Belegger ING zoekt nieuwe rol

Superbelegger ING wil wel, maar weet nog niet hoe. Aandeelhoudersactivisme – het staat hoog op de agenda van de commissie Tabaksblat – is voor ING eigenlijk iets nieuws.

Het concern behoort sinds jaar en dag tot de prominentste beleggers in Nederlandse beursfondsen. BAM, Burhmann, Reed Elsevier en ABN Amro zijn enkele van de fondsen waarin ING een groot belang heeft. Op aandeelhoudersvergaderingen laat de superbelegger zijn stem echter nooit horen. ,,Wij praten wel met bedrijven waarin een belang hebben, maar dat kan je ook buiten aandeelhoudersvergaderingen om doen'', zei Ewald Kist, bestuursvoorzitter van ING gisteren tijdens een toelichting op de halfjaarcijfers. ,,Maar als de maatschappij om een nieuwe opstelling vraagt van aandeelhouders, dan moeten wij daar wel rekening mee houden.''

De grote vraag is hoe? Cees Maas, financiële topman van ING, legde de vinger op de zere plek. Het concern heeft een pettenprobleem, zei Maas. ,,Bij sommige concerns regelen we de pensioenen, zijn we kredietverstrekker, dat maakt het ingewikkeld. Wij moeten daar intern duidelijke regels over afspreken als we als ING tijdens vergaderingen onze stem willen laten horen.''

Topman Kist stond positief tegenover de aanbevelingen over goed ondernemingsbestuur van de commissie Tabaksblat, maar was tevens kritisch. De commissie had misschien toch een beetje te veel met een Nederlandse bril gekeken naar het onderwerp corporate governance. ,,Multinationals moeten steeds weer rekening houden met lokale governance-regels'', zei Kist.

De aanbevelingen, zei Kist, zijn ook wel erg gedetailleerd. De commissie zou zich moeten beperken tot hoofdlijnen. De vele regeltjes zouden wel eens afschrikwekkend kunnen werken voor bestuurders. ,,Het moet wel aantrekkelijk blijven voor buitenlandse managers om in Nederland te komen werken.''

Het bedrijfsleven moet ook zijn vrijheid blijven behouden, zo liet Kist weten, bij het vaststellen van de salarissen en daarbij behorende variabele componenten. Zelf kan het ING-bestuur binnen drie jaar, vanaf 2004, een loonverhoging van 60 procent tegemoet zien. ,,Wij hebben 120 managers die meer verdienen dan de Nederlanders in de raad van bestuur.'' Een royale beloning is noodzakelijk om dat soort mensen te behouden voor de toekomst, wist Kist.