De Stones zijn klassiek

Pete Townshend heeft heel wat op zijn geweten. ,,Ik hoop dat ik doodga vóór ik oud word'', schreef hij in 1965 in My generation, de grootste hit van zijn groep The Who. Gelukkig is zijn hoop niet in vervulling gegaan. Maar wel was de rockmuziek door die ene zin definitief gekoppeld aan één generatie. Wie niet jong meer was, kon zich er niet meer mee bezighouden. Sterker nog: die maakte zich onsterfelijk belachelijk als hij de muziek van zijn jeugd trouw zou blijven. Rock stond voor een romantisch soort rebellie, die alleen aan jongeren was voorbehouden.

Ook deze week klonk weer alom de echo van wat Pete Townshend destijds in zijn jeugdige onbezonnenheid op papier zette. Opnieuw zijn de Rolling Stones in Nederland, en uiteraard zijn ze weer ouder geworden. Mick Jagger is nu 60. Het publiek zal dat blijkbaar een zorg zijn, dat stroomt als vanouds toe. Maar van diverse kanten werden de Stones ditmaal onomwonden opgeroepen om er nu eindelijk eens mee te stoppen. Niet door de recensenten, die merendeels op vrolijke toon verslag deden van de feestelijke sfeer, maar door commentatoren en columnisten op opiniepagina`s. Jagger en de zijnen zijn te oud geworden om nog langer rock & roll te spelen, luidde het oordeel.

Het is waar dat de opkomst van hun muziek – meer dan veertig jaar geleden – samenviel met grote sociale veranderingen. De puberteit was niet langer een ongemakkelijke fase tussen kindertijd en volwassenheid, maar kon nu voluit worden genoten. Sterker nog: die saaie, kleinburgerlijke volwassenheid kon best nog even worden uitgesteld. Elvis, de Beatles en de Stones leverden daartoe de soundtrack. Met als gevolg dat de popmuziek als vanzelf iets meekreeg van het titaantjesachtige wereldbestormersgevoel van de sixties.

Wat toen over het hoofd werd gezien, was het feit dat sommige rocknummers de tand des tijds glorieus zouden doorstaan. Niemand stond erbij stil dat ook de jazz, één generatie eerder, als muziek voor jongeren was begonnen. En dat die inmiddels was uitgegroeid tot een veelkleurig genre, waarin de ouder wordende grondleggers evenveel gehoor vonden als hun jongere navolgers. In de jazz was de leeftijd van de musici en hun publiek allengs geen criterium meer. Er was klassieke jazz en vernieuwende jazz, in een wirwar van uitingsvormen, en geen mens vond dat zo'n vroegere grootheid er maar eens mee op moest houden.

Ook in de rock & roll doet dit verschijnsel zich nu voor. Elvis is dood en de Beatles bestaan niet meer (al wil Paul McCartney van geen stoppen weten), maar de Stones zijn er nog. Zij behoren tot de eerste rock-lichting, die zich van de eigen generatie heeft losgezongen. Ze spelen voor alle leeftijden.

In de allereerste plaats is rock namelijk muziek. Het is aardig om er de stem van een generatie in te horen, zoals nu in de hiphop, maar essentieel is dat niet. Het is heel goed mogelijk dat ook de hiphop over veertig jaar een paar evergreens blijkt te hebben opgeleverd. Dat is een teken van volwassenwording. Ook de rock heeft zijn klassiekers gekregen. Des te mooier dat die nog door de oorspronkelijke pioniers kunnen worden uitgevoerd. En dat ze niet zijn doodgegaan vóór ze oud werden.