Lange weg naar Cancún iets korter

Het gisteren bereikte raamakkoord van EU en VS over de wereldhandel in landbouwproducten heeft een lauwe ontvangst gekregen. Wel is het `een mooi opstapje' naar nieuwe besprekingen.

Cijfers bevat het gisteren bereikte Europees-Amerikaanse raamakkoord over liberalisering van de wereldhandel in landbouwproducten nauwelijks. De woorden rijst, graan of melk staan niet in de drie pagina's tellende tekst.

Toch zal dit akkoord over een raamwerk volgens ingewijden in Brussel de gesprekken bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO), volgende maand in het Mexicaanse Cancún, ,,veel gemakkelijker'' maken. Eurocommissaris Pascal Lamy (Handel) sprak gisteren van een ,,solide en duurzame basis'' om verder te praten. De Amerikaanse onderhandelaar Allan Johnson noemde vanmorgen in The New York Times het akkoord een doorbraak, maar waarschuwde tevens voor ,,moeilijke onderwerpen in de komende tijd''.

Minder enthousiast waren vertegenwoordigers van andere grote landbouwstaten en van ontwikkelingslanden. De Australische ambassadeur bij de WTO, David Spencer, zei dat nog te bezien staat of het bereikte akkoord de basis zal zijn van een beslissing in Cancún. Volgens zijn Braziliaanse collega Luiz De Seixas Correa schiet het akkoord tekort ten opzichte van de doelen van de huidige `Doha'-ronde van handelsbesprekingen.

Het raamakkoord gaat over drie netelige kwesties uit het landbouwdossier: interne steun aan boeren, markttoegang voor importproducten, en diverse soorten exportsteun. Voor elk van deze vormen van steun zijn principeafspraken gemaakt. Ook wordt – voor het eerst – een aparte categorie onderscheiden van voedselexporterende ontwikkelingslanden met hun eigen specifieke belangen. Een woordvoerster van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken sprak vanmorgen dan ook van ,,een mooi opstapje'' naar de besprekingen volgende maand.

Het lijkt erop dat de Europese Unie enig krediet krijgt van de Verenigde Staten voor haar hervorming van het landbouwbeleid, waarover de EU-lidstaten het eind juni eens werden. Zo wordt in de gezamenlijke tekst bij exportsteun gesproken van een ,,parallelle'' vermindering van Europese exportsubsidies en Amerikaanse exportkredieten. De EU heeft steeds onderstreept dat Amerikaanse exportkredieten net zo handelsverstorend zijn en dus niet buiten schot mogen blijven.

Ook komen er ,,disciplines'' voor voedselhulp. Dat is een tegemoetkoming aan Europese kritiek dat voedselhulp van de VS aan arme landen vooral tot doel heeft Amerikaanse boeren van hun overschotten af te helpen. In het raamakkoord wordt niet gesproken van volledige afschaffing van exportsteun. De EU en de VS willen wel exportsubsidies afschaffen voor bepaalde producten die voor ontwikkelingslanden van belang zijn.

Eurocommissaris Franz Fischler (Landbouw) sprak in dit verband gisteren van een ,,goede deal'' voor ontwikkelingslanden. Maar die zien dat zelf anders. ,,Er wordt geen rekening gehouden met de belangen van onze boeren'', zei de Indiase WTO-afgevaardigde, K. Chandrasekhar, gisteren tegen Reuters. ,,Het lijkt een poging om de markten van ontwikkelingslanden open te breken zonder toezegging van de rijke landen om die van henzelf te openen.''

De EU en de VS onderstrepen opnieuw dat de markttoegang voor landbouwproducten ,,substantieel'' moet verbeteren. Ze hebben formules afgesproken voor verschillende categorieën producten, waarbij gevoelige producten relatief mogen worden ontzien. Voor deze `gevoelige' producten moet zowel een gemiddelde als een minimumverlaging van het importtarief worden afgesproken. Voor andere landbouwproducten moet het importtarief snel onder een bepaald minimumpercentage dalen. En voor sommige producten moet een nultarief gaan gelden, waarvan vooral ontwikkelingslanden moeten profiteren.

De VS wilden tot voor kort de formule voor `gevoelige' producten op alle producten toepassen, zoals in de vorige onderhandelingsronde over handelsliberalisering is gebeurd.

Om te voorkomen dat landen ongelimiteerd landbouwproducten als `gevoelig' opvoeren, moeten er nadere cijfermatige afspraken worden gemaakt. Eurocommissaris Fischler noemde zuivel, rundvlees, suiker en sommige groenten en vruchten als ,,zeer gevoelig'' voor de EU. Japan, dat zijn rijst als zeer gevoelig product ziet, liet vanmorgen bij monde van landbouwminister Yoshiyuki Kamei weten zijn verzet tegen verlaging van beschermende handelstarieven niet op te geven, ,,gezien de realiteit van onze landbouw''.

Ontwikkelingslanden krijgen speciale waarborgen voor producten die voor hen belangrijk zijn. Volgens het raamakkoord mogen landen wel (minder handelsverstorende) interne steun aan boeren geven. Maar deze steun mag na de volledige uitvoering van een WTO-akkoord niet méér bedragen dan 5 procent van de totale waarde van de landbouwproductie.

Dat is volgens experts voor de EU geen probleem na de recente hervorming van het landbouwbeleid, waarbij directe inkomenssteun aan boeren grotendeels wordt losgekoppeld van de productie. De VS krijgen alsnog `WTO-goedkeuring' voor onlangs verleende directe inkomenssteun voor boeren. Wel moet die steun op termijn minder worden.

Washington heeft ermee ingestemd het plafond voor toelaatbare handelsverstorende steun te verlagen. Ook dat was een Europese wens, omdat de VS de speelruimte hier volledig benutten.

Er zijn nog andere problemen: geografische aanduidingen van landbouwproducten (`Parmaham'), milieu en voedselveiligheid. Toch zien ingewijden in Brussel een succesvolle afsluiting van de Doharonde eind 2004 nu als ,,realistisch''.