Zelfverrijking `voor zieke vrouw'

Leningen op beleggingsportefeuilles. Vermogensbeheer zonder een vergunning. Geldoverboekingen naar een privé-rekening. `De verdachte heeft het vertrouwen dat in hem is gesteld misbruikt.'

De in België woonachtige Nederlander A.N. wordt verdacht van valsheid in geschrifte en zelfverrijking. Daarnaast zou hij hebben gehandeld als effectenbemiddelaar en vermogensbeheerder zonder over de benodigde vergunningen te beschikken. A.N. is niet ter zitting aanwezig. Hij zit thuis met een burn-out.

De rechtszaal is vrijwel leeg. Zelfs de advocaat van N. is niet aanwezig. Toch stelt rechter Van Oosten dat er weinig reden is de zaak aan te houden, nog voordat de officier van justitie de kans krijgt te vragen om verstekverlening – de zaak in behandeling nemen zonder aanwezigheid van de verdachte. ,,De medische verklaring omtrent de burn-out is nogal vaag'', vertelt Van Oosten. ,,Zijn advocaat begrijpt dat wij op basis daarvan de zaak niet aanhouden.'' Officier van justitie M.E. Woudman heeft nog meer redenen voor verstekverlening: ,,Het blijkt de proceshouding van verdachte te zijn om niet op te komen dagen en geen toelichting te geven op de zaken waarvoor hij wordt aangeklaagd. Bovendien heeft hij laten weten dat hij het goed vindt dat de zaak vandaag plaatsvindt.'' De rechtbank willigt het verstekverzoek in.

Ondanks de nagenoeg lege zaal gaat rechter Van Oosten uitgebreid inhoudelijk op de zaak in. N. is vanaf 1997 hoofd vermogensbeheer van de Financiële Raadgevers Associatie (FRA) in Bunnik. Aan de FRA wordt in 1999 beleggingsdivisie BeFRA toegevoegd en N. wordt voorzitter van het BeFRA-stichtingsbestuur. De BeFRA richt tussen 1998 en 2000, wanneer voor beleggers de bomen tot in de hemel reiken, honderd besloten commanditaire vennootschappen (cv's) op. De commandieten die via de stichting beleggen in effecten, brengen binnen twee jaar tijd 26,5 miljoen gulden in. Omdat de gelden niet per deelnemer gescheiden worden, smelt het geld van de beleggers als het ware samen met het vermogen van de stichting. De Stichting Toezichthouder Effectenverkeer (STE, de huidige Autoriteit Financiële Markten) verleent BeFRA slechts een vergunning om klanten aan te brengen bij vermogensbeheerders. BeFRA mag zelf nadrukkelijk níet als vermogensbeheerder optreden.

Als de FRA en de BeFRA in 2000 failliet gaan, doen de commandieten aangifte en vragen de curatoren om een onderzoek naar de boekhouding. Officier van justitie Woudman somt de lijst van feiten op die uit dat onderzoek naar voren komen. Er zijn leningen afgesloten op enkele portefeuilles van commandieten, zonder hun medeweten. De verdachte heeft wel als vermogensbeheerder opgetreden zonder de daarvoor benodigde vergunningen, en vermogens- en rendementsoverzichten zijn door N. niet conform de werkelijkheid opgemaakt. ,,Er ontstond op die manier een totaal verkeerd beeld bij de beleggers'', aldus Woudman. Verder blijkt dat N. ruim 1 miljoen gulden van de commandieten heeft overgeboekt naar een privé-rekening en 125.000 gulden en 1 miljoen dollar in contanten heeft opgenomen. Wanneer de rechtercommissaris tijdens verhoren voorafgaand aan de zaak N. met deze feiten confronteert, ontkent hij dat hij als vermogensbeheerder heeft gehandeld. Over de verkeerd opgemaakte overzichten zegt N.: ,,Ach, ik heb wel eens een foutje gemaakt, maar dat lag aan Excel, het programma waarin ik die dingen maakte''. Schrijnend is het verweer op de beschuldiging van privé-gebruik van geld van commandieten. ,,Mijn vrouw, die inmiddels is overleden, was heel ziek in die tijd en niet tegen ziektekosten verzekerd. Voor haar heb ik het geld opgenomen'', zou hij bij de rechtercommissaris hebben gezegd.

Woudman eiste vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. ,,Hij heeft grote bedragen onttrokken aan mensen die hem vertrouwden, zich onttrokken aan wetgeving en zich onttrokken aan het toezicht dat gehouden moet worden.''

De rechtbank volgde de eis. ,,De handelwijze van verdachte is zeer laakbaar'', zei Van Oosten in zijn vonnis. ,,De integriteit van de handel in effecten is daardoor immers ondermijnd. Hij heeft het vertrouwen dat in hem moet kunnen worden gesteld op kwalijke wijze misbruikt.''