Stilte voor de storm

De afgelopen weken sleutelden ambtenaren in de beslotenheid van hun Haagse burelen aan reeksen voorstellen voor bezuinigingen en lastenverzwaringen, die samen genomen in de miljarden gaan lopen. De ambtenaar wikt, zijn minister beschikt. Deze dagen is het kabinet volop in de slag om knopen door te hakken. De vervolguitkering voor werklozen zal vervallen, zo is al besloten. Het ziekenfondspakket wordt uitgedund. Vermoedelijk gaat ook het tarief van de accijns op sigaretten omhoog. De lijst van mogelijke maatregelen is lang. Veel tijd hebben de bewindslieden niet meer. Op de derde dinsdag van september dient de rijksbegroting voor 2004 bij het parlement te worden ingediend. Burgers mogen rekenen op duizenden bladzijden met veelal slecht nieuws. In vergelijking daarmee had de sociaal-economische berichtgeving van de laatste veertien dagen veel gemeen met de spreekwoordelijke stilte voor de storm.

Zo was daar de soap over het inflatiecijfer. Om het tempo van de geldontwaarding te bepalen maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) sinds jaar en dag gebruik van huishoudboekjes. Daarin tekenen gezinnen aan wat zij kopen en hoeveel dat kost. Vergelijking van deze bestedingsgegevens van een aantal maanden maakt duidelijk in hoeverre het leven duurder is geworden. Een groot probleem voor het CBS is dat steeds minder consumenten bereid zijn aan dit onderzoek mee te doen. Daarom is het bureau midden vorig jaar ook kassagegevens van supermarkten gaan gebruiken. Inmiddels hebben de statistici tot hun schrik en schande ontdekt dat bij deze operatie cijferfouten zijn gemaakt. Hoogstwaarschijnlijk valt de officiële inflatie straks enkele tienden van procenten lager uit dan tot nu toe is gerapporteerd. Deze blunder was voorpaginanieuws, maar de schade aan de reputatie van het CBS lijkt de nadelige gevolgen voor de vaderlandse economie ver te overtreffen.

Commentatoren toonden zich bezorgd over de gevolgen van de gemaakte rekenfout voor de loonkosten. Bij onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden proberen de vakbonden compensatie te bedingen voor de stijging van de kosten van levensonderhoud. Nu de inflatie een fractie te hoog is vastgesteld zouden te hoge looneisen zijn gesteld, met nadelige gevolgen voor onze internationale concurrentiepositie. Aldus de werkgevers, die beter weten. De bonden stellen zich bij de CAO-besprekingen toch al terughoudender op, omdat de achterban beseft dat te hoge looneisen (nog meer) banen zullen kosten. Een wat naar beneden bijgesteld inflatiecijfer doet de werknemersvertegenwoordigers echt geen toontje lager zingen.

Zou dat wel zo zijn, dan kan een vertekend inflatiecijfer ook schadelijke gevolgen voor de overheidsfinanciën hebben. Zowel de arbeidsvoorwaarden van het ambtenarencorps als de sociale uitkeringen volgen namelijk in beginsel de stijging van de CAO-lonen in de marktsector. Het matigende effect van een gecorrigeerd inflatiecijfer is nu en de komende jaren echter hoe dan ook nihil, aangezien het kabinet heeft afgesproken dat de salarissen van het overheidspersoneel en de uitkeringen in de periode 2004-2007 met ten hoogste 1,5 procent per jaar mogen stijgen, ongeacht het tempo van de geldontwaarding.

Vergelijkbare kortstondige ophef ontstond door het advies van de Sociale Verzekeringsbank aan het kabinet om de AOW-premie volgend jaar te verhogen. Blijft premieverhoging achterwege, dan zou de `rijksbijdrage' – een storting in het Algemeen ouderdomsfonds ten laste van de rijksbegroting – fors omhoog moeten. Dit jaar is met die rijksbijdrage al 3 miljard euro gemoeid. Vorig jaar sloeg het kabinet een advies met dezelfde strekking in de wind. De rijksbijdrage voor 2003 is toen verhoogd. Bovendien wordt dit jaar ingeteerd op het buffervermogen van het Algemeen ouderdomsfonds. Naar verwachting houdt het kabinet aan deze koers vast. Dit heeft de volgende achtergrond. AOW-premie is alleen verschuldigd over de eerste 28.850 euro belastbaar inkomen uit woning en werk. Bovendien geniet de groep 65-plussers vrijstelling van de AOW-premie. Door de AOW-premie te bevriezen en de tekorten die hierdoor ontstaan af te dekken via een oplopende rijksbijdrage, zullen zowel hogere inkomens als ouderen geleidelijk meer meebetalen voor het nationale basispensioen.

Een krimpend aandeel van de premiefinanciering brengt de uitkeringen niet in gevaar. Ze worden alleen op een andere manier gefinancierd. Naarmate het aandeel van de rijksbijdrage toeneemt, lijkt de AOW steeds minder op een verzekering. En dat is wat het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank kennelijk dwarszit: men wil het volksverzekeringskarakter van de regeling zoveel mogelijk sauveren. Maar het is een mythe dat het bij de AOW om een verzekering zou gaan. Anders dan bij echte verzekeringen is de band tussen opgebouwde aanspraken en in het verleden betaalde premies flinterdun. Dat was al zo bij de invoering van de AOW in 1957, toen ouderen die nooit premie hadden betaald `van Drees gingen trekken'.

De hete zomer van 2003 is tot nu toe gekenmerkt door rust aan het sociaal-economische front. Van een wat vertekend inflatiecijfer en een hogere rijksbijdrage bij de financiering van de AOW hoeft niemand wakker te liggen. De storm barst los over een maand, op prinsjesdag.