Op naar Cancún

CANCÚN IS EEN TROPISCH vakantieparadijs bij Yucatán in de baai van Mexico. Op dit afgelegen luxe-eiland moet volgende maand blijken of de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in staat is de slepende ronde van internationale handelsliberalisatie door te zetten. Met de onderhandelingen voor deze zogenoemde Doha-ronde (in 2001 begonnen in Doha, de hoofdstad van de Golfstaat Qatar) wil het maar niet vlotten. In de welvarende landen is de politieke wil om er iets van te maken, gering. Politieke leiders hebben andere onderwerpen aan hun hoofd dan technische handelsdossiers. En ook al is afgesproken dat deze handelsronde in het teken van de ontwikkelingslanden komt te staan, door de protestacties van antiglobaliseerders heeft handelsliberalisatie een negatieve bijklank gekregen. Ten onrechte, want de welvaartswinst door vrijmaking van de wereldhandel is groot – ook voor ontwikkelingslanden.

Centraal in de Doha-ronde staat de liberalisatie van de handel in landbouwproducten. Hier moet de doorbraak komen van de twee grootste agrarische handelsblokken in de wereld, de Verenigde Staten en de Europese Unie. Zij houden met vele tientallen miljarden overheidssubsidies aan hun landbouwsector in de vorm van productiesteun, exportsubsidies en importheffingen de grootste verstoringen van de wereldhandel in agrarische producten in stand. Beducht voor de politieke en economische macht van het agrarische `groene front' zijn de VS en de EU – alsmede andere grote subsidiënten zoals Japan, Noorwegen en Zwitersland – zeer terughoudend om hun landbouwsteun te verminderen. De vorige handelsronde liep in 1989 vast op de tegenstellingen tussen de VS en Europa over het landbouwbeleid en het onderwerp werd toen naar de toekomst geschoven. Het afgelopen jaar zijn er tegenstrijdige bewegingen geweest. De VS, die altijd het hardst roepen om afschaffing van alle agrarische subsidies, verhoogden vorig jaar hun landbouwsteun aanzienlijk; in juni besloot de EU het Europese landbouwbeleid juist te herzien door de steun te verleggen van de productie naar de inkomens van de boeren.

HET RAAMAKKOORD over vermindering van de landbouwsubsidies dat de handelsvertegenwoordigers van de VS en de EU gisteren hebben bereikt, is daarom een belangrijk signaal. Een gemeenschappelijk standpunt van de twee grootste handelsblokken opent de weg naar een doorbraak als alle 146 lidstaten van de WTO volgende maand in Cancún bijeenkomen – en vervolgens naar een succesvolle afsluiting van de complete Doha-ronde in 2005. Maar handelsdossiers zijn taai en dat geldt zeker voor landbouwkwesties. De EU en VS zijn bovendien vaag in wat ze zijn overeengekomen: geen concrete cijfers of doelstellingen, maar toezeggingen om exportsubsidies te verminderen en om markttoegang voor agrarische exporten uit arme ontwikkelingslanden te vergroten. Dit biedt ruimte om te onderhandelen met de invloedrijke ontwikkelingslanden in de WTO zoals China, India en Brazilië. En er moet meer gebeuren, want belangrijke beschermde producten als katoen en tabak (VS) en suiker (EU) vallen vooralsnog buiten de Europese en Amerikaanse agrarische hervormingsplannen.

De Doha-ronde gaat ook over andere lastige handelskwesties, zoals intellectuele eigendomsrechten en goedkopere medicijnen voor ontwikkelingslanden, waarover nog geen stap vooruitgang is geboekt. Maar essentieel is dat de landbouwkwestie wordt opgelost. Nu de twee grootste agrarische exportblokken een beginselakkoord hebben bereikt, kan de WTO in Cancún de hoognodige impuls aan de Doha-ronde geven.

Gerectificeerd:

In het hoofdartikel Op naar Cancún (14 augustus, pagina 7) staat dat Cancún een eilandje voor de kust van Yucatán in de baai van Mexico is. Cancún is een toeristische stad op het Mexicaanse schiereiland Yucatán aan de Caraïbische zee.