Zout water moet de heipaal redden

De inlaat van zout water is onvermijdelijk om de Randstad voor schade aan dijken en houten heipalen te behoeden. Maar de tuinbouw en de natuur zullen schade ondervinden.

Afgelopen maandag was er beraad. Vanmorgen was er weer beraad. Crisisberaden zijn het, maar zo willen ze ze liever niet noemen. Toch had alleen een wonder nog kunnen voorkomen dat de hoogheemraad- en waterschappen in het westen van het land besluiten zout water in te laten, als ultieme maatregel om het grondwaterpeil op peil te houden. Staatssecretaris Schulz van Haegen (Verkeer en Waterstaat) begon er gistermiddag als eerste over. Het hoogheemraadschap Rijnland en de waterschappen Groot-Haarlemmermeer, De Oude Rijnstromen en Wilck & Wiericke volgden vanmorgen.

Zout water in de grond betekent op den duur sterfte van bloemen, planten en waterleven, misoogsten bij tuinderijen en kwekerijen en wellicht zelfs faillissementen. Het besluit om zout water in te laten wordt dan ook zelden genomen. In 1976 gebeurde het voor het laatst.

Dijkgraaf Johannes Panman (58) van De Oude Rijnstromen was toen nog geen dijkgraaf. Maar hij herinnert zich die zomer nog wel: ,,Warm en droog, maar niet zo warm als nu.'' Het `draaiboek 1976' lag vanmorgen op tafel: waar werd in die zomer zout water binnengelaten en waar minder. ,,We zullen proberen er zoveel mogelijk maatwerk van te maken. Een boer met grasland lijdt minder schade dan een tuinderij. Bloemen gaan het eerste dood.''

Het inlaten van zout water met verzilting van de bodem tot gevolg is een probleem dat alleen het westen van het land treft. Daar zijn Rijn en Hollandsche IJssel bepalend voor de toevoer van zoet water. Zakt het waterpeil in de Rijn, dan rukt het zeewater op. Dat gebeurt via de Hollandsche IJssel. Uitbreiding van de haven van Rotterdam en verdieping van de Nieuwe Waterweg hebben dit proces nog versneld.

Het water zakte de afgelopen weken snel. Gewoonlijk komt bij Lobith zo'n 1.500 kubieke meter water per seconde binnen. Op 1 augustus was dat nog 1.270 kuub. Maandag, 11 augustus, was het 1.000 kuub. Morgen, 15 augustus, zal het waarschijnlijk niet meer dan 940 kuub zijn. Panman: ,,Dat betekent dat in twee weken tijd de afvoer met bijna eenderde is gedaald. En we kunnen niet meer uitsluiten dat het nog tien dagen droog weer blijft.''

Het zakkende waterpeil deed de waterschappen besluiten een buffer aan te leggen door het verhogen van het waterpeil in de polders (soms tot 20 centimeter) en in de boezems (4 centimeter). Daarnaast wordt zoet water uit de Lek via het Amsterdam-Rijnkanaal ingelaten. Deze `alternatieve inlaat' van zoet water is mogelijk dankzij het in 1988 gebouwde gemaal De Aanvoerder (bij De Meern). Maar de wateraanvoer is daar slechts 7 kubieke meter water per seconde. De gebruikelijke inlaat via de Hollandsche IJssel is 30 kuub.

Dit verschil in inlaat-vermogen heeft de waterschappen nu voor een dilemma geplaatst: als het waterpeil blijft dalen, dreigen de beschoeiingen van de dijken droog te vallen, wat de dijken zal doen afbrokkelen. Grote schade zullen ook de houten paalkoppen van de huizen in de oude stadscentra oplopen: zodra ze boven water komen, gaan ze rotten met vrijwel onherstelbare schade.

Het enige alternatief is dan het inlaten van zout water. Dat is ook erg, maar uiteindelijk minder desastreus: het zoute water kan later weer worden weggespoeld. Panman: ,,Concreet betekent het dat wij nu onze zoutgrenzen loslaten.'' Die `zoutgrenzen' zijn gebaseerd op wat planten kunnen verdragen, ,,de bloemen het minste, de bomen iets meer''. De zoutgrens ligt gewoonlijk op 150 à 200 milligram (per liter water). Het zoute water dat nu wordt ingelaten bevat meer zout. Zo'n 300 milligram per liter, ,,en als we nog langer met inlaten wachten wordt dat alleen maar meer''.

Het besluit zout water in te laten zal het eerst de voor verzilting gevoeligste sectoren treffen: de bollenteelt, de glastuinbouw en de boomkwekerijen. In het gebied rond Boskoop wonen zo'n 800 boomkwekers. Zij gebruiken per dag 600.000 kubieke meter water.

Op dit moment kijken juristen van de betrokken hoogheemraad- en waterschappen naar de formuleringen van de te nemen maatregelen, waaronder ook een beregeningsverbod. Panman: ,,Dat moet een soort verordening zijn, met rechtskracht. Want het is niet niks wat wij doen. Het is een natuurramp, maar anders dan bij extreme wind of blikseminslag gaan wij de pijn verdelen. Wij besluiten wie het meest wordt getroffen en wie het minst.''

In 1976 zorgde de inlaat van zout water niet voor juridische problemen. Panman: ,,Er was toen een aantal voorzieningen getroffen, zoals het beschikbaar stellen van extra veevoer.'' Welke voorzieningen nu zullen worden getroffen is nog onduidelijk: dat hangt af waar zout water wordt ingelaten en van de duur van de maatregel.

Intussen buigen de waterschappen zich over maatregelen om in de verdere toekomst de droogte te bestrijden: zoetwaterreservoirs in de vorm van onder water gezette polders. Panman: ,,Je moet dan denken aan gebieden van tientallen, misschien wel honderden hectares groot. De politiek is er rijp voor, nu het besluit nog.''