Wie betaalt, bepaalt - nog steeds

De verhoudingen tussen Den Haag en de Antillen lijken te verslechteren. Onder spanning heeft die relatie altijd gestaan.

Er is weinig veranderd in de relatie tussen Den Haag en Willemstad sinds wijlen minister Jan de Koning (Koninkrijkszaken) eind jaren tachtig opmerkte dat ,,wie betaalt, bepaalt''. De gemoederen op de Nederlandse Antillen liepen hoog op na deze `schoffering', die precies het voortdurende spanningsveld typeerde waarin de verhoudingen zich bevinden. Want de Antillen kunnen niet zonder de steun die Nederland jaarlijks geeft, nu 120 miljoen euro per jaar voor de Antillen en Aruba samen, maar Den Haag heeft niet de staatsrechtelijke positie in ruil daarvoor iets af te dwingen. De Antillen, Aruba en Nederland zijn drie gelijkwaardige landen in het Koninkrijk.

Nu is er aan beide uiteinden van het rijk opwinding over een nieuwe `schoffering'. Leider Anthony Godett van de grootste Curaçoase regeringspartij, de Frente Obreiro Liberashon, heeft de ministers van de Antilliaanse regering uit zijn partij opdracht gegeven geen ontmoeting te hebben, althans formeel, met de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer die eind deze maand naar de Antillen komen. De fractieleiders van de coalitiepartijen CDA, VVD en D66 twijfelen nu op hun beurt of ze dan nog wel op bezoek willen komen. CDA-fractievoorzitter Verhagen heeft met zijn VVD-collega Van Aartsen Kamervoorzitter Weisglas per brief gevraagd om overleg over ,,de zin en de onzin'' van de reis nu de premier en de minister van de FOL ,,niet met ons van gedachten (..) willen wisselen.''

Volgende week dinsdag vindt dat Haagse overleg plaats, maar de eerste reacties zijn er inmiddels. PvdA-leider Bos noemt ,,dit wel het slechtste moment om last te hebben van lange tenen. Het barst van de problemen daar en ook hier met Antilliaanse jongeren. We moeten dus met elkaar praten'', zegt Bos.

Kamervoorzitter Weisglas, beoogd delegatieleider, heeft de ,,uitgangspositie'' dat ,,we wel moeten gaan.'' De uitnodiging komt immers van de Antilliaanse staten, redeneert hij, niet van de regering. En de geplande ontmoeting met de regering, waarin ook nog leden van zes andere Antilliaanse coalitiepartijen zitten, is niet afgelast. Bovendien gaat de reis ook naar Aruba, dat er ,,niets mee te maken'' heeft.

Aan de andere kant staat de verontwaardiging op Curaçao dat Nederlandse parlementariërs, met name van VVD, CDA en D66, vorige week lieten blijken geen zin te hebben in een gesprek met Godett, als statenlid van de Antillen en partijleider toch formeel de evenknie van de fractievoorzitters. Bos ziet wel uit naar een ontmoeting met Anthony Godett. ,,Dat lijkt me belangrijk. Er is geen enkele reden voor een gepikeerde reactie''. Bij anderen in Den Haag stuit Godett, die wegens verdenking van corruptie zelf geen premier kon worden, op weerstand omdat hij zich profileert als de `echte' leider op de Antillen. Ook de premier, zijn zus Mirna Godett, ziet hem zo.

De stekeligheden over en weer illustreren het complex van praktische en formele verhoudingen en gevoeligheden die de relatie tussen Nederland en de Antillen domineren. Recentelijk klonken weer pleidooien om deze relatie ingrijpend te veranderen, bijvoorbeeld door de Antillen als provincie of gemeente onder direct Nederlands bestuur te brengen. De FOL wil een status aparte voor Curaçao, zoals ook Sint Maarten vraagt.

Minister van Koninkrijksrelaties De Graaf zei gisteren dat hij de bestuurlijke en financiële verhoudingen binnen de Antillen wel wil veranderen, maar voor een status aparte, die voor Aruba goed functioneert, voelt hij niets. Hij voelt net als de voorgaande regering niets voor `grand designs' die verandering de staatkundige relaties in het Koninkrijk voorop stellen. De laatste pogingen daartoe stammen uit het kabinet Lubbers III, toen toenmalig verantwoordelijk minister Hirsch Ballin kwam met een Schets voor een Gemenebestsconstutie, waarin de Antillen werden gescheiden in een Bovenwinds land (met onder meer Sint Maarten en Saba) en een Benedenwindsland (Curaçao en Bonaire). De discussie strandde definitief na een conferentie in 1993, waarbij de grote eilanden een status aparte zouden krijgen en de kleine de positie van gemeente. Ook nu draait de discussie weer over de zelfde onderwerpen. Verschil is dat de Nederlandse regering in staatkundig opzicht vooral het uiteenvallen van de Antillen wil voorkomen en zich verder richt op concrete problemen – bestrijding van drugshandel, armoede en analfabetisme. Hierover moeten de discussies tussen de nieuwe kabinetten in Den Haag en Willemstad nog beginnen.