – gewoon, is dan het antwoord dat paste in de tijd. Hoe trukeer je het beste dat een meeuw tegen een ruit smakt? Je smakt hem tegen een ruit. Hoe suggereer je dat honderden vinken zich door een schoorsteen proppen? Je propt honderden vinken door een nagebouwde schoorsteen. Eerlijk is eerlijk, aan de andere kant wordt het ook ouderwets hard gespeeld. Stand-in handen zie je werkelijk opengehaald worden door hapklare meeuwen.

Gelukkig voor de vogels werd één mogelijke horrorscène wel met kunstgrepen gemaakt. Ze hoefden niet levend vastgebonden op de achterhoofden van gillende schoolkinderen te zitten. Uit veiligheidsoogpunt – met kinderen weet je het maar nooit – hadden ze mechanische stand-ins. Die opgezette vogels met, zogezegd, inwendige veren en scharniertjes, worden vaker gebruikt in de film. Ook worden opgezette vogels in beeld gewapperd. Vaak richting een gezicht. Met reden.

Vogels houden van ogen. Even loshakken en gloep, naar binnen. Als je dood bent, tenminste. Of bijna. Het is een echt onhebbelijkheidje van onze gevederde vrienden, en de film maakt daar weergaloos gebruik van. Hitchcock wist hoe dreiging werkt: bedekt. Vilein stopt hij al vanaf het begin veel close-ups van gevoelvolle vrouwenogen in het verhaal. En de tekst is vergeven van de oogverwijzingen, met overdadig vaak `look!' en `I see'. Zolang het nog kan.

Onzichtbare nylondraadjes spelen in de film stiekem een hoofdrol. In sommige scènes zaten De Vogels met draadjes en zachte elastiekjes aan Tippi Hedren vastgebonden. Die blonde ijskoningin had het met Hitchcock niet makkelijk. Tijdens de vogeldichte soloscène in de zolderkamer – die duurde eigenlijk een week – raakt ze tussen de doldraaiende dieren zichtbaar murw en uitgeput. Een mooi effect. Bij de vogels zie je hetzelfde. Vaak geworpen vogels verfomfaaien per scène zienderogen. Geworpen? Ja, natuurlijk, die vogels waren niet gek. Ze weigerden zich uit eigen beweging op mensen te werpen. Minstens drie sethulpen stonden, omringd met dozen vol vogels, urenlang de hoofdrolspelers te bekogelen. Voor de zekerheid hadden de vogels dichtgebonden snavels.

Toch was de sfeer in die heel eigen setting nog vrij vogelvriendelijk. Eén zilvermeeuw ontkwam, met zo'n dichtgebonden snavel. En dagenlang ging de vogeltrainer erop uit om hem te achterhalen en van de hongersdood te redden. Andere vogelvriendelijkheid zorgde ook voor problemen. Een tamme raaf, Corvus, maakte zich op de set onmogelijk door zeer vriendelijk te zijn voor Hedren, maar Rod Taylor, `Mitch', doorlopend naar het leven te staan. Hedren zegt hierover veel later tevreden: ,,It was great. And then there was another one – his name was Buddy – and he was so sweet that he couldn't even be in the movie. He was so, so nice.''

Ziet u, het valt nog niet mee, een filosofische gruwelfilm over vogels te maken. Tippi Hedren blijft er bij dat het voor de vogels overwegend te doen was. En zij heeft er kijk op, want de hoofdrolspeelster in de kunstzinnigste mens-dierenfilm is zich later helemaal gaan richten op de opvang van het gepensioneerde filmdier.

Ik mag het graag voor me zien. Hedren op latere leeftijd, werkend in de hokken – met zo'n beroemde lok voor de ogen. Die ook al stokoude raaf komt weer bij haar op de schouder. Om haar heen lopen meeuwen, uit routine zelf de reikwijdte van een denkbeeldig touwtje aanhoudend. En de raaf kamt met zijn snavel haar wimpers. Zoals raven doen – als ze je maar kennen.

Op het raam tikt een roodborstje.

Hedren kijkt op.

Zie je, daar gaan we al weer.