Marbella kiest tussen pest en cholera

Marbella heeft sinds gisteren een nieuwe burgemeester. Maar de strijd in Spanje's corruptste badplaats is nog lang niet gestreden.

In de raadszaal van Marbella mag niet worden gerookt. Toch stak burgemeester Julián Muñoz gisteren het ene na het andere rokertje op. Geen wonder: de raad stemde voor zijn aftreden. En Spanje's strandoord van valse glitter en glamour, waar vermogend Europa zij aan zij met de internationale drugsmaffia aan het strand ligt, kent God noch gebod, laat staan een rookverbod.

In een tumultueus verlopen zitting, waarbij alle eerdere hoofdstukken in de gemeentelijke soap-opera bleekjes afstaken, liet Jesús Gil – door de rechter uit het burgemeesterambt gezet maar nog altijd op de achtergond aanwezig – een nieuwe burgemeester kiezen voor Marbella. Het is de 51-jarige Marisol Yagüe, een huisvrouw die zich graag kleedt in Andalusische roesjesjurken en door de jaren heen een trouw aanhangster is geweest van Gil. Ex-burgemeester Muñoz kon het afleggen van de eed van zijn opvolgster niet aanzien en liep, al schreeuwend dat Gil een oplichter is, de zaal uit om in het bijzijn van zijn vriendin, de bekende liedjeszangeres Isabel Pantoja, bier te gaan drinken in een aanpalend café. ,,Blijf glimlachen, schat. Laat ze maar de klere krijgen'', aldus het advies van La Pantoja aan haar zwaar zwetende vriend.

Spanje's omvangrijke roddelpers en het politieke schandaal in Marbella lopen naadloos in elkaar over. Julián Muñoz was in mei aangetreden als de opvolger van Jesús Gil, de zakenman die Marbella twaalf jaar lang regeerde alsof het een van zijn vele vennootschappen betrof. In een van de vele rechtzaken die tegen Gil lopen, bleek dat er geld uit de gemeentekas was betaald voor shirtreclame bij Atlético Madrid, tot voor kort eveneens in handen van Gil. Muñoz leek een ideale zetbaas, maar begon al snel praatjes te krijgen. In een uitzending van het roddelprogramma Salsa Rosa (Roze Saus) maakten Muñoz en zijn voorganger elkaar op tv live uit voor rotte vis en dief.

Achter deze onderbreking van een suffe zomer zijn de contouren zichtbaar van een rauwe machtstrijd waarmee honderden miljoenen euro's zijn gemoeid. Aanleiding is het ontslag door Muñoz van de wethouder voor Stadsontwikkeling, Juan Antonio Roca. Deze wordt gezien als de stille uitvoerder van de explosieve bouwplannen waarmee Gil Marbella tot snelst groeiende en meest corrupte badplaats in het zuiden van Spanje heeft getransformeerd. Zonder zich iets aan trekken van het regionale bestemmingsplan en andere wetten, liet Gil Marbella volbouwen. Afgezien van hardnekkige geruchten over steekpenningen, raakte het overzicht in de gemeentefinanciën daarbij geheel zoek. Duidelijk is dat bijna de helft van het budget verdwijnt in de vele vennootschappen van Gil waar het werk aan uitbesteed wordt. Bij gebrek aan enige publikatie van budgetten wordt de gemeentelijke schuld geraamd op bijna een half miljard euro.

Geheel in stijl, in een van de kwebbelprogramma's van Spanje's ochtendtelevisie, toonde Jesús Gil zich vanuit Madrid zeer tevreden met het gedwongen vertrek van zijn opvolger. Die zou wel snel ophoepelen nu hij het burgemeesterssalaris moet ontberen, luidde zijn politieke inschatting. In de overige commentaren heerst evenwel de schaamte over het onvermogen van de politiek – en van justitie – om een einde te maken aan het `groteske theater' waarin Marbella is veranderd. Hier en daar wordt al gesuggereerd de gemeente onder curatele van de staat te stellen.

Met nog een klein half jaar te gaan voor de landelijke verkiezingen heeft het schandaal van Marbella ook zijn gevolgen voor de landelijke politiek. Want de motie van wantrouwen tegen Muñoz ontving steun van enkele socialistische raadsleden. Die werden onmiddellijke uit de partij gezet, maar het kwaad was al gedaan. De socialisten (die iedere samenwerking met Gil mijden) hebben kennelijk hun eigen bestuurders niet in de hand. Het is bovendien al de tweede keer deze zomer: na de verkiezingen liepen plotseling twee socialistische regioparlementariërs in Madrid over, waardoor een bestuurscrisis ontstond en er nieuwe verkiezingen moeten komen.

Wie wel scoort, is de Partido Popular van premier Aznar. De conservatieve gemeenteraadsleden steunden de motie niet. ,,Marbella kiest tussen de pest en de cholera'', schetste een van hen de situatie.