Belastingdienst van Siena maakt kunst

In de late middeleeuwen ontwikkelde de Toscaanse stadstaat Siena zich tot een toonaangevend centrum van handel en bankwezen. Daar werd in 1472 de oudste nog bestaande bank van Europa, de Monte dei Paschi di Siena, gesticht, daar werd het principe van de cheque uitgevonden, en het feit dat een woord als `bankroet' stamt van het Italiaanse banca rotta – letterlijk `gebroken bank' – zal ook geen toeval zijn. Tegelijkertijd was Siena in de dertiende en veertiende eeuw het toneel van een verbluffende ontwikkeling op het gebied van de paneel- en frescoschilderkunst. Kunstenaars als Duccio di Buoninsegna, de gebroeders Lorenzetti en Simone Martini produceerden monumentale altaarstukken en wandschilderingen in een elegante en gedetailleerde, maar ook gewichtige stijl, die de voorname welgesteldheid van hun stad weerspiegelt.

Geldverkeer en schilderkunst komen samen in zogenaamde biccherne: houten omslagen van de registers van de financiële overheid en de belastingdienst van Siena. Vanaf het midden van de dertiende eeuw werden die kaften voorzien van decoraties die dienden om de, per half jaar opgestelde, registers uit elkaar te houden, maar ook om ideeën over de status van de stad en haar bestuur uit te dragen. De expositie in de Koninklijke Bibliotheek van België toont handschriften en enkele tientallen prachtige beschilderde biccherne uit de dertiende tot de zestiende eeuw.

De naam biccherne komt van de Biccherna, een lichaam dat de staatsuitgaven regelde, en daardoor ook nauw was betrokken bij openbare werken zoals de bouw van het Palazzo Pubblico, en het plaveien van de beroemde Piazza del Campo waaraan het stadsbestuursgebouw ligt. Daarnaast inde de Biccherna belastingen, boetes en de opbrengsten uit onroerend goed en de zilvermijnen van Roccastrada en Montieri. Het bestuur bestond uit vier inspecteurs, afkomstig uit de vooraanstaande families van de stad, en een camerlengo, vaak een monnik uit een van de kloosters bij Siena. Vooral de cisterciënzers van de belangrijke abdij van San Galgano leverden nogal eens een kamerling.

Het bestuur werd telkens voor een half jaar aangesteld en legde aan het eind daarvan verantwoording af in een op perkament geschreven register van inkomsten en uitgaven. Die registers werden ingebonden en voorzien van een stevige kaft van dunne plankjes die met een leren riem bij elkaar werden gehouden. Sinds 1257 werd het voorplat voorzien van decoraties. De vroegst overgeleverde biccherne tonen de kamerling aan zijn toonbank, terwijl hij geld telt of in zijn register bladert. Een opschrift documenteert de namen van de bestuursleden. Soms waren ook de inspecteurs in de decoraties vertegenwoordigd, maar dan alleen door middel van de wapenschilden van hun familie. De opvallende en lange tijd onveranderlijke iconografie sluit aan bij het beeld dat het stadsbestuur wilde ophouden van zijn financiële afdeling: de inspecteurs werden niet geportretteerd, om iedere schijn van belangenverstrengeling te vermijden. De camerlengo kwam wel als persoon in beeld, maar dan als het toonbeeld van de onpartijdigheid, eerlijkheid en onbaatzuchtigheid die hem als monnik geacht werd te kenmerken.

De namen van de eerste schilders die de biccherne decoreerden zijn vaak bekend uit de documenten, maar niet van andere werken. Pas in de loop van de veertiende eeuw blijken de kunstenaars die de kerken en gebouwen van de stad voorzagen van fresco's en panelen, ook opdrachten te krijgen voor het decoreren van boekomslagen. In die periode tekent zich ook een grotere variatie af in de thematiek van de voorstellingen, die soms duidelijk miniatuurversies zijn van monumentale decoraties. Zo beschilderde Ambrogio Lorenzetti in 1344 een paneeltje met een voorstelling van het `goede bestuur' van de stad, die direct teruggaat op het enorme fresco met hetzelfde thema dat hijzelf had aangebracht in het Palazzo Pubblico.

Het aanzien dat het beschilderen van deze bijzondere boekomslagen in artistieke kring intussen had gekregen, blijkt wel uit prachtige vijftiende-eeuwse decoraties van de hand van toonaangevende Sienese schilders. Francesco di Giorgio Martini bijvoorbeeld, schilderde in 1467 een gezicht op de stad en haar ommelanden die `al tenpo de tremuoti' (bij aardbevingen) beschermd werden door de Maagd Maria; enkele jaren eerder bracht Lorenzo Vecchietta de kroning tot paus Pius II van de zijn stadgenoot Enea Silvio Piccolomini in beeld, en in 1473 leverde Sano di Pietro met een ingetogen bruiloftsscène een voorbeeld van episoden uit het leven van alledag die de biccherne steeds meer gingen kenmerken. Het artistieke aspect had zich daarmee triomfantelijk losgezongen van de politieke functie die de decoraties van biccherne aanvankelijk hadden in de financiële wereld van Siena.

Tentoonstelling: Schilderkunst en geldwezen te Siena (13de-16de eeuw). Kon. Bibliotheek, Nassaukapel (Kunstberg, Brussel). T/m 25/8 en van 1 t/m 14/9, dagelijks 12-16.30u.; zondag gesloten en op 16/8. Brochure €10,00; catalogus €40,00. Inl.: 00-32-251 95551 en www.kbr.be

    • Bram de Klerck