China en Japan strijden om Russische olie

China en Japan, van oudsher al rivalen, vechten nu om de gunst van Rusland. Beide buurlanden willen een pijplijn laten aanleggen die olie uit Siberië aanvoert en gooien daarvoor alles in de strijd. De Russische olie-industrie is zelf verdeeld.

De maagdelijk groene heuvels lopen langzaam af naar de zee, waar ze stuiten op een woud van industriële hijskranen die waken over de roestende schepen in de haven. Vissersboten en vrachtschepen komen en gaan met een ploeterende regelmaat, terwijl grijze Russische zeelieden proberen een bestaan bij elkaar te scharrelen.

Dit groezelige havenstadje Nakhodka, aan de oostkust van Rusland op zeven tijdzones van Moskou, bevindt zich plotseling in de frontlinie van een gevecht tussen China en Japan om een van de grootste prijzen die de hedendaagse benzineslurpende wereld te bieden heeft. Een voorstel om voor 5 miljard dollar een pijpleiding aan te leggen tussen de nog onontgonnen olievelden in Siberië en de oceaan hier, heeft Azië's historische rivalen tegen elkaar in het veld gebracht. Een naar steeds meer energie hongerend China wil dat Rusland een pijpleiding aanlegt die rechtstreeks naar Chinees grondgebied loopt. Maar Japan heeft miljarden dollars in de strijd geworpen om Moskou ervan te overtuigen in plaats daarvan de duurdere pijpleiding naar Nakhodka aan te leggen. De olie kan dan over de Japanse Zee worden verscheept om te dienen als benzine voor de Toyota's en de Honda's in Japan.

In de 130 jaar die zijn verstreken sinds de eerste oliebronnen op zijn grondgebied werden aangeboord, heeft Rusland zijn markten altijd in het westen gezocht. Nu de olie-industrie na de ineenstorting van het Sovjet-rijk naar nieuwe hoogten stijgt, wendt het land zich in toenemende mate naar het oosten. Moskou heeft de kans de energiekaart van Azië opnieuw in te richten en zichzelf tegelijkertijd op het wereldpodium te laten gelden als een belangrijke economische macht.

,,Rusland moet in dit geval een zeer weloverwogen strategisch besluit nemen'', zegt Stephen O'Sullivan, directeur onderzoek bij de United Financial Group, een in Moskou gevestigd adviesbureau. ,,Het energiebeleid is ongetwijfeld een belangrijk onderdeel van de Russische buitenlandse politiek. Het geeft een steun in de rug en maakt die politiek geloofwaardig.''

De uitkomst kan van cruciaal belang zijn voor China en Japan. De Chinese energiebehoefte neemt exponentieel toe nu het land moderniseert, terwijl Japan graag minder afhankelijk wil worden van olie uit het instabiele Midden-Oosten. De strijd weerspiegelt de historische concurrentieslag tussen de twee grootste landen van Oost-Azië om invloed in de regio.

In mei leek China het pleit te hebben beslecht, toen president Hu Jintao een bezoek aan Moskou bracht en samen met de Russische president Vladimir Poetin een communiqué ondertekende over een 2,5 miljard dollar kostende, ruim 2.000 kilometer lange pijpleiding tussen de Siberische stad Irkoetsk en de Noord-Chinese stad Daqing. Tijdens hetzelfde bezoek tekende China's nationale oliemaatschappij een twintigjarige overeenkomst ter waarde van 150 miljard dollar met Yukos, Ruslands grootste olieproducent, over de levering van brandstof via het spoor totdat de beoogde pijpleiding er zou liggen.

Maar al spoedig werd duidelijk dat Rusland niet echt had besloten om de Daqing-pijpleiding aan te leggen en nog steeds de duurdere, bijna 4.000 kilometer lange alternatieve route overwoog van Angarsk naar Nakhodka, die de Japanners hebben voorgesteld.

Omdat Japan als laatste aan de race ging meedoen, heeft het zwaardere middelen in de strijd gegooid. Premier Junichiro Koizumi is dit jaar al tweemaal naar Rusland afgereisd om Poetin onder druk te zetten, terwijl hij regelmatig afgezanten, zakenmensen, ministers en een vroegere premier naar Moskou heeft gestuurd met steeds omvangrijker financiële aanbiedingen.

De Japanse minister van Buitenlandse Zaken Yoriko Kawaguchi is de afgelopen maand naar Wladiwostok getogen om voor te stellen de exploratie van de Oost-Siberische olievelden met 7,5 miljard dollar te financieren – op voorwaarde dat de pijpleiding naar Nakhodka er eerder komt dan die naar China. Een andere Japanse delegatie bezocht Moskou vorige week om nog meer druk uit te oefenen.

Volgens een Russische betrokkene spelen de Japanners in op Ruslands historische angst voor China, waarmee het land een lange grens deelt. ,,Om de Russen over de streep te trekken zeggen de Japanners: `Wilt u worden weggevaagd door de Chinezen?' Dat willen wij natuurlijk niet. Wij zijn een blank volk.''

Issei Nomura, de Japanse ambassadeur in Moskou, betwist zulke karakteriseringen. ,,Beweer niet dat er een oorlog tussen Japan en China gaande is om de Russische olie'', zegt hij. ,,Dat is niet zo.'' Toch verwijst hij in een interview ook naar Ruslands ineenschrompelende bevolking in het Verre Oosten, net ten noorden van China, en daarmee naar de historische angst van Moskou voor Chinese grensoverschrijdingen. ,,Dat is een ernstig demografisch probleem'', aldus Nomura.

In het Verre Oosten heeft het Japanse betoog mensen overtuigd die anders buiten de ontwikkeling van de pijpleiding gehouden waren. Het kantoor van de plaatselijke gouverneur Sergei Darkin is afgeladen met flatscreen-monitors, laptopcomputers en andere technologische snufjes. Een deel daarvan is geschonken door de Japanners. Poetins bestuurder voor het Verre Oosten, Konstantin Poelikovski, is zo'n pleitbezorger voor de pijpleiding geworden dat hij zichzelf `een Japanse ambassadeur' heeft genoemd.

Voor Nakhodka en de regio daaromheen zou een terminal die Azië van olie voorziet, een grotendeels ingedutte economie uit de winterslaap doen ontwaken. ,,Als onze havens functioneren'', zegt Gennadi Zacharov, de vakbondsleider van Nakhodka, ,,komt het hele gebied weer tot leven.''

De olie zou moeten vloeien uit de nu nog onontgonnen olievelden in Oost-Siberië, die sommige analisten als de volgende groeimotor voor de Russische energiesector beschouwen. De meest optimistische Russische schattingen concluderen dat er wel eens 10 miljard vaten olie onder de bevroren toendra kunnen liggen – bijna de helft van alle Amerikaanse reserves.

Maar de olie zal alleen van waarde blijken als Rusland erin slaagt haar te leveren. Hoewel de totale olieproductie van Rusland het niveau van Saoedi-Arabië heeft bereikt, wordt de exportcapaciteit beperkt door een ontoereikend netwerk van pijpleidingen. Terwijl de beraadslagingen over de Siberische pijpleiding voortduren, is het land elders aan een noodaanlegprogramma begonnen om de kranen wijd open te kunnen zetten.

De plannen zijn vergevorderd om voor 4,5 miljard dollar een pijpleiding aan te leggen naar de noordelijke stad Moermansk, waar de olie in een voorgestelde diepzeehaven in supertankers zou worden geladen om naar de Amerikaanse oostkust te worden getransporteerd. De ontwikkelingen op het eiland Sachalin in de Stille Oceaan zijn zo ver gevorderd, dat onlangs de eerste lading olie aan boord van een tanker naar de Amerikaanse westkust werd verscheept.

China acht de Siberische olie van levensbelang als het gaat om het aanboren van nieuwe energiebronnen. Tot tien jaar geleden was China een netto-exporteur van olie. Maar vorig jaar had het land 1,8 miljoen vaten per dag uit het buitenland nodig, een vraag die naar verwachting in 2010 tot 4,2 miljoen vaten zal zijn gestegen en in 2020 naar 6,9 miljoen vaten, aldus de Internationaal Energie Agentschap. Als zij wordt aangelegd, zou de pijpleiding tussen Angarsk en Daqing met ingang van 2005 400.000 vaten per dag kunnen leveren en vijf jaar later het maximum van 600.000 vaten per dag bereiken.

Japan, de op een na grootste olie-importeur ter wereld, heeft op Sachalin al zwaar geïnvesteerd. Maar het is nog steeds voor 88 procent van zijn oliebehoefte afhankelijk van het Midden-Oosten en heeft zijn ogen nu op Siberië gericht. Functionarissen in Tokio betogen dat een pijpleiding tussen Angarsk en Nakhodka, die 1 miljoen vaten per dag kan vervoeren, Moskou in staat zou stellen niet alleen aan Japan te verkopen, maar ook aan andere landen, waaronder mogelijk de Verenigde Staten. Op die manier zou het zich niet laten gijzelen door één enkele klant: China. ,,Het is duurder'', zegt de Japanse ambassadeur Nomura, ,,maar aan de andere kant is de open markt dáár zodra de pijpleiding Nakhodka bereikt.''

De Russische olie-industrie blijft verdeeld. Michael Chodorkovski, de topman van Yukos, maakt zich sterk voor de route naar China. Maar Transneft, het staatsbedrijf dat de pijpleidingen beheert, en het olieconcern Rosneft pleiten voor de route naar Nakhodka.

Op een recente persconferentie leek Poetin zich aan te sluiten bij de lobby voor Japan, door de pijpleiding naar China te reduceren tot een mogelijke afsplitsing van de leiding naar Nakhodka. ,,De route naar Nakhodka lijkt de voorkeur te verdienen omdat zij in de breedste zin van het woord toegang tot de markt verleent'', zei Poetin. ,,In het algemeen is dit een zeer aantrekkelijk project voor ons. De vraag is slechts of het economisch verantwoord is.''

Maar sommige analisten geloven dat Poetin uiteindelijk zal kiezen voor de pijpleiding naar China. Die is het eenvoudigst, het voordeligst en het verst gevorderd in de planning. ,,De Russen hebben nog geen definitief besluit genomen omdat ze dan de druk op de Chinezen kunnen opvoeren'', zegt O'Sullivan. ,,Uiteindelijk zal het China worden, want dat is het voordeligst. Zodra de Chinezen zich vastleggen op een prijs, zou het Japanse alternatief wel eens uit beeld kunnen verdwijnen.''

© The Washington Post 2003

Vertaling Menno Grootveld